artikel

Wat is de Circulaire Economie?

Strategie

De Circulaire Economie (CE) kan op verschillende manier gedefinieerd worden; er zijn inmiddels tientallen definities. We beperken ons hier tot enkele van die definities.

Wat is de Circulaire Economie?

Twee definities van Circulaire Economie

De korte definitie: de Circulaire Economie richt zich op waardecreatie door het organiseren van waardebehoud in kringlopen.

De lange definitie: De Circulaire Economie staat voor een economisch systeem gericht op het maximaliseren van de herbruikbaarheid van producten, onderdelen en grondstoffen. Streven is waardevernietiging te minimaliseren. Ideaaltypisch (maar zeker niet automatisch) zou de CE moeten leiden tot een restoratief en regeneratief economisch systeem.

Centrale principes circulaire economie

Twee centrale principes worden uit het voorgaande duidelijk over de circulaire economie, namelijk:

  • Kringlopen organiseren
    Binnen de circulaire economie is het sluiten van grondstofketens een centraal beginsel. Door een keten te sluiten wordt afval weer een grondstof. Het organiseren in kringlopen is een immense opgave waarbij verschillende partijen door te tijd heen samenwerken om waardebehoud en waardegeneratie te kunnen realiseren.
  • Benutten functionaliteit
    Binnen de circulaire economie worden producten, materialen en grondstoffen steeds intensiever gebruikt en ligt een sterke focus op maximale herbruikbaarheid met zo lang mogelijk behoud van de originele waarde. Met andere woorden, in de circulaire economie is de functionaliteit van producten, materialen en grondstoffen belangrijker dan eigendom hiervan. Doel wordt dan ook de benutting van deze functionaliteit te optimaliseren.

Nieuwe organisatiemodellen

Door het navolgen van deze principes ontstaan nieuwe organisatiemodellen op basis van kringlopen. Tegelijkertijd betekent deze vorm van waardecreatie ook dat er nagedacht moet worden over de onderliggende businessmodellen. Immers in de huidige lineaire economie wordt – geheel in lijn – gewerkt met lineaire businessmodellen. Dat betekent dat de waardeketen in plaats van de waardecyclus centraal staat. Dat is een keten die gebaseerd is op het idee van waardecreatie middels een input-throughput-output systeem. Als de principes van waardecreatie veranderen en we gaan denken in kringlopen betekent dat dus ook het werken aan een nieuwe generatie businessmodellen: coöperatief, circulair en cascaderend.

Dat laatste betekent waardecreatie door het stapelen van activiteiten in een waardecyclus. Wat de implicaties zijn van een verschuiving van waardeketens naar waardecycli wordt toegelicht in de volgende alinea’s.

Het onderscheid tussen lineair en circulair (en vice versa)

Onze maatschappij is een maatschappij van organisaties. Alles wat wij zijn wordt door, voor en met elkaar georganiseerd. Het grondpatroon in het organiseren is gebaseerd op een industrieel model gericht op de transformatie van grondstoffen tot producten. Organisatorisch gezien gebeurt dat heel efficiënt. Economisch gezien is het (impliciete) fundament dat producten zo kort mogelijk gebruikt worden, ook al zijn ze nog prima bruikbaar.

Dit leidt tot het stimuleren van een zo hoog mogelijke doorloopsnelheid, gebaseerd op het beginsel van ‘planned obsolescence’. Concreet betekent dit het na een beperkte gebruiksperiode ‘stuk laten gaan’ of overbodig maken van wat we maken. Dit vormt de basis voor het zogeheten ‘takemake-waste’ productiemodel gebaseerd op een lineaire waardeketen. Hoe sneller producten daarin doorstromen, des te groter de economische groei. Dit model leidt ook tot uitputting van grondstoffen en het vervuilen van de menselijke habitat, zeker in het licht van een sterk groeiende wereldbevolking. Daar een andere manier van denken tegenover plaatsen wordt gevoed door de notie duurzaamheid: zuinig omgaan met natuurlijk en sociaal kapitaal. In de jaren negentig van de vorige eeuw is daar de ‘recycle gedachte’ uit ontstaan. Dat heeft geleid tot het fameuze duurzame en circulaire trio recycle, reduce en re-use, waarop inmiddels talloze varianten zijn.

Naar een Circulaire Economie

Circulaire maatschappij

De maatschappij moet circulair worden

In de afgelopen halve eeuw heeft die notie van zuinig omgaan met natuurlijk kapitaal zich via verschillende stadia ontwikkeld tot het idee van een andere economie. Eén waarin grondstoffen, onderdelen en halffabricaten in beginsel ‘onbeperkt’ meegaan (dat geldt niet voor alle grondstoffen, want bijvoorbeeld voedsel wordt gewoon opgegeten). Het idee is ook dat het gaat om een economie waarin het ondernemen zou moeten bijdragen aan het behoud en de groei van verschillende vormen van kapitaal. Dan moet gedacht worden aan bijvoorbeeld sociaal, institutioneel, natuurlijk, financieel en cultureel kapitaal. Dit vraagt om het ontwerp van producten met het oog op een eenvoudige en efficiënte ‘ontmanteling systematiek’.

