artikel

Minachting en hoogmoed aan de basis van slecht leiderschap

Leiderschap

Zelfoverschatting en minachting voor anderen blijken belangrijke oorzaken te zijn van onethisch gedrag door leidinggevenden, zoals liegen tegen hun personeel, uitschelden, bekritiseren in het openbaar en kleineren.

Hoewel vaak wordt gedacht dat rationele overwegingen aan de basis liggen van dergelijk onethisch leiderschap, blijken emoties een belangrijkere rol te spelen dan gedacht. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van psychologe Stacey Sanders, waarop ze 22 oktober a.s. promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Ongeveer één op de negen werknemers in Nederland heeft een baas die zich schuldig maakt aan onbehoorlijk gedrag tegenover het personeel. De financiële kosten die hieruit voortvloeien, bijvoorbeeld ten gevolge van ziekteverzuim van werknemers, zijn enorm. In de VS gaat het bijvoorbeeld om meer dan 20 miljard dollar per jaar. ‘Ik vind het daarom belangrijk om uit te zoeken welke factoren dat gedrag veroorzaken. Ik ben vooral geïnteresseerd in de emotionele factoren, omdat blijkt dat emoties een veel grotere rol spelen in gedrag van mensen dan voorheen werd aangenomen,’ zegt Sanders. Zij deed experimenten onder studenten en veldonderzoek bij verschillende organisaties om te bepalen welke emoties een rol spelen.

Hoogmoedige trots en minachting
Een zo’n factor is ‘hoogmoedige trots’ (hubristic pride) die, anders dan ‘authentieke trots’ niet gebaseerd is op werkelijke prestaties maar op bluf en arrogantie. Authentiek trotse leiders blijken zich ethischer op te stellen jegens hun medewerkers dan hoogmoedig trotse leiders, met name wanneer hun identiteit als moreel persoon sterk is. ‘Als het zelfbeeld van leiders als moreel persoon geactiveerd is, dan vermindert dat onethisch gedrag’, zegt Sanders. Ze stelde vast dat minachting voor personeel daar tegenin werkt: ‘Hoe meer leidinggevenden gevoelens van minachting ervaren jegens hun personeel, des te meer zij geneigd zijn om zich onbehoorlijk te gedragen tegenover het personeel.’

Macht
Al eerder was aangetoond dat meer macht de slechte eigenschappen van leidinggevenden versterkt. Dat blijkt ook te gelden voor gevoelens van minachting, vertelt Sanders: ‘We vermoedden dat leidinggevenden met een tendens om anderen te minachten er met name in zouden falen om onbaatzuchtig of ethisch gedrag jegens medewerkers te tonen wanneer zij veel macht hebben. Dat wordt inderdaad door onze resultaten gestaafd.’

Scherpe saus
Ook blijkt dat ondergeschikten met een baas die het niet zo nauw neemt met de behandeling van het personeel zelf ook deviant gedrag gaan vertonen. Bijvoorbeeld door hun chef terug te pakken. Sanders koos daarvoor een opmerkelijk experiment onder studenten: ‘De deelnemers mochten bepalen hoeveel (pijnlijk) pittige saus hun leidinggevende in het experiment zou moeten consumeren. Een onethisch leidinggevende werd veel meer pittige saus voorgeschreven dan een ethisch leidinggevende. Zij vonden dat ze zich niet schuldig hoefden te voelen over het terugpakken van deze onethische leidinggevende met pittige saus.’

Stacey Sanders (1986) studeerde arbeids- en organisatiepsychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en voltooide er tevens de onderzoeksmaster Behavioural and Social Sciences. Zij is universitair docent aan de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de RUG. De titel van het proefschrift is: ‘Unearthing the Moral Emotive Compass, Exploring the Paths to (Un)Ethical Leadership’. Ze promoveert bij Barbara Wisse en Nico van Yperen.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels