artikel

Universele principes voor effectieve strategie-executie

Strategie

Waarom is strategie-executie ook een proces? Een proces dat een procesmodel vereist net zoals elk ander proces in een professionele organisatie. Wij verzamelden vier versnellers en zestien bouwstenen voor succesvolle strategie-executie.

Universele principes voor effectieve strategie-executie

Een bestuurder zei tijdens ons driejarig onderzoek: ‘als ik al onze mislukte veranderinitiatieven op een rij zet is het patroon klip & klaar. We hebben stappen overgeslagen van idee tot en met executie. En dat kan niet straffeloos. Aan de run-kant van organisaties vinden we het allemaal zo logisch als koek dat je processen hebt: verkoop, marketing, operatie, logistiek, sourcing, etc. Maar aan de change-kant moet resultaat blijkbaar vanzelf goed komen. Quod non!’, ‘Strategie-executie aan de change-kant is ook een proces waarin we binnen organisaties één taal en methode nodig hebben’.

Een effectief proces bevat noodzakelijke stappen, in een logische volgorde en samenhang. Om een helder overzicht te creëren, heb ik het hele proces van strategie-executie uiteengerafeld en onderverdeeld in vier versnellers en zestien bouwstenen.

Hoewel er in strategie-executie natuurlijk altijd sprake is van een logische volgorde, betekent dat niet dat ik een cascade-aanpak voorsta, waarbij de verschillende stappen keurig netjes na elkaar, bijna schools worden afgewerkt. De praktijk is immers weerbarstig en de vertreksituatie is nooit blanco. Wanneer een innovatieproject al aan de gang is, zou het zomaar mogelijk kunnen zijn dat je instapt bij bouwsteen 12, waarin het draait om het slaan van een brug naar de lijnorganisatie. Of bij bouwsteen 15, waarin het leren van het project centraal staat, om de gemaakte fouten voortaan te kunnen voorkomen. Elke versneller en elke bouwsteen in het Strategie = Executie-model is zelfstandig bruikbaar. En hoe je ze gebruikt, is afhankelijk van het type sector, organisatie, vraagstuk, ambitie, vermogen en het stadium waarin de organisatie zich bevindt. Een goede kok kookt met principes, niet met standaardrecepten.

Maatwerk

Het is evident dat strategie-executie als een proces met stappen gezien moet worden. De vier versnellers en zestien bouwstenen zijn uit ons brede onderzoek komen bovendrijven als universeel en tijdloos effectief. Daar kun je dus maar beperkt in winkelen. Binnen de bouwstenen blijft het uiteraard maatwerk. Soms heb je bepaalde bouwstenen niet nodig. Een klein project om een wetswijziging door te voeren heeft geen meeslepende storytelling nodig, om een voorbeeld te noemen.

Hard en zacht

In deze blogpost zal ik de vier versnellers en zestien bouwstenen kort introduceren. De eerste versneller, waarin de keuze voor een nieuw project of programma wordt gemaakt, geldt voor de organisatiebrede strategiebepaling. Wanneer de keuze voor een nieuw initiatief is gemaakt, gaat het in de strategie-executie natuurlijk om de projecten en programma’s en werken we niet langer organisatiebreed.

Bouwstenen voor strategie-executie

Elke versneller kent vier bouwstenen. Dat is de echte how-to. Per versneller onderscheid ik twee ‘harde’ bouwstenen en twee ‘zachte’.

De eerste bouwsteen van elke versneller gaat over de doelen en baten die met het initiatief gerealiseerd moeten worden, ‘het waarom’. De tweede bouwsteen van elke versneller gaat over de inhoud van de strategie en de initiatieven uit het portfolio, ‘het wat’. Die twee typen bouwstenen beschouw ik als ‘hard’.

De derde bouwsteen van elke versneller gaat over de executie- en veranderstrategie, ‘het hoe’. En de vierde bouwsteen van elke versneller, de onderste rij in het hierbij afgebeelde model, gaat over eigenaarschap voor het initiatief en de beoogde baten, ‘het wie’. Deze twee laatste typen bouwstenen beschouw ik als ‘zachte’ bouwstenen.

Samen vormen de versnellers en de bouwstenen de ‘how-to’ voor de toekomst. Het zijn dus eerder ‘future’ dan ‘best practices’.

Het model voor strategie-executie

Het model voor strategie-executie

Uitleg over de 4 versnellers en 16 bouwstenen van strategie-executie

Versneller 1, KIES, geldt zoals gezegd organisatiebreed. Deze versneller beschrijft het proces waarin je tot een gedragen strategie komt.

In bouwsteen 1, AMBIEER, is ons doel een onversneden, puur inhoudelijke strategie te formuleren. Als je het doet, doe het dan goed. Besteed er alleen veel minder tijd aan. Besteed net zoveel aandacht aan de strategische richting als aan de vraag of de strategie slagkracht, ‘agility’ en snelheid heeft (SAS).

In bouwsteen 2, SELECTEER, maken we de vertaalslag van strategie naar het portfolio van initiatieven. We maken een scherpe keuze in het portfolio aan initiatieven, zodat we glasheldere opdrachten kunnen geven en duidelijke eisen aan de aanpak kunnen stellen.

Bouwsteen 3 heeft de titel APPELLEER gekregen. We willen de strategie eerst toetsen en vervolgens verrijken, zodat er een levende strategie ontstaat. Daarvoor hebben we veel meer nodig dan communicatie alleen: het ‘why’ van de strategie moet glashelder zijn. Een aantrekkelijk verhaal is onmisbaar.