Dat verder uitdiepen betekent ook kijken naar de chemische samenstelling van grondstoffen met het oog op herbruikbaarheid (dit wordt o.a. geadresseerd door de Cradle2Cradle filosofie). En op haar beurt vraagt het dan om het organiseren van kringlopen waarin de waarde van grondstoffen en materialen zo goed mogelijk bewaard wordt met het oog op hergebruik.

Waarde van grondstoffen en materialen

In het huidige debat over grondstoffen wordt soms de suggestie gewekt dat alle materialen of grondstoffen oneindig hergebruikt kunnen worden. Daar zitten echter grote verschillen tussen en grenzen aan. Er zijn grondstoffen die bijvoorbeeld 7, 16 maar ook 27 keer hergebruikt kunnen worden (bijvoorbeeld rubber, glas, hout, blik, textiel, beton, et cetera), maar uiteindelijk degradeert materiaal in de meeste gevallen gaandeweg het gebruik, en is na verloop van tijd slechts nog geschikt voor laagwaardige toepassingen. Desalniettemin is er nog heel veel potentie voor verbetering  aanwezig in het proces dat leidt tot het bewaken en bewaren van waarde van grondstoffen en materialen.

Nieuwe concepten van waardecreatie en nieuwe businessmodellen

Circulaire Economie

Circulaire Economie vraagt om circulaire businessmodellen

Een dergelijke circulair georganiseerde economie krimpt in materieel opzicht vergeleken met de lineaire economie. Er wordt minder gedolven en gemaakt. Tegelijkertijd wordt alles wat gemaakt is, veel langer gebruikt waardoor nieuwe concepten van waardecreatie ontstaan en waardebehoud wordt gerealiseerd. Het biedt daarnaast kansen voor nieuwe banen, want de materie en producten in omloop houden vraagt om heel veel ‘handjes’. Een nieuwe economie, waarbij materiaalkringlopen zo veel als maar mogelijk worden gesloten en het organiseren van waardebehoud centraal staat, is het uiteindelijke doel van de transitie richting het circulair maken van dat deel van de economie wat daarvoor geschikt is.

Het organiseren in kringlopen betekent ook dat er nieuwe businessmodellen moeten komen. Want organiseren in kringlopen betekent dat het businessmodel gebaseerd is op het idee om bijvoorbeeld dezelfde grondstof of hetzelfde onderdeel of apparaat meerdere keren te verkopen, door de tijd heen. Dat betekent dat omzet niet op één bepaald moment in één transactie gerealiseerd wordt,  zoals bij de oude businessmodellen, maar door de tijd heen op meerdere momenten.

Daarnaast is het tot nu toe gebruikelijk dat een businessmodel slechts één organisatie omvat en uiteindelijk vooral gericht is op het inzicht geven in het voortbrengen van financiële waarden. Waardecreatie wordt zo versmald tot omzet, winst en geld verdienen. Bij de circulaire economie is het noodzakelijk om dit begrip te verbreden. Een paar dingen vallen op. Een circulaire economie vraagt om het samenwerken tussen bedrijven en andere partijen om een waardecyclus te realiseren. Daarnaast wordt het waardebegrip verbreed. Naast financiële waarden gaat het ook om het creëren van sociale en ecologische waarden. Gangbaar is om dit meervoudige waardecreatie te noemen.

Circulaire Economie: meer dan recyclen

Circulair is dus meer dan recyclen. Bij recycling is het doel afval opnieuw in te zetten op basis van de (rest)waarde. Bij circulair ondernemen is het doel afval te minimaliseren of idealiter niets meer tot afval te laten verworden. Dat laatste betekent meestal dat in de hele waardeketen veranderingen moeten plaatsvinden: van het gebruik van minder en het liefst hernieuwbare grondstoffen tot het maken van producten die lang meegaan en gemakkelijk te repareren zijn, die na hun levenscyclus goed te demonteren zijn of een aantal maal te upgraden. Dit moet ondersteund worden door business- en verdienmodellen die ervoor zorgen dat bedrijven belang hebben bij producten die vanuit deze visie ontworpen zijn en onderhouden worden.

Met de opkomst van de CE doet een debat over duurzaamheid haar intrede waarbij duurzaamheid een economische betekenis krijgt. Het is niet langer een ethische, morele of ecologische opgave die geld kost (denk aan de populaire uitspraak ‘Duurzaamheid is vooral duur’) waar de economie los van staat. Integendeel, de opgave van circulariteit inbrengen in de economie betekent anders denken over en werken aan de inrichting van de economie op basis van kringlopen en grondstoffen. Het centrale idee wordt dan het organiseren van zo integraal mogelijk waardebehoud door middel van het sluiten van kringlopen.

Bron: Werkboek Circulair Organiseren (Gratis te downloaden op: https://www.circulairebusinessmodellen.nl/publicaties/)

Door: Jan Jonker

Boekentips

Reageer op dit artikel