artikel

Wie vraagt, wordt overgeslagen? Onzin!

Persoonlijke groei

Al van jongs af aan indoctrineren we onze kinderen ermee: wie vraagt wordt overgeslagen. Een lesje bescheidenheid geven we ze op die manier mee. Maar eigenlijk is het pertinente onzin: wie niks vraagt, zal namelijk nooit wat krijgen.

Wie vraagt, wordt overgeslagen? Onzin!
Als je niets vraagt, zul je ook niets krijgen

Door onze kinderen van jongs af aan te leren dat ze eigenlijk niets mogen vragen, tenzij we ze daar expliciet toestemming voor geven, creëren we mensen die bang zijn om hulp te vragen. En die angst werkt een heel leven door. Doordat we kinderen steeds vaker de deksel op de neus geven als ze een vraag stellen, zullen ze niet gemotiveerd raken om vragen te stellen. En daarmee perken we hun leervermogen in. Zelfs op school gebeurt dat. Want je mag niet een hele les door vragen stellen, dat moet binnen gestelde tijden, en bij proefwerken of overhoringen mag je ook geen vragen stellen, en al helemaal niet aan je klasgenoten. Terwijl we dat later in het bedrijfsleven juist als vaardigheid zien, want dan heet het vragen stellen aan je collega’s bij een moeilijk project samenwerken.

En er speelt nog iets mee: als je nooit wat vraagt, krijg je nooit wat je wilt. En juist nu staan alle organisaties bol van het doelgericht, efficiënt werken waarbij medewerkers in hun kracht moeten komen, en hun talenten moeten bundelen. Elke medewerker moet zich dus afvragen waar hij goed in is, en voor de dingen waar hij (of zij) niet goed in is, moet hulp worden gevraagd. Maar dan word je overgeslagen, zo hebben we geleerd.

Of je bent lastig. Of dom. Volgens de collega’s of de manager: ‘Ik vind dat je te veel kritische vragen stelt. Dat geeft geen positieve bijdrage aan het proces.’ Bam. Daar is die deksel weer. Of de manager of de collega speelt voor leraar: ‘Dat is een stomme vraag, want dat heb ik al uitgelegd, ik wil wel een beetje niveau en oplettendheid‘. Hoe gemotiveerd zal die collega (en de andere collega’s) nog zijn om ooit nog een vraag te stellen?

Nog los van het feit dat betrokken collega, of manager, of leraar zelf verantwoordelijk is om iets goed uit te leggen (want als iemand het niet begrijpt, heb je het niet goed uitgelegd), zorgt het niet voor een klimaat van openheid, zorgt het er niet voor dat collega’s vragen durven stellen. Kortom, de samenwerking zal op zijn minst minder snel van de grond komen. En de collega’s zullen maar wat aanprutsen, bang om iets te vragen. En juist daardoor worden ze overgeslagen.

Toch moeten we van alles bereiken. Op ons werk, en in ons persoonlijke leven. Maar je kunt pas iets bereiken als je weet wat je wilt bereiken. En dat durft uit te spreken. Of om hulp durft te vragen bij het bereiken daarvan. En doordat we mensen van jongs af aan afleren om vragen te stellen, gebeurt dat juist niet.

Duizenden mensen zitten in de schuldsanering. Duizenden mensen krijgen een burn-out. Duizenden mensen krijgen een bore-out. En vrijwel al die mensen zeggen dat ze blij zijn dat ze uiteindelijk om hulp hebben gevraagd. Dat hadden we eerder moeten doen zeggen ze dan. Veel eerder. Maar dat deden ze niet, uit angst te worden overgeslagen.

Laten we dus afspreken dat we de uitdrukking ‘wie vraagt wordt overgeslagen’ uit ons woordenboek schrappen. En dat we kinderen, werknemers, collega’s, iedereen de ruimte geven om vragen te stellen. En laten we dat vervangen door een nieuwe regel: domme vragen bestaan niet, domme antwoorden wel.

Door: Eduard van Brakel

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels