artikel

Wilfrid Opheij: Aan netwerken valt heel wat te organiseren

Leiderschap

Aan het samenwerken in allianties, partnerships en netwerken valt veel te organiseren, en dat moet ook wel, want netwerkachtige samenwerkingsverbanden zijn steeds meer in opkomst. Netwerken organiseren zich rondom complexe vraagstukken die niet meer door één partij kunnen worden beantwoord. Maar die samenwerking lukt alleen als wordt voldaan aan bepaalde voorwaarden voor samenwerking, zegt organisatieadviseur Wilfrid Opheij, die een van de colleges geeft in de Masterclassreeks Netwerkleiderschap. In essentie gaat netwerkleiderschap over condities creëren voor kansrijke samenwerking en samen het netwerkleiderschap vervullen.

Wilfrid Opheij: Aan netwerken valt heel wat te organiseren
Wilfrid Opheij

Vijf condities voor goede samenwerking

‘Je kunt samenwerkingsverbanden meer kansrijk maken door vijf condities goed in te vullen’, zegt Opheij. ‘Ten eerste: lukt het om een gedeelde ambitie te maken voor het vraagstuk waar je mee werkt? Iedere organisatie heeft zijn eigen doelstellingen en daar is niks mis mee, maar voor het vraagstuk moet je iets gezamenlijks hebben. De tweede is de vraag hoe je omgaat met de verschillende belangen van de deelnemers. Je kunt wel zeggen dat die er niet zijn, maar dat is niet zo. Je kunt de belangen dus maar beter maar van tevoren weten en oplossingen bedenken die ertoe bijdragen dat er de belangen van partijen die moeten bijdragen aan de samenwerking gediend worden; win-win. De derde conditie is of het je lukt om persoonlijke relaties constructief te houden, ook als het even tegenzit. De vierde conditie gaat over het organiseren van de samenwerking zelf, welke vorm kies je? Is dat een alliantie, of een keten, of een netwerk? De vijfde en laatste conditie gaat over het proces: wat gaan we doen, wat zijn de tussenresultaten en hoe houden we elkaar op de hoogte? Kortom, de samenwerking is niet vanzelfsprekend en zeker niet gemakkelijk. Maar deze condities kunnen het gemakkelijker maken.’

Desondanks moet je volgens Opheij wel alert blijven bij samenwerking in netwerken: ‘Je krijgt er dingen bij cadeau die het er nier per se gemakkelijker op maken. Zoals dat het toch een beetje onduidelijk is wie het voor het zeggen heeft. Of je krijgt als cadeautje spraakverwarring, omdat je met verschillende organisaties zit die heel andere betekenis voor dezelfde begrippen hanteren. En je krijgt het cadeautje van gesplitste loyaliteit. Want aan de ene kant hoor je bij je organisatie, maar aan de andere kant voel je je ook verbonden met het samenwerkingsverband. Dat zijn complexiteiten die bij samenwerkingsverbanden horen.’

Goed netwerkleiderschap

Complexiteiten horen er dus bij, maar door goed netwerkleiderschap kunnen ze in goede banen geleid worden.In het ideale geval worden er volgens Opheij tenminste vier rollen goed ingevuld binnen het netwerkleiderschap:

  1. De rol van ontwikkelaar van het netwerk zelf.
  2. De rol van strateeg: waar gaat het netwerk heen?
  3. De rol van de verkenner: Wat gebeurt er in andere netwerken?
  4. De rol van procesmanager: de mensen die zorgen dat een opgave gerealiseerd worden.

In de Masterclass Netwerkleiderschap gaat Opheij dan ook in op hoe je constructief in gesprek gaat over het invullen van die verschillende rollen. ‘Het cliché dat er één netwerkleider is, moet overboord’, zo stelt hij. ’Het gaat erom dat de rollen allemaal goed ingevuld worden, dat alle tafels bezet moeten zijn om de samenwerking goed op gang te krijgen.’ En dan nog gaat het niet vanzelf zegt hij: ‘Wat je moet voorkomen is dat de traagste in het netwerk het tempo bepaalt en de meest kleurloze de kleur. Dat is een patroon wat je wel vaak ziet. Dat iedereen overal over moet beslissen. Maar wat je in constructieve netwerken ziet, is dat er rondom de opgave verschillende coalities rondom deelopgaven worden gevormd. Bijvoorbeeld een gemeente wil duurzamer worden. Dus er zijn groepen die nadenken over innovatie in energieopwekking, maar een andere groep vindt dat het ook gaat over slimme manieren van isolatie, weer andere coalities zeggen dat het ook gaat over financieringsmodellen. En niet iedereen hoeft bij elke coalitie betrokken te zijn. Zo kun je samen tempo maken en hoeft niet iedereen overal aan mee te doen en overal over mee te beslissen. Je organiseert meer rond de energie.’

Door: Eduard van Brakel

 

Reageer op dit artikel