artikel

Het nut van een eed afleggen

Strategie

Artsen leggen een eed af. Deze eed, die is ontstaan in de Griekse oudheid ten tijde van Hippocrates, is verschillende keren vernieuwd, onder andere naar aanleiding van de rol van artsen gedurende de Tweede Wereldoorlog en de euthanasiediscussie. Maar waarom zou je nu nog een eed afleggen?

Het nut van een eed afleggen

De belangrijkste principes zijn opgenomen in de eed, bijvoorbeeld: respect, geheimhouding, bijscholen, of het belang van patiënt staat voorop; handelen in het belang van een staat, een bedrijf of de chemische industrie is uit den boze. Artsen werken in een diffuse omgeving: het stellen van een diagnose is om vele redenen geen exercitie met wiskundige exactheid; de behandeling nog minder. Ze worden zeer vele keren geconfronteerd met keuzevraagstukken: Ingrijpen of niet ingrijpen? Ken ik het belang van de patiënt wel? Consulteren of niet consulteren? Methode A of B? Of C een keer proberen? Het is dan goed om steeds enkele uitgangspunten als richtsnoer voor het handelen te hebben.

Dienen van belangen

Het leven van bankiers en accountants is ten dele simpel: de regering, AFM, DNB, ECB en de bank hebben heldere regels gesteld. De vraag is of die regels worden nageleefd. Integendeel. Wat kan een eed daaraan toevoegen? Artsen hebben één belang te dienen: dat van de patiënt. Maar zolang bankiers drie belangen moeten dienen – het belang van de aandeelhouder, het belang van de maatschappij en het belang van de cliënt – zaait een eed slechts verwarring. Temeer daar in die discussie wordt ontweken dat een algemene bank, het ligt anders bij een zakenbank (investment bank), niet een gewone onderneming is maar een institutie. Een algemene bank dient daarmee in de eerste plaats een publiek belang, dat van intermediatie van kapitaal onder reductie van informatieasymmetrie, op een wijze die bijdraagt aan de stabiliteit van de samenleving. Met het opheffen van de scheiding van algemene banken en zakenbanken werd die institutionele rol in de VS uit het oog gedrukt, met als uiteindelijk resultaat de grote crisis van 2008.

Wat is het belang van de cliënt?

En bovendien: wat is het belang van de cliënt? Dat kent die cliënt vaak zelf niet: hij wil een maximale hypotheek, liefst 110 procent van het onderpand, aflossingsvrij. Maar zijn wens is niet congruent met zijn belang. Als een bankier dat zegt, loopt de cliënt boos weg: ‘Ik zal toch zeker mijn eigen belang wel kennen.’ Hoe kan dan gemeten worden dat een bankemployee in het belang van zijn cliënt heeft gehandeld? Zeker niet door een enquête onder cliënten! Ook niet door zijn baas, tenzij hij zich in het dossier en de cliënt heeft verdiept. Peer review dus, maar dat is ondoenlijk en zeer kostbaar.

Voor dit probleem bestaat volgens ons slechts één oplossing: het onderbrengen van systeemwerkzaamheden – waaronder het verstrekken van leningen volgens vaste regels – in afzonderlijke organisaties zonder aandeelhoudersbelang. Voor de overige diensten: heldere regels stellen en controleren op naleving. Intern door compliance officers en extern door AFM en centrale banken. Bij ernstige overtredingen zou een beroepsverbod moeten gelden. Het afleggen van een eed suggereert een bijdrage te leveren aan de oplossing van een probleem, maar doet dat niet. Erger nog, het roept een schijnzekerheid op. Ons advies is: hou op met die flauwekul. De onzinnigheid van de eedaflegging bij accountants blijkt alleen al uit het feit dat alle soorten accountants, ook zij die geen maatschappelijke rol vervullen, eenzelfde eed moeten afleggen.

Controleurs van jaarrekeningen worden op een hoop gegooid met interne accountants, CFO’s die de titel RA dragen, controllers, internal auditors, forensische onderzoekers, et cetera. In de tekst van de eed wordt bovendien gesproken over het ‘beroep van accountant’ terwijl een belangrijk deel van de RA’s een ander beroep uitoefenen. Opmerkelijk is ook dat de bankiers en accountants op dit punt niet of nauwelijks bekritiseerd worden vanuit de wetenschap of de journalistiek. Bovendien, aan een eed zou de sanctie verbonden moeten zijn van een beroepsverbod.

Bron: Verplichte literatuur voor commissarissen en bestuurders, dat op de longlist staat van de verkiezing van Managementboek van het Jaar.

Door: Hans Strikwerda en Jaap ten Wolde

 

Cover verplichte literatuur voor commissarissen en bestuurdersHet boek: Verplichte literatuur voor commissarissen en bestuurders

Verplichte literatuur voor commissarissen en bestuurders bevat een groot aantal praktische tips, maar indachtig de idee van integriteit, laat het ook zien wat daarvan beperkingen zijn en wanneer overgeschakeld moet worden op meer fundamentele principes. De arrogantie van de titel wordt waargemaakt: dit boek onderscheidt zich van bestaande literatuur, is onderhoudend en zeer informatief.

Reageer op dit artikel