In bouwsteen 4, ACTIVEER, ontwikkelen we echt eigenaarschap voor het initiatief. De leiders vervullen hierin een sleutelrol. De top van de organisatie moet in één film zitten. Laat opdrachtnemers en andere sleutelspelers hier goed inchecken, anders wordt het niets. Ga dan niet verder.

Na de eerste versneller en de eerste vier bouwstenen concentreren wij ons op het project of programma waarin we het nieuwe initiatief hebben ondergebracht.

Versneller 2, INITIEER, beschrijft het proces waarin je per initiatief analyse, ontwerp en eerste executie uitvoert.

De eerste bouwsteen van deze versneller is nummer 5, MUST HAVE. Hier vragen wij ons af welk fundament elk initiatief nodig heeft. We formuleren een duidelijke opdracht, de wil en de noodzaak, een antwoord op ‘het kleine waarom’, een businesscase en een hypothesegerichte analyse.

Bij bouwsteen 6, DOORBRAAK, komen we bij de inhoud, de ruggengraat van alles. We ontwikkelen een minimaal levensvatbaar product (MLP), dat tenminste één doorbraak naar vernieuwing moet bevatten.

Dan gaan we door naar bouwsteen 7, EXCELLENTE START. De executiecirkel bestaat uit een aantal vaste stappen. Met behulp van de executiecirkel vindt de executie van het MLP plaats bij een eerste groep medewerkers, de eerste golf. Het draait in deze eerste golf om snel falen en slagen.

Bouwsteen 8 gaat over de PSYCHOLOGISCHE CHECK-IN. De trekker, de project- of programmaleider, en de andere sleutelspelers van de executiecoalitie checken psychologisch in op het initiatief en de bijbehorende doelen.

Versneller 3, OOGST, beschrijft het proces waarin je baten oogst, doorontwikkelt en opschaalt.

In bouwsteen 9 gaat het om de BATEN. Met het MLP in de eerste executiecirkel kunnen we een begin maken met meten en oogsten. Zet een meetsysteem op en introduceer een systeem voor ‘benefit tracking’. Laat feiten leiden.

Bouwsteen 10 heet ONTWIKKEL DOOR. De middelen worden allemaal tot implementatieniveau uitgewerkt en de monitoring van de businesscase wordt opgezet. Constante alignment met andere initiatieven en disciplines moet een tweede natuur worden. Ontwikkel het MLP door in nauwe aansluiting op klantwensen en de praktijk.

Bouwsteen 11: SCHAKEL OP. Dit is waar uitgekiende opschaling- en uitrolmethoden worden gekozen, uitgewerkt en in gang gezet. Vaak moet je van 15 naar 1500 man. Niet alle 1500 waren bij de basisanalyse en het ontwerp aanwezig en dat is maar goed ook.

En in bouwsteen 12, SLA BRUG, ruimt de top samen met de executiecoalitie blokkades op en is er gelegenheid de successen te vieren. Het gaat om waarde toevoegen en positieve invloed. Alle betrokken professionals ontwikkelen zich tot sterke ambassadeurs en spelen een sleutelrol in de onomkeerbaarheid van de verandering.

De vierde en laatste versneller, BORG, beschrijft het proces waarin je de baten borgt en leert.

Bouwsteen 13 heet STUUR BIJ. Professionals moeten vooral zelf in staat worden gesteld te sturen op hun verantwoordelijkheden. Zelfmonitoring is sterker dan management. De businesscase monitoring-methode die is gekozen is medewerkers daarbij behulpzaam. Gebruik zoveel mogelijk visual management.

Bouwsteen 14, OPEN ARCHITECTUUR, is een pleidooi voor een eenvoudige en open architectuur, voor omschrijving van processen, ICT, kennis, competenties en gedrag. Dat maakt doorontwikkeling makkelijk. Zo vanzelfsprekend moet doorontwikkelen en bijhouden van het MLP worden. De nieuwe werkwijze, het ontwerp, wordt geborgd, bewaakt en aangepast waar nodig.

Bouwsteen 15, LEER, is ongelooflijk belangrijk. Zelden wordt expliciet geleerd van afgeronde initiatieven. Zonde, want leren vergroot het executievermogen. Waar het wel gebeurt, wordt de organisatie na elk initiatief aantoonbaar beter in strategie-executie door toepassing van het geleerde in de volgende initiatieven.

En ten slotte bouwsteen 16, DE EXTRA MIJL. Als het goed is landt elk initiatief uiteindelijk bij de resultaatverantwoordelijken in de lijnorganisatie. Zij zijn vanaf dat moment definitief eigenaar van de doelen en de nieuwe werkwijze. Borging staat of valt met verankering in de lijn. De extra mijl gaan is de beste manier om dit te bewerkstelligen.

In mijn volgend blog lees je meer over de manier waarop dit model gebruikt moet worden.

Dit is het twaalfde blog in de serie naar aanleiding van het verschijnen van het boek Strategie = Executie. #strategieisexecutie #strategie=executie-model. Strategie = Executie. Sneller verbeteren, vernieuwen en innoveren.

Door Jacques Pijl, auteur van Strategie = Executie

Het boek: Strategie = Executie

Hoe kunnen organisaties strategie-executie tot nr.1 prioriteit verheffen? En sneller verbeteren, vernieuwen én innoveren? Dat lees je in Strategie = Executie. Dit boek is gebaseerd op het onderzoek dat Turner drie jaar geleden startte naar de succesfactoren van strategie-executie en innovatie. We interviewden 60 bestuurders en professionals en analyseerden meer dan 75 cases, 300 relevante boeken en artikelen.

Reageer op dit artikel