artikel

Leiderschap: ben je de waarschuwing, of de inspiratie?

Leiderschap

‘Jullie werken over tot het af is’, zei de teamleider die om 16.00 uur met zijn jas al aan zijn team toesprak. Hij ging naar huis. En zijn teamleden bleven om een of andere kloteklus af te ronden. Betreffende teamleider was zelden op de werkvloer. Meestal was hij met andere teamleiders aan het lunchen of overleggen. En hij vond zichzelf een heel goed manager, zo zei hij tegen me toen ik hem ooit bij de koffieautomaat sprak. Zijn team dacht er die bewuste avond heel anders over.

Leiderschap: ben je de waarschuwing, of de inspiratie?

‘Je mag niet naar buiten nu’, riep een sergeant tegen mij toen ik naar de criminele jongeren wilde lopen die we aan het heropvoeden waren bij de Landmacht. Ik keek vragend achterom. ‘Je hebt vandaag nog niet tegen je scheermes aan gestaan’, zei hij, ‘Voorbeeldgedrag, weetjewel’. Ik kreeg een kop als een boei en ging als een gek aan de slag met scheerschuim en -mesjes. Ik was als 19-jarige officier-in-opleiding even het voorbeeldgedrag vergeten. ‘Vergeet nooit dat je altijd hun voorbeeld bent. Je kunt ze alleen ergens op aan spreken als je het zelf goed doet’, gaf de sergeant me mee toen ik later alsnog op weg ging om de randgroepjongeren toe te spreken in het bos.

Ooit werd ik afgekafferd door een leidinggevende bij een mediabedrijf. Ik had een grote bek. Die had ik inderdaad tegen die leidinggevende, die meestal zelf onbehouwen zat te schreeuwen en te commanderen. Ik vroeg wanneer hij het goede voorbeeld ging geven. ‘Ik ben hier de baas’, schreeuwde hij, ‘Jij moet je niet bemoeien met mijn leidinggeven.’

‘Mooi werk hè’, zei mijn baas, die me op een koude oktoberochtend kwam helpen met het op het erf van de kas met koud water schoonspuiten van tussenschotjes die gebruikt werden bij het kweken van anjers. ‘Als je kouwe klauwen krijgt, haal je maar een extra bakkie koffie’, zei hij, terwijl hij zelf nergens last van leek te hebben. Diezelfde baas was er ook als we 04.00 uur moesten beginnen, of als we op zondag werkten, of wanneer het 45 graden was in de kassen. Dan kwam hij vaak water brengen: ‘Goed water drinken nu mannen. Vrijdagmiddag krijg jullie weer bier van me’.

‘Je had dat moeten begrijpen’, schreeuwde de manager tegen me, Het design had niet op het design van de andere website moeten lijken.’ ‘Maar dat wilde de klant juist’, zei ik, ‘Hun website mocht alleen niet op onze servers draaien, de techniek moest gescheiden zijn, staat in die documenten en in ons gespreksverslag. Dat heb je zelf gezegd en het staat hier op dit papier.’ ‘Dat had je moeten begrijpen, tussen de regels door moeten lezen’, brulde de manager. ‘Als ik het volgens jou niet begrijp, dan had jij het beter moeten uitleggen’, zei ik, ‘Ik heb liever een tevreden klant, dan een tevreden manager’. De website werd op last van de manager veranderd, waardoor de klant vertrok. En dat was mijn schuld, volgens de manager. En ik vertrok dus ook.

‘Goedeavond, mannen’, zei de majoor die langs ons heen kwam lopen in een gure novembernach, rond 03.30 uurt. We liepen met een peloton militairen langs de schuine kant van een dijk. Al een kilometer of 10. En een paar kilometer verderop stond de majoor soep op te scheppen voor ons. Om ons een half uurtje later weer lopend in te halen. Later sliep hij bij ons op de legeringskamer, poetste zelf zijn schoenen, maakte zijn bed spik en span op en was als eerste gewassen en geschoren. We hoefden nooit meer aan hem te twijfelen.

Voorbeeldgedrag. De stap extra lopen. Net wat meer doen voor je mensen. Dat is wat een leider doet. Jezelf drukken, anderen de schuld geven, slecht voorbeeld geven, dat doet een manager. Een heel slechte manager. Beiden maken ze impact op de levens en carrieres van mensen en dat doe jij dus ook als manager. De vraag is alleen wat je bent: de waarschuwing van hoe het niet moet? Of de inspiratie voor hoe het wel moet?

Door: Eduard van Brakel

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels