artikel

Over urgentie, transitie en schaal

Businessmodellen

Uit het diepst van mijn hart: we moeten tempo maken met de circulaire economie!

Over urgentie, transitie en schaal

De belofte van de circulaire economie vraagt om het met urgentie uitwerken van de organisatiekundige én veranderkundige vragen die echte implementatie daarvan met zich brengt.

Gedurende dit jaar heb ik gewerkt aan een serie columns over verschillende aspecten van de circulaire economie (CE). In die reeks van – met deze mee – acht korte bijdragen heb ik stilgestaan bij principes, processen en praktijken; competitiedenken versus coöperatiedenken; de veranderende betekenis van waardecreatie; de ‘performance cycle’, en natuurlijk nieuwe businessmodellen. Ondertussen probeer ik het debat over de CE nauwlettend te volgen. De net los gekomen pakweg 1.500 miljoen euro EU-subsidie geeft een ontwikkelimpuls aan juist dat laatste, businessmodellen voor de CE. Op het scherp van de snede kunnen volgen waar het in het CE-debat over gaat is lastig, want voorbij de juichende taal van schijnbaar succesvolle casussen lees ik weinig over feiten en nog minder over de aan elkaar gelieerde organisatiekundige én veranderkundige opgave. In deze laatste column van het jaar wil daarom daar bij stil staan.

Organisatiekundige vraag
De kern van de CE is dat tussen partijen een waardepropositie georganiseerd wordt. Dat betekent dat partijen in een bepaalde configuratie samen komen tot de organisatie van een waardecyclus. Dat kan nooit in een waardeketen – want die is lineair van aard. De opgave is het met elkaar organiseren van een zo goed mogelijk gesloten cirkel. Een waardecyclus zou het mogelijk moeten maken dat partijen die een lage waarde in de keten inbrengen, profiteren van een transformatie elders in de cyclus met een hogere waardering. Samen waarde creëren betekent dan samen in die waarde delen. Hierdoor komt de vraag naar waardecreatie in een ander daglicht te staan.
Zo denken sluit niet aan bij hoe we over ‘een’ organisatie denken, sluit niet aan bij juridische, fiscale en andere institutionele structuren en sluit ook niet aan bij hoe we denken over het financieren van ondernemingen. Dat betekent dat zelfs de meest optimistische ondernemer een ras doorzetter moet zijn om aan een circulaire business te beginnen. Conventioneel ondernemen is tegen die achtergrond gemakkelijk, het institutionele decor is er op ingericht en voor de banken is het tenminste begrijpelijk. Wie buiten dat kader stapt, ontmoet pittige tegenwind – to say the least – ondanks teksten die anders doen geloven.

Veranderkundige vraag
Het lijkt mij vreemd dat er nog mensen zijn die niet begrepen hebben dat we ‘iets’ moeten met ‘dat klimaat en zo’ en dat dat best wel een beetje urgent is. Dat het gaat om nu, vandaag en actie. Die urgentie moet zijn beslag krijgen in een andere vorm van organiseren: onvermijdelijk, onverbiddelijk en liefst onmiddellijk. Maar dat zal nog wel even duren, want tussen droom en daad staat de gevestigde orde, die niet voor niets zo heet. Maar duurzaamheid organiseren is een organisatiekundige opgave met een grote veranderkundige impact. De consequentie is de dingen fundamenteel anders doen, in concept, businesspropositie en waardecreatie. Dat kan alleen als er een institutioneel weefwerk is dat dat mogelijk maakt. Anders is werken aan de realisatie van de CE gewoon gezellig knutselen in de marge. Het is tegelijkertijd wel lastig dat de noodzaak om de vraagstukken rond klimaat en dergelijke aan te pakken steeds groter wordt, maar dat de praktijken om echt anders te organiseren zich nog in een pril probeerstadium bevinden. We zouden echt als een gek die concepten moeten opschalen die bewezen hebben te werken en daarnaast maatschappijbreed moeten experimenteren, om versneld te ontdekken wat het begin van een antwoord is op nog heel veel ongeadresseerde vragen. Dat echt daarnaartoe gaan werken een pittige, zeg maar explosieve spanning op gaat leveren, behoeft geen betoog, denk ik.

Tot slot
Dit jaar heeft laten zien dat de circulaire economie snel aan belang wint. Dat op zich is een goede zaak. Maar nu moeten we er echt wat mee. Dat denken moet opgepakt en uitgewerkt worden en heel alsjeblieft, gegeven de urgentie, snel. Voor mij is helder dat we amper begonnen zijn aan de ontdekkingsreis die CE heet. Maar uit het diepst van mijn hart: we moeten wel tempo maken! In het nieuwe jaar starten we – niet helemaal verwonderlijk – een regionale pilot naar emergente praktijken in Oost-Nederland. De resultaten hopen we te presenteren op een seminar in juni volgend jaar. Als u denkt dat u een casus heeft of kent die meegenomen moet worden, meldt u dat dan vast. Dat nieuwe onderzoek geeft ongetwijfeld aanleiding voor columns en andere publicaties. U gaat daar op deze plaats vast meer over lezen. Dus vol uitdagingen het nieuwe jaar in. En voordat ik het vergeet: alvast de beste wensen voor dat nieuwe jaar!

Jan Jonker is hoogleraar Duurzaam Ondernemen aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Daarnaast bekleedt hij de Pierre de Fermat leerstoel aan de Toulouse Business School in Frankrijk. Zijn werk concentreert zich op drie samenhangende thema’s: de opkomst van de WEconomy, het ontwikkelen van nieuwe businessmodellen en het anders denken over geld ofwel ‘hybride bankieren’.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels