artikel

Prof. Jan Jonker: ‘Wachten is op eerste doodgevroren oudje in een portiek’

Zorgmanagement

Het zorgvraagstuk is van niemand meer is en dat terwijl de gemeente verantwoordelijk en wettelijk aansprakelijk is, stelt prof. dr. Jan Jonker in de Paul Cremers Lezing 2014. ‘Een duivels dilemma, want de gemeente kan zelf niet uitvoeren.’

Prof. Jan Jonker: ‘Wachten is op eerste doodgevroren oudje in een portiek’

‘De huidige institutionalisering zoals die neergezet is in Den Haag staat haaks op het mandje van vraagstukken waarvoor we staan. De huidige besturingsmodellen staan haaks op wat we met elkaar willen bereiken. We creëren zo anti-waarde en raken steeds verder weg van wat Wouter Hart zo mooi kernachtig noemt ‘de bedoeling’. We kunnen – in gewone mensentaal – er dus de klok op gelijk zetten wanneer het eerste oudje doodgevroren gevonden wordt in een portiek.’

De iconen: efficiëntie en effectiviteit
Jan Jonker (zie foto): ‘Het klassieke denken over organiseren is te beschrijven door twee manieren van denken samen te voegen en tot standaard te verheffen: de bureaucratie enerzijds en het industriële denken anderzijds. De bureaucratie leert persoon van functie te scheiden, waardoor gelijkheid en daarmee transparantie als beginselen toegepast kunnen worden in het organiseren. Daar is helemaal niets mis mee. Maar dan wel met controle graag, veel controle. Het industriële denken heeft ons geleerd dat alles, maar dan ook alles op te splitsen is in routinetaken en te organiseren met de kleinst mogelijke handelingen. De iconen van deze gebundelde manier van denken zijn de veronderstelde efficiëntie en effectiviteit. En met dit denken in de achterzak hebben wij alles, maar dan ook werkelijk alles in onze maatschappij in de afgelopen 150 jaar onder handen genomen. Daarmee is alles zogeheten functioneel- rationeel geworden: blikken vullen met doperwten, zorg verlenen en onderwijs. Ik citeer: ”De overheid heeft geen lange termijn visie op de zorg. Regelgeving tuimelt over elkaar heen. Controle op controle is aan de orde van de dag. Toezicht op toezicht. En bewindspersonen die weer allerlei maatregelen gaan nemen. Steeds weer implementeren van nieuwe bureaucratie. Want er komen wel regels bij, maar er gaan er zelden regels af” (anoniem).
Begrijp mij niet verkeerd: dit Tayloristische en ‘Fordiaanse’ denken heeft ons heel, heel veel goeds gebracht. Mogelijk, maar eigenlijk wel haast zeker is de huidige welvaart op grond van dit denken ontstaan. Jammer is echter wel dat deze industriële logica (want daar komt het vandaan) uiteindelijk de verbindingen tussen mensen, wie zij zijn en wat ze kunnen en hoe dat functioneert in organisaties waarin mensen werken, heeft ontkoppeld of – in gewoon Nederlands – stukgemaakt. In een wereld waarin alles teruggebracht is tot uitwisselbare functionele eenheden doet de relatie tussen mensen er niet zoveel meer toe. We raken steeds verder verwijderd van de bedoeling van de zorg. Aandacht, menselijkheid en empathie hebben plaats gemaakt voor productie, tijdsdruk en stress. Dat leidt paradoxaal genoeg tot inefficiëntie en ineffectiviteit. Na een periode met eenzijdige nadruk op het individu en in het verlengde daarvan ook op de “eigen