artikel

Organiseren in de natuur

Organisatie

Het CE-denken is te veel gefocust op materiële kringlopen en oude economische principes. De rol van natuurlijke ecosystemen ontbreekt hier. Biomimicry geeft inzichten.

Organiseren in de natuur

Wie zich verdiept in de circulaire economie (CE) ziet dat er stromingen en denkrichtingen in andere domeinen zijn die ondanks- taal en objectverschillen toch over hetzelfde spreken. Een van die stromingen is biomimicry. De kern van biomimicry is leren van de natuur om nieuwe producten, processen en daarbij aansluitend beleid te creëren, en zo het leven op aarde op de korte en lange termijn te bevorderen. Het is van waarde de CE en biomimicry naast elkaar te leggen, stellen Saskia van den Muijsenberg en Jan Jonker.

NatuurDuurzaamheid.566CE en biomimicry: samen sterk
Wat CE en biomimicry gemeenschappelijk hebben is dat ze beiden ervoor pleiten kringlopen na te bootsen. Biomimicry doet dat vanuit een natuur optiek: de natuur kent geen afval, de een z’n output wordt de ander z’n input. Alle grondstof- en materiaalstromen worden gerecycled en ge-upcycled. De CE schetst hierbij vooral een eindresultaat van gesloten materiële kringlopen. Biomimicry reikt een methode aan en geeft inzichten hoe dat voor elkaar te krijgen. De aandacht binnen de CE gaat vooralsnog vooral uit naar het sluiten van materiaal- en grondstofkringlopen die door de mens gemaakt zijn. Biomimicry laat zien dat het huidige denken over de CE te beperkt is. Het is te veel gefocust op materiële kringlopen en oude economische principes. De rol van natuurlijke ecosystemen ontbreekt hierin.

Kringlopen en ecosystemen
In de natuur houden nagenoeg alle ecosystemen, hoe verschillend ook, er dezelfde organisatie op na. Producenten (bijv. bomen) zetten CO2 en water m.b.v. zonlicht om in suikers. Primaire consumenten (bijv. vlinders) eten planten en profiteren van de door hen gemaakte suikers. Secundaire consumenten (vleeseters zoals de koekoek) eten de primaire consumenten en profiteren van de energie die zij in hun lichaam hebben opgeslagen. En reducenten (zoals de mestkever) zijn afvaleters die organische resten verwerken tot mineralen voor planten. In optima forma prosumenten want iedereen is producent en consument tegelijk!  Maar hoe dit soort ideeën te vertalen naar het organiseren van alledag? Hieronder drie aspecten van biomimicry die de CE in een ander perspectief plaatsen.

In de CE gaan we minder produceren
Sommigen zien alleen voordelen van de CE. Het zou leiden tot nieuwe banen en nieuwe economische groei. Anderen zeggen juist dat een CE eerder een economie van krimp is. Het gaat immers om het spaarzaam omgaan met grondstoffen met als gevolg minder grondstoffendelving. Dit denken in de CE is nog altijd gebaseerd op het vigerende eendimensionale denken over economische groei.

In onze economie zijn geen reducenten. Het ontwikkelen van die functie biedt een enorme potentie. Als die functie goed wordt geïntegreerd wordt er niet minder geproduceerd, maar anders. Productie krijgt dan de echte betekenis van ‘waarde toevoegen’. Want op elke plaats in de kringloop wordt ‘geproduceerd’. Wat krimpt is het delven van grondstoffen en de afvalberg. Dat toegepast op de CE kan tot economische ontwikkeling leiden – vertaald in andersoortig werk. Want reductie organiseren vraagt om meer werk voor het afbreken, bewerken en upcyclen van materialen en grondstoffen om ze zo voortdurend van waarde te laten zijn. De uitdaging is om dat te gaan doen zoals in de natuur. Door materiële stromen terug te brengen tot een paar ‘legoblokjes’. Door die ‘simpele’ componenten met elkaar te laten interacteren wordt zowel het ecologisch als economisch systeem rijker. Dat is een investering in innovatieve ontwikkeling en stabiele en langdurige groei.

Verleng de levensduur van producten
Een veelgehoorde opvatting is dat de CE ernaar streeft om de levensduur van producten zo lang mogelijk te maken en zo kostbare grondstoffen te behouden. Wie naar kringlopen in de rest van de natuur kijkt vraagt zich af: waarom zou de levensduur zo lang mogelijk moeten zijn? We missen hier een gouden regel van het leven: ‘life meets function in context’. Neem een waterflesje dat je op het station koopt omdat je dorst hebt. Dat flesje is binnen een kwartier leeg maar het duurt een eeuwigheid voor het is afgebroken. Binnen de CE denken we wel in kringlopen in de tijd, maar onze materialen zijn daar nog niet op afgestemd.

Niet alle eikels worden bomen
In de CE bevatten producten die aan het einde van hun leven zijn grondstoffen voor nieuwe producten. Inzameling, disassemblage en recycling dragen zorg voor een continue doorstroom. Hergebruik is dus de hoeksteen van de CE. Maar ons denken daarin is beperkt. In onze economie wordt plastic vaak weer plastic, glas, glas. De eikels van een eikenboom worden bijna nooit weer een eikenboom. Omdat er in de natuur maar met een paar basale bouwstenen gewerkt wordt, is het veel makkelijker om het weer af te breken en te hergebruiken. Door ze verschillend te combineren en configureren ontstaan oneindig veel mogelijkheden. Dit maakt opschalen en recyclen een stuk makkelijker.

Tot slot: over ecosystemen
Ecosystemen bevatten emergente eigenschappen; ze ‘ontstaan’ vanuit de interacties tussen actoren in het systeem. Geen van de actoren heeft de regie over het ecosysteem, noch zelf de mogelijkheid tot oplossingen te komen die het ecosysteem als geheel wél kan creëren. Dat is een idee wat vraagt om navolging. De organisatieopdracht voor de CE zou zich vooral moeten richten op hoe we deze kunnen laten ontstaan in plaats van haar topdown te ontwerpen en opleggen. Daar heeft de natuur geen boodschap aan.

Saskia van den Muijsenberg is directeur en medeoprichter van biomimicryNL en Certified Biomimicry Professional. Ze heeft zo’n 20 jaar ervaring in marketing, verandermanagement en strategische innovatie. Werkte voor diverse Fortune 500 bedrijven. Katalyseert innovatie door anderen ontwerpstrategieën uit de natuur te laten ontdekken, deze verder te ontwikkelen en vervolgens te vertalen naar echte business opportunity’s.

Jan Jonker
is hoogleraar Duurzaam Ondernemen aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Zijn werk concentreert zich op drie samenhangende thema’s: de nieuwe economie of te wel de WEconomy, het ontwikkelen van nieuwe business modellen en het anders denken over geld oftewel ‘hybride bankieren’. Zijn meest recente bestseller is het boek ‘Nieuwe Business Modellen: Samen Werken aan Waardecreatie’ (2014). Momenteel werkt hij aan een pilot-onderzoek over Business Modellen voor de Circulaire Economie in Oost Nederland.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels