artikel

Toezicht is niet alleen de oplossing

Strategie

Helaas: toezicht is niet alleen een oplossing, maar ook (en misschien wel op de eerste plaats) een probleem.

Onlangs sprak ik een collega die iets zei wat mij zeer trof: we leven in een tijd van inquisitie. Hij maakte die opmerking naar aanleiding van de affaire Nijkamp. Nijkamp, hoogleraar ruimtelijke economie aan de VU, zou zich schuldig hebben gemaakt aan zogenaamd zelfplagiaat. Eigenlijk weten we nog niet zo goed wat dat precies is, zelfplagiaat, maar we bestempelen het voor alle zekerheid maar snel als ‘fout’. Nu wil ik bepaald niet zeggen dat er in deze zaak niets aan de hand is. Ik verkondig al een aantal jaren de opvatting dat ons systeem van ‘performance management’ op universiteiten ziek is. De sterke nadruk op aantallen wetenschappelijke publicaties leidt tot ongewenst gedrag, dat in wisselende samenstelling de vorm aanneemt van narcisme, opportunisme en angsthazerij.

Angst, opportunisme en narcisme
Helaas: toezicht is niet alleen een oplossing, maar ook (en misschien wel op de eerste plaats) een probleem. Enerzijds levert toezicht de monitor die ‘fout’ gedrag probeert te detecteren en die zo het gedrag van bestuurders, managers en professionals binnen de perken van het ‘goede’ kan houden. Maar anderzijds roept de monitor voor je het weet ook ‘fout’ gedrag op, het gedrag dat men eigenlijk probeert te bestrijden. Dat geldt met name wanneer het toezicht in het kader van instrumentele verantwoordelijkheidsstelling, van afrekening in zowel positieve als negatieve zin dus, wordt geplaatst. Wie weet dat hem ofwel de beloning ofwel de inquisitie wacht zal er alles aan doen om goed voor de dag te komen. Alles, zowel het geoorloofde als het ongeoorloofde. Daartoe heeft hij vele mogelijkheden. Immers, de monitor representeert prestaties, maar het probleem is dat die representatie altijd onvolledig is. Prestatiemaatstaven bijvoorbeeld, of ze nu ‘financial’ of ‘non-financial’ zijn, kunnen nooit de prestaties in hun volledigheid registreren. Degene waarop het toezicht zich richt weet dat en zal slinks proberen de representaties zo gunstig mogelijk te laten uitkomen. Als gevolg daarvan zal de monitor niet alleen prestaties representeren, maar zal zij ook, vaak onbedoeld, interveniëren. Representatie en (onbedoelde) interventie zijn dus niet van elkaar te scheiden. Angst, opportunisme en narcisme doen hun werk goed en dat is niet ondanks, maar dankzij de monitor.

De toezichtparadox
Het wordt tijd dat we deze toezichtparadox gaan bestrijden. Dat kan maar op één manier: veel meer ruimte voor dialoog en interactie in een sfeer van onderling vertrouwen. Ons ‘governance’-denken zal drastisch moeten veranderen. Ons geloof in de financiële beloning en in de inquisitie moet plaatsmaken voor een geloof in de betrokkenheid van mensen bij de praktijken die zij uitvoeren en waarvoor zij verantwoordelijk zijn. Ik hoor vaak van mensen die een rotsvast geloof hebben in prestatiebeloning en/of in de inquisitie dat dit naïef is. Dat is onzin. Ik ken heel veel mensen die zich van binnenuit met een organisatie of met bepaalde praktijken verbinden. Mensen die hun ziel en zaligheid in dat bedrijf of die activiteiten leggen. Zij worden door al dat toezicht voortdurend gefrustreerd en in het keuslijf van Narcissus, Opportunist of Angsthaas geduwd. Dat is vernietiging van intellectueel en sociaal kapitaal. Natuurlijk: overal kunnen er rotte appels in de mand liggen en die moeten er snel uit worden gehaald. Maar de rotte appel is uitzondering, geen regel. Daarom moeten de (financiële) prestatiebeloning en de inquisitie ook de uitzondering zijn en niet de regel. Gelukkig zie ik dat dat inzicht in veel organisaties steeds meer doorbreekt, zij het van onderop. Nu maar hopen dat ook steeds meer (top)bestuurders en (top)managers de omslag willen en kunnen maken.

Bron: prof. dr. E.G.J. Vosselman in Tijdschrift Controlling, maart 2104.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels