artikel

Circulair Organiseren: value for many

Organisatie

Kern van de Circulaire Economie (CE) is het sluiten van kringlopen. Maar over welke kringlopen hebben we het dan? Waar moeten we mee aan de slag? Wat ligt binnen het bereik van een organisatie en wanneer zijn andere partijen nodig? Verschillende vragen die vragen om ordening aan te brengen. In een recente column hebben we dat gedaan met de introductie van een Kringlopen Ladder. Hier willen we dat idee nog een slag verder uitwerken en voorzien van wat kritische kanttekeningen.

Circulair Organiseren: value for many

De ene kringloop is de andere niet
In een eerdere column hebben we ingezoomd op een hiërarchie voor kringlopen. Denken in kringlopen is immers een belangrijke hoeksteen van het circulaire denken. In die bijdrage zijn we echter stilletjes voorbijgegaan aan de betekenis van de term kringloop; dat willen we hier rechtzetten. Een kringloop is een proces dat een aantal opeenvolgende stadia of fasen kent, maar waar uiteindelijk de uitgangstoestand weer wordt bereikt. Althans, dat is de idee. Even digitaal surfen laat zien dat er tientallen definities en interpretaties van de idee kringloop zijn, waaronder biologische, materiële, historische, financiële, fysiologische en niet in de laatste plaats sociale. In het CE denken gaat het in eerste instantie om materiële stromen die geen natuurlijke cyclus kennen, maar georganiseerd moeten worden. Het voorstel om te komen tot een Kringlopen Ladder is daarop geënt.

Op weg naar een Kringlopen Ladder
Wij hebben voorgesteld om een indeling in vijf ontwikkelfasen van (materiële) kringlopen te maken. Dat is redelijk arbitrair; het kan allemaal nog veel genuanceerder en het is zeker niet gelukt om alle soorten kringlopen hierin onder te brengen. Maar toch, maar toch, we moeten ergens beginnen. Dit is ons voorstel voor een indeling:

  1. in-huis circulariteit
  2. een gedeeltelijke waardeketen integratie
  3. een gesloten ‘simpele’ mono-materiële kringloop
  4. een organisatie-ecologie van kringlopen
  5. een omvattend organisatorisch-economisch systeem

De vraag is of deze fasen per definitie in de tijd na elkaar moeten plaatsvinden. Het antwoord is natuurlijk nee, maar deels moeten ze elkaar toch in de tijd opvolgen of naast elkaar bestaan.. Afhankelijk van de aard van de bedrijfs- of kringloopactiviteiten kunnen fasen naast elkaar bestaan. Dat geldt in meer of mindere mate voor de eerste drie fasen. Maar bij de laatste twee fasen neemt de complexiteit en interdependentie zodanig toe dat alleen nog gedacht kan worden in termen van een organisatie-ecologie en in subsystemen.

Wat er onder schuil gaat
Wat deze fasen wel laten zien zijn vijf onderliggende ontwikkelingen. Waar fase 1 nog relatief simpel is, neemt de complexiteit van het organiseren in elke fase toe. Daarnaast vraagt dat organiseren van kringlopen om actieve en daadwerkelijke betrokkenheid van steeds meer partijen. Dat loopt van een autonome organisatie, via een (deel van) de keten, naar een netwerk van partijen. Het zijn die partijen met hun competenties en vaardigheden die samen een kringloop organiseren.

Een tweede onderliggende ontwikkeling betreft een verschuiving van het klassieke eco-efficiency naar eco-innovatie. Bij het eerste ging het in de kern om ecologisch en economisch besparen, maar het bestaande intact laten (zie o.a. WBCSD, www.wbcsd.org). Het sluiten van kringlopen die in toenemende mate complex worden vraagt echter om anders denken over organiseren. We kunnen dit tentatief ‘eco-organisatie-innovatie’ denken noemen. Het gaat immers om het samen anders ontwerpen en organiseren van een combinatie van producten en diensten.

En dat laat gelijk een vierde ontwikkeling zien. Want dit betekent dat de eenheid van waaruit dat wat georganiseerd moet worden, verandert. De beweging is van organisatie-centrisch naar netwerk-centrisch: werken in een netwerk van partijen. Dat betekent een ander organisatiemodel. Tenslotte is het onvermijdelijk dat het doorlopen van de vijf fasen ook een verschuiving betekent van conventionele business modellen naar business modellen die toegespitst zijn op een circulaire economie. Al was het maar omdat het transactiemoment verschuift van het hier en nu naar later in de tijd.

Paradigma wissel?
De voorgestelde benadering van een Kringlopen Ladder biedt een beetje houvast om de toenemende complexiteit en interdependentie beter te begrijpen. Als we dat samenvoegen met de onderliggende ontwikkelingen, dan wordt mogelijk één kwestie steeds scherper. Ten volle circulair organiseren vraagt om een radicaal andere manier van denken, en van organiserend doen. Het is niet een kwestie van wat beter recyclen en wat meer hergebruik; het gaat echt om een ander economisch-organisatorisch concept. De vraag is of we dat in al het enthousiasme voor het onderwerp wel voldoende beseffen. Dat doet ertoe, want de circulaire economie zet de lineaire economie op zijn kop en vraagt om te slagen om het anders inrichten van de bestaande gevestigde orde. Niet iedereen zal daar met vreugde in meegaan.

Door: Jan Jonker en Niels Faber

Jan Jonker is hoogleraar Duurzaam Ondernemen aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Zijn werk concentreert zich op nieuwe business modellen in een veranderende economie. Zijn meest recente bestseller is ‘Nieuwe Business Modellen; Samen Werken aan Waardecreatie’ (2014). Momenteel werkt hij aan de opbouw van een landelijk onderzoek over Business Modellen voor de Circulaire Economie (BMCE).

Niels Faber is onderzoeker aan de Radboud Universiteit Nijmegen en docent aan de Hanzehogeschool Groningen. Sinds 2002 doet hij onderzoek op het gebied van sociale duurzaamheid, met een focus op kennismanagement, organisatievormen en besluitvorming. Zijn onderzoeksfocus ligt op emergente vormen van organiseren rond duurzaamheid. Hij is auteur van meer dan 50 publicaties, inclusief boeken, boekhoofdstukken, artikelen en conferentie papers.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels