artikel

Hoe ouder de werknemer, hoe leergieriger

HRM

De deelname van werkenden aan training en cursussen is de laatste jaren vrijwel gelijk gebleven. De kloof tussen jongeren en ouderen wordt echter kleiner: ouderen nemen meer en jongeren minder deel aan formele scholing. De kennis en vaardigheden van oudere werkenden hebben zich ook positief ontwikkeld in de afgelopen jaren. Daarnaast neemt de kennisontwikkeling van werkenden toe bij grote veranderingen in de werkzaamheden, ook op oudere leeftijd.

Hoe ouder de werknemer, hoe leergieriger

Dit concluderen Lex Borghans, Didier Fouarge en Andries de Grip van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit van Maastricht in het rapport Een leven lang leren in Nederland. Het rapport brengt het formele en informele leren en de kennisontwikkeling in Nederland in beeld aan de hand van drie peilingen van de ROA Levenslang Leren Enquête (2004, 2007 en 2010).

Duurzame inzetbaarheid
In Nederland is er veel aandacht voor de mate waarin de beroepsbevolking verder leert. Leren door het volgen van formele cursussen of trainingen, maar ook informeel leren op het werk zelf. Denk daarbij aan leren door te doen, leren van collega’s of door feedback van leidinggevenden. Een intensiever leerproces kan leiden tot meer kennis en vaardigheden en daarmee iemands duurzame inzetbaarheid op de arbeidsmarkt vergroten.

Het rapport brengt de ontwikkelingen in het formele en informele leren en de kennisontwikkeling in Nederland vanaf 2004 in beeld. Uit het onderzoek blijkt dat de deelname aan training en cursussen door werkenden en niet-werkenden vanaf 2004 nagenoeg onveranderd is gebleven. Wel is het deelnameverschil tussen mannen en vrouwen verdwenen en de trainingdeelname van hoogopgeleiden toegenomen, waardoor de kloof tussen hoog- en laagopgeleiden is gegroeid.

Informele leren
Het ROA-rapport laat verder zien dat het informele leren tussen 2004 en 2010 is afgenomen. Echter, er wordt nog steeds veel meer informeel geleerd dan formeel; van alle tijd waarin werkenden nieuwe dingen leren, is 93 procent informeel van karakter. Formeel en informeel leren gaan overigens hand in hand: werkenden die een training volgen, leren ook meer op hun werk.

Opvallend hierbij is dat acht uur informeel leren gemiddeld evenveel oplevert  als een cursus van acht uur. Maar omdat de meeste tijd wordt besteed aan informeel leren, blijven informele leeractiviteiten veruit de belangrijkste bron van nieuwe kennis en vaardigheden.

Organiserende taken
Vooral mensen met organiserende taken en met werk waarbij veel met anderen moet worden samengewerkt, leren veel op het werk, zowel formeel als informeel. Daarentegen leren mensen die routinewerk doen veel minder op hun werk. Wanneer iemand werk heeft waarvoor het werken met computers belangrijk is, worden er meer cursussen gevolgd. Daarenten is bij werk waarvoor intuïtie belangrijk is, het belang van informeel leren relatief groot

Persoonlijkheid speelt een belangrijke rol bij de mate waarin mensen formeel en informeel leren. Zo blijkt het openstaan voor nieuwe ervaringen, zelfregulatie en de intrinsieke motivatie om te trainen positief gecorreleerd met de trainingsparticipatie. Ook hangen deze kenmerken negatief samen met de kans om nooit aan training deel te nemen. Tenslotte blijkt dat mensen die meer risico willen nemen meer tijd spenderen aan taken waarvan zij kunnen leren.

Lex Borghans, Didier Fouarge en Andries de Grip: ‘Een leven lang leren in Nederland’, ROA, mei 2011. Download HIER het complete onderzoek

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels