artikel

Alles over stakeholders, stakeholdermanagement en de stakeholdertheorie

Organisatie

Het woord stakeholders betekent belanghebbenden, en wordt gebruikt voor personen of organisaties (of in brede zin ook de omgeving), die invloed kunnen uitoefenen op de organisatie of beïnvloed worden. Stakeholders van een organisatie kunnen zijn medewerkers en klanten, maar ook milieugroeperingen, leveranciers, en indien een brede betekenis van stakeholders wordt gehanteerd ook het milieu (Qoin, 2008).

Alles over stakeholders, stakeholdermanagement en de stakeholdertheorie

Stakeholders zijn belangrijk voor een organisatie. Zij kunnen ofwel zelf invloed uitoefenen op de organisatie, ofwel beïnvloed worden door het handelen van de organisatie. Doordat deze stakeholders ieder hun eigen belangen nastreven, zal er vanuit diverse stakeholders druk op de organisatie uitgeoefend worden om het beleid van de organisatie te sturen.

Vanuit het stakeholderprincipe wordt geredeneerd dat een organisatie naast het streven naar winstmaximalisatie zich ook zal moeten bekommeren om de stakeholders. Aangezien de maatschappij zich er steeds meer van bewust is dat bedrijven met al het aanwezige kapitaal het verschil kunnen maken op het gebied van een duurzame maatschappij, zijn er meer stakeholders gekomen die druk uitoefenen op de organisaties om zich bezig te houden met dit onderwerp (Qoin, 2008).

Stakeholdermanagement

Stakeholdermanagement wordt gezien als een uitlijning van ondernemingsacties en de missie van de onderneming. Stakeholdermanagement is in tegenstelling tot MVO ontstaan uit de managementpraktijk. Daarom denken managers vaak nog niet in termen van MVO, maar hebben ze wel een verantwoordelijkheid naar hun stakeholders, waardoor toch een aantal aspecten van MVO wordt nagestreefd. De mate waarin de MVO- aspecten naar voren komen, is afhankelijk van hoe breed het stakeholderbegrip wordt geïnterpreteerd. Men kan een stakeholder opvatten als diegene zonder wie het bedrijf niet kan voortbestaan, of juist als iedereen die een belang zou kunnen hebben bij de organisatie en die hierdoor beïnvloed kan worden (bijvoorbeeld NGO’s). Bij de laatste mogelijkheid zal het toepassen van stakeholdermanagement ingewikkelder zijn dan bij de eerste, maar zullen er waarschijnlijk wel meer MVO-aspecten naar voren komen.

Doordat stakeholdermanagement veel meer aansluit bij de ondernemingspraktijken, doelen en missies kunnen organisaties stakeholdermanagement wel gemakkelijker toepassen dan wanneer het gehele MVO-concept wordt geïmplementeerd. Managers hebben meer ervaring met disciplines als productie, marketing, financiering, accounting en personeelsbeleid en kunnen daarom hun verantwoordelijkheid op de belanghebbenden afstemmen (Clarkson, 1995). Clarkson heeft een stakeholdermanagementmodel ontwikkeld, waarin een systematische aanpak van het beschrijven, evalueren en managen van sociale prestaties van de organisatie naar voren komt om stakeholders op een juiste manier te betrekken bij de onderneming.

Met stakeholdermanagement kan de organisatie de relatie met de stakeholders zo optimaal mogelijk beheren en kan de verantwoordelijkheid van het bedrijf beter worden bepaald dan wanneer men de nadruk legt op het MVO-concept (Davenport, 2000).

Stakeholdertheorie

De term stakeholder wordt vanaf 1963 gebruikt en werd toen omschreven als groepen die het bedrijf nodig heeft om te kunnen voortbestaan (Stanford inVanspeybroeck, 2004). Deze term is in 1984 door Freeman verbreed tot ‘ieder individu dat of iedere groep individuen die de onderneming kan beïnvloeden of door de ondernemingsactiviteiten kan beïnvloed worden’. Door deze definitie wordt Freeman een van de grondleggers van de stakeholdertheorie genoemd. Dit had ook als oorzaak dat Freemans Strategic management: a stakeholder approach in veel navolgende managementliteratuur is gebruikt (Freeman, 1984 in Goodijk 2006).

De stakeholdertheorie gaat ervan uit dat organisaties niet alleen verantwoording moeten afleggen aan aandeelhouders, maar ook aan stakeholders die een direct belang hebben of betrokken zijn bij het organisatieproces. In de stakeholdertheorie hebben aandeelhouders net als in het shareholderperspectief recht op het krijgen van dividend. Immers, de ondernemingen hebben de aandeelhouders nodig om te kunnen opereren.

Evan en Freeman (1993:82) zeggen hierover: ‘De reden om geld uit te keren aan de eigenaren is niet omdat het bedrijf hun bezit is, maar omdat de ondersteuning van aandeelhouders noodzakelijk is om te kunnen overleven als bedrijf.’ Het doel om de aandeelhouders tevreden te houden zal dus nog steeds blijven bestaan. Echter, de doelen van de aandeelhouders om de aandeelwaarden zo hoog mogelijk te krijgen moeten meer worden afgewogen tegen de eisen van de andere belanghebbenden. Zo zullen de doelen niet alleen financieel, maar ook kwalitatief van aard zijn (Clarke in De Wit & Meyer, 2005).

Drie principes van de stakeholdertheorie

Er kan onderscheid worden gemaakt tussen drie principes van de stakeholdertheorie: normatief, instrumenteel en descriptief. De normatieve stakeholdertheorie vormt de basis. Deze theorie gaat na wat de organisaties moeten doen om rekening te houden met de stakeholders. In deze theorie worden stakeholders als een doel op zich gezien.

In de instrumentele stakeholdertheorie vormt dit juist een middel om het doel van de onderneming, winst maken, te bereiken. Met behulp van de instrumentele theorie kunnen verbanden worden gelegd tussen stakeholdermanagement en de andere vaak meer traditionele doelstellingen. Het uitgangspunt hierbij is dat ethische principes, als wederzijds vertrouwen en een goede samenwerking, kunnen leiden tot marktsucces en voordeel.

De derde, de descriptieve stakeholdertheorie, bevindt zich meer aan de oppervlakte waarin vragen worden gesteld zoals welke stakeholders zijn belangrijk en wanneer zijn zij belangrijk, zodat verder onderzocht kan worden welke middelen de onderneming beschikbaar kan stellen voor deze stakeholders. Hierbij moet rekening worden gehouden met het feit dat stakeholders in de loop van de tijd van karakter kunnen veranderen. De onderneming moet daarom niet zomaar stakeholders uitsluiten. De descriptieve theorie wordt ook gebruikt om bepaalde kenmerken van de onderneming en het ondernemersgedrag te bepalen en te analyseren.

Deze drie principes kunnen met elkaar verweven zijn, maar ook juist onverenigbaar met elkaar zijn. Hier zijn de meningen over verdeeld. Deze verschillende zienswijzen worden ook wel convergente en divergente stakeholdertheorie genoemd (Vanspeybroeck, 2004).

Bron: Inleiding in maatschappelijk verantwoord en duurzaam ondernemen

Door: Jan Jonker

Reageer op dit artikel