artikel

We moeten fouten maken

Innovatie

We kennen het dilemma. Enerzijds: als je iets nieuws wilt bedenken, kan dat niet zonder fouten te maken. Anderzijds: we willen geen fouten maken maar in control zijn. Dat levert een rare situatie op: we moeten fouten maken om te kunnen innoveren, én we doen er alles aan om fouten te vermijden. Julian Birkinshaw (London […]

We moeten fouten maken

We kennen het dilemma. Enerzijds: als je iets nieuws wilt bedenken, kan dat niet zonder fouten te maken. Anderzijds: we willen geen fouten maken maar in control zijn. Dat levert een rare situatie op: we moeten fouten maken om te kunnen innoveren, én we doen er alles aan om fouten te vermijden. Julian Birkinshaw (London Business School) en Martine Haas (Wharton) hebben een oplossing: extraheer rigoureus waarde uit de fouten die je maakt, zodat je je ‘rendement op falen’ kunt meten én verbeteren.

In de ROF-formule zijn de middelen die je in de mislukte activiteit hebt geïnvesteerd de deler. Je kunt je ROF verbeteren door deze te verkleinen (je investeringen laag houden of stapsgewijs inzetten). Maar je kunt je ROF ook verbeteren door (óók) de teller te vergroten: de ‘assets’ die je uit de ervaring haalt, inclusief informatie die je krijgt over klanten, de markt, jezelf, je team en operaties. Birkinshaw en Haas hebben een analysemodelletje ontwikkeld (zie kader) dat in de praktijk goed werkt. Essentieel is ook om de geleerde lessen vervolgens door de organisatie te verspreiden: de senior leiders moeten geregeld bij elkaar komen – desnoods wekelijks – om de gemaakte fouten te bespreken.

Bepaal de ROF van je mislukking

Beantwoord deze vragen om een compleet beeld te krijgen van de opbrengsten en kosten van je mislukte project.

Opbrengsten
1. Wat hebben we geleerd over de behoeften en voorkeuren van onze klanten en over onze huidige markten? Moeten we bepaalde aannames aanpassen?
2. Welke inzichten hebben we verkregen in toekomstige trends? Hoe moeten we onze prognoses aanpassen?
3. Wat hebben we ontdekt over de manier waarop we samenwerken? Hoe effectief zijn onze organisatieprocessen, -structuur en -cultuur?
4. Hoe hebben we onze vaardigheden verder ontwikkeld op individueel en teamniveau? Heeft het project het vertrouwen en de goodwill vergroot? Zijn er bepaalde ontwikkelingsbehoeften aan het licht gekomen?

Kosten
1. Wat waren de directe kosten – voor materialen, arbeid en productie?
2. Wat waren de externe kosten? Hebben we onze reputatie in de markt of bij klanten beschadigd of onze concurrentiepositie verzwakt?
3. Wat waren de interne kosten? Heeft het project de teammoraal beschadigd of te veel aandacht opgesoupeerd? Waren er negatieve organisationele bijwerkingen?

Bron: Harvard Business Review, mei 2016

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels