artikel

NZa mengt zich in discussie over preferentiebeleid van zorgverzekeraar CZ

Zorgmanagement

Op 15 oktober 2010 publiceerde zorgverzekeraar CZ een (inmiddels beruchte) lijst van vier kwaliteitscategorieën , waarin CZ de door haar geprefereerde ziekenhuizen voor borstkankerzorg aanwijst. Met de publicatie van dit preferentiebeleid schopte CZ tegen het zere been van verschillende ziekenhuizen, omdat zij door deze lijst worden beperkt bij het aanbieden van behandelingen voor borstkanker, danwel slechte reclame ontvangen als gevolg van het feit dat zij hun zorgverlening dienaangaande (volgens CZ) moeten verbeteren. De lijst leidde niet alleen tot een publicitaire storm, maar tevens tot verschillende gerechtelijke uitspraken (zie bijvoorbeeld een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Breda ) die overigens niet resulteerden in een verbod op de (publicatie van de) categorie-indeling van CZ. Nadat een gerechtelijk verbod tot publicatie uitbleef, heeft de vereniging van samenwerkende algemene ziekenhuizen (SAZ) de NZa verzocht om CZ te verplichten de informatievoorziening omtrent de categorisering te beëindigen, althans te wijzigen. Hoewel bezwaar ertegen uiteraard nog openstaat, lijkt het besluit van de NZa van 15 juli 2011 om dit verzoek af te wijzen het voorlopige sluitstuk van het getrouwtrek over de rechtmatigheid van (de publicatie van) de categorie-indeling van CZ. SAZ baseerde haar verzoek op artikel 40 lid 1 van de Wet marktordening gezondheidszorg, waarin is bepaald dat “ziektekostenverzekeraars informatie openbaar maken over eigenschappen van aangeboden producten en diensten op zodanige wijze dat deze gegevens door consumenten gemakkelijk vergelijkbaar zijn. Deze informatie betreft in ieder geval de premies en de kwaliteit van de aangeboden producten en diensten.” Het bezwaar van SAZ is gelegen in het feit dat de categorie-indeling van CZ (gedeeltelijk) is gebaseerd op de veronderstelling dat een ziekenhuis slechts goede borstkankerzorg kan leveren indien aldaar meer dan 150 behandelingen per jaar worden verricht. Anders dan CZ is SAZ van mening dat deze volumenorm niet kan worden verdedigd op grond van de beschikbare wetenschappelijke literatuur, waardoor CZ (in strijd met artikel 40 lid 1 Wmg) onjuiste informatie over de kwaliteit van de aangeboden producten levert door de categorie-indeling in de huidige vorm te publiceren. In haar besluit tot afwijzing van het verzoek van SAZ baseert de NZa zich grotendeels op het oordeel van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ)

Reageer op dit artikel