artikel

Leiderschap = verbinding: Reflecties van de kinderen

Leiderschap

Sommige mensen zijn  de baas, anderen spelen de baas. Iemand is pas echt de baas als de mensen om hem heen ook diep in hun hart dat zo vinden. Je bent altijd de baas over iets of iemand, dus zonder de ander of iets anders, ben je de baas over niets. Daarom gaat de ander […]

Leiderschap = verbinding: Reflecties van de kinderen

Sommige mensen zijn  de baas, anderen spelen de baas. Iemand is pas echt de baas als de mensen om hem heen ook diep in hun hart dat zo vinden. Je bent altijd de baas over iets of iemand, dus zonder de ander of iets anders, ben je de baas over niets. Daarom gaat de ander altijd voor, en moet je de baas kunnen vertrouwen dat hij eerst denkt aan de mensen over wie hij de baas is, en dan pas aan zichzelf. Anders zit hij zichzelf in de weg en kan hij nooit beslissingen nemen die goed zijn voor de mensen over wie hij de baas is. Maar om eerst aan anderen te denken en dan pas aan jezelf moet je wel heel stevig in je schoenen staan: je moet vanbinnen gelukkig en tevreden zijn met wat je hebt, anders ben je altijd afgeleid omdat je op zoek bent naar je eigen geluk, niet naar dat van anderen. Sommige mensen kunnen dit heel goed spelen, maar dat houd je nooit je hele leven vol, want het leven is geen theater.

De baas zijn betekent niet dat je in alles de beste bent, of nooit fouten mag maken. Natuurlijk moet je wel weten wat je wilt en het ook duidelijk zijn naar anderen, maar je mag soms juist ook aan anderen vragen of ze nog goede ideeen hebben. Dan geef je ze het gevoel dat ze belangrijk zijn en dat je belangrijk vindt wat ze vinden en zeggen. Dus als je voor lange tijd eerlijk bent en anderen serieus neemt, ben je echt de baas. Je moet leren loslaten te denken dat je altijd de beste moet zijn.

Als iedereen altijd zegt hoe geweldig je bent, raak je te veel gewend aan dat gevoel en is het dus lastig om los te laten. Maar als je je jezelf ziet als adviseur om anderen succesvol te laten zijn, zullen anderen je respecteren en zien als de baas. Een baas moet dus anderen veel gunnen. Als hij jaloers is op anderen, kan hij nooit echt met anderen verbinden en kan dus nooit echt de baas worden. En een baas mag dus ook nooit hebberig zijn; als hij het gevoel heeft niet genoeg te hebben, moet hij maar eens naar arme mensen gaan. Dan is hij meteen genezen. Winnen is belangrijk en leuk, maar meedoen is nog belangrijker en daar heb je veel langer plezier van.

De baas kan het dus niet alleen: hij heeft anderen nodig. Hij is een soort ‘netwerkbeheerder’. Sommigen zijn ver weg, anderen dichtbij. En van weer anderen weet je niet eens dat ze bestaan, vooral als ze ver weg wonen. Maar toch kunnen ze en plek hebben in je leven zonder dat je het weet. Aan die mensen denk je ook minder snel, totdat iemand je over ze vertelt. Want dan is het alsof je ze wel kent. Een baas moet dus openstaan om allerlei verschillende mensen in zijn leven toe te laten.

Een baas moet verbinding met anderen maken – ook met mensen die hij niet vaak ziet. Maar dat gebeurt niet zomaar: de baas moet zijn best doen om de mensen die voor hem werken te begrijpen. Juist omdat hij de baas is, moet hij mensen respecteren. En iedereen moet elkaar laten uitpraten. Ook al vind je iets saai of ben je het er niet mee eens. Maar ook moet je rustig blijven, zelfs als het heel druk is en je het gevoel hebt dat iemand niet goed naar je luistert.

Maar of je iemand nou kent of niet, of ziet of niet, je moet altijd beleefd zijn. Daar heb je ook veel aan, want dan zijn anderen ook aardiger tegen jou.

Een baas moet wel goed weten wat hij vindt en waar hij naartoe wil. Hij is doelgericht zonder altijd direct op het doel af te gaan. Hij moet ook een goede verteller zijn. Soms moet de baas nou eenmaal iets veranderen omdat iets beter kan of anders moet. Daarvoor is hij tenslotte ook de baas. Maar hij moet wel goed vertellen en uitleggen wat er verandert en waarom. Want als hij de ene keer naar links wil en de andere keer naar rechts terwijl dat helemaal niet logisch lijkt, raken mensen in de war en worden ze misschien zelfs onzeker of bang. En daar heeft niemand iets aan. De mensen zelf worden niet gelukkig en het bedrijf kan alleen maar vooruit met goed teamwerk. Daarom zijn leiders zo belangrijk: mensen verbinden en helpen met elkaar het beste te doen en te bereiken. Want echt, de wereld is geen onbewoond eiland!

Door: Marga Hoek, auteur van Zakendoen in de nieuwe economie

Cover Zakendoen -in-de-nieuwe-economie-Internationale-editieHet boek: Zakendoen in de nieuwe economie
Het boek geeft u bruikbare handvatten om innovatiever en slagvaardiger te ondernemen en geeft een business case voor duurzaam ondernemerschap: juist door te laten zien dat duurzaam ondernemerschap een business case op zichzelf is. Het boek wordt afgesloten met een bijzonder inspirerend hoofdstuk: De unieke denkkracht van kinderen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels