artikel

Betekenisvolle momenten voor de veranderaar

Verandermanagement

Je loopt als veranderaar op tegen betekenisvolle momenten waarvan je beseft dat, als ze goed uitpakken, ze vernieuwing een duw in de rug zullen geven. Sommige daarvan kun je zien aankomen of over je afroepen. Ten eerste betreft dat gelegenheden waar je de kans krijgt om ideeën te slijten: presentaties waar je het denken van collega’s kan beïnvloeden en daarmee de tijd rijp maakt voor iets nieuws. Dat zijn momenten om te zaaien.

Betekenisvolle momenten voor de veranderaar

Ten tweede gaat het daarbij om beslismomenten in verandertrajecten, zoals contractering aan het begin en evaluaties onderweg of aan het eind. Contractering bepaalt of een verandering van start kan gaan, of men zich eraan committeert en welke condities gaan tellen. En uit evaluaties volgt of een traject op waarde wordt geschat en of het een vervolg krijgt – in welke vorm dan ook.

Ten derde zijn er gebeurtenissen die je al een tijd in de lucht ziet hangen en waarvan je weet dat het spannend kan worden en die je in goede banen kan leiden. Denk aan een opvolgingskwestie in een familiebedrijf. Of het in de knel komen van de kleinste partner in een fusieproces. Of dat er, twee jaar na een grote transitie als die van het jeugdstelsel, politieke discussies ontstaan of het wel de moeite waard was en of het goed is gegaan.

Zulke momenten moet je aangrijpen, maar het hoeft niet bij dat soort momenten te blijven. Ik denk dat we in principe op elk moment iets bijzonder kunnen nastreven. Wat zou er gebeuren als we proberen ‘elk moment goed te leven’? Niet amechtig of hijgerig, maar als het verlangen naar kwaliteit van leven? Resteert wel de vraag hoe je het beste uit een betekenisvol moment haalt.

Jezelf als instrument accepteren

Je komt in zulke momenten niet alleen iets inbrengen, je neemt ook jezelf mee. Die twee zijn niet uit elkaar te halen. Een weergaloos verhaal dat je trillend en haastig vertelt, gaat niet landen. Nu geloof ik niet dat er een enkele stijl is die werkt en dat je die moet navolgen. Maar het valt niet te ontkennen dat, als iemand met zichzelf in gevecht is, dat fnuikend is. Wie zich anders probeert voor te doen dan hij is, werkt op halve kracht en laat zich makkelijker uit het veld slaan. Daar valt echter wel wat aan te doen.

Ik deed bij de start van een opleiding voor ervaren veranderaars een ‘nulde indruk’-oefening. We vroegen de groepsleden, die elkaar nauwelijks kenden, om in werkkleding naar het Bijlmer Parktheater te komen en daar om beurten ‘gewoon’ doorheen te wandelen. De anderen noteerden eerste indrukken – of eigenlijk dus de ‘nulde’ indruk, gegeven hoe weinig men nog van elkaar wist. Daarbij ging het, behalve om houding en beweging, vooral om het verkozen kapsel, typerende kleding en attributen (zoals een pen of laptop). Ook werd gelet op foto’s waarmee men zich afficheerde (bijvoorbeeld op LinkedIn).

Ik deed iets vergelijkbaars met adviesgroepen, waarbij de leden elkaar teruggaven wat hun vanaf dag 1 was opgevallen aan elkaars verschijning, maar wat men nooit hadden gezegd. Mensen blijken steeds al heel veel in de ruimte te brengen, nog voor ze een woord hebben gezegd. Anderen pikken onze stijl, rol of eigenaardigheden (en onze conflicten daarmee) er zo uit. Door dat terug te krijgen, kun je ontdekken waar je jezelf in de weg zit. Ik kan je aanraden dat eens te doen.

Betekenisvolle voorbeelden

Laat ik een paar voorbeelden geven. Ik herinner me hoe mensen konden vermoedden dat een collega zich onder de douche scheerde: hij miste al jaren plukjes, bij gebrek aan een spiegel. Dat stond niet op zich: zijn kapsel had iets van een vogelnestje. Hij had dat alles zelf niet of laat in de gaten. In formele settingen zat hij er daardoor vaak ongemakkelijk bij. Hij kon zijn morsigheid als stijl namelijk zelf slecht accepteren.

Bij een bureau waar we als ‘milieurakkers’ adviezen gaven aan de industrie om duurzamer te werken, droeg een collega steevast een paarse vlinderdas en een ander kanariegele sneakers. Daar kregen ze van die industriëlen opmerkingen over (vooral de sneakerdrager). Het leidde af van de lastige boodschappen die we kwamen vertellen, wat jammer was. De collega was echter gehecht aan zijn schoeiselkeuze. Bij doorvragen bleek dat te maken te hebben met non-conformisme: ‘Ik wil de industrie wel helpen, maar er niet bij horen.’ Die distantie kwam ook aan bij de klant, wat de acceptatie van zijn adviezen in de weg zat. Hij voelde zich thuis in zijn kleding, maar niet in het huis van de ‘tegenstander’. En daardoor raakte hij speelruimte kwijt.

Een trainster kreeg als nulde indruk terug dat ze een en al verleidelijkheid ten toon spreidde, in hoe ze zich kleedde, liep, lachte en sprak, en hoe ze mensen aanraakte. Dat riep schaamte bij haar op. Ze deed het wel met opzet, maar dacht het heel subtiel te doen. Maar het bleek juist manipulatief over te komen en dat stootte af. Dat effect zou het niet hebben gehad, als ze ongegeneerd kon zijn over haar flirterigheid. Dan had je erover kunnen dollen. Maar dat voelde voor haar weer een brug te ver.

In de voorbeelden zie je achtereenvolgens dat iemand (nog) geen vrede heeft met een eigen stijl, loyaliteit of eigenaardigheden. Het devies is te leren werken met wat je in huis hebt – ongegeneerd. Dat werkt altijd beter dan het alternatief. En zo kun je je aandacht en energie behouden bij de betekenisvolle momenten zelf.

Bron: Iedereen verandert – Nu wij nog

Door: Hans Vermaak

Het boek: Iedereen verandert – Nu wij nog

Iedereen verandert is niet simpel, want veranderen is niet simpel: je hebt er bagage bij nodig. Maar het is wel rechttoe rechtaan geschreven. Het vat een wereld van inzichten over veranderen, organiseren en leiderschap samen in korte teksten en voorbeelden, gebaseerd op dertig jaar ervaring en onderzoek.

 

Reageer op dit artikel