artikel

10 gunstige en 10 ongunstige condities voor programma’s

Geen categorie

Ook al zijn er allerlei redenen om van een bepaalde opgave een programma te maken, dan nog lenen niet alle situaties zich er even goed voor. Wat zijn de condities die het werken met programma’s bevorderen, of tegenwerken? Onder welke condities heeft u er niets aan en raden we deze aanpak zelfs af?

Björn Prevaas en Theo van der Tak noemen op hun site over programmamanagement een aantal aspecten, in willekeurige volgorde, zonder uitputtend te zijn. In de praktijk blijken dit overwegend wel de belangrijkste te zijn.

Gunstige en ongunstige condities voor programma’s

Gunstige condities

Ongunstige condities

1. Concrete doelen doen ertoe voor betrokkenen

1. Betrokkenen houden van abstracte vergezichten

2. Betrokkenen willen en mogen zich eraan verbinden

2. Mensen moeten doen wat hen gezegd wordt

3. Managen van samenhang voegt waarde toe

3. Het gaat om allerlei losse activiteiten

4, Positieve, realistische beelden bij gepland veranderen

4. Overtuiging dat verandering vooral spontaan verloopt

5. Mensen willen, kunnen en mogen samenwerken

5. Inzet is voortdurend onderhevig aan onderhandeling

6. De programmamanager mag sturen

6. Dominante van de permanente organisatie

7. Goede samenwerking met permanente organisatie(s)

7. Strijd om doelen en inzet van mensen

8. Planmatig werken is goed geworteld

8. Organisatie die vooral gedijt bij brandjes blussen

9. Aantal programma’s blijft beperkt

9. Van elke prioriteit een programma maken

10. Het mag tijd en moeite kosten

10. Verwachten dat effecten op korte termijn ontstaan

 Bron: Werken aan Programma’s

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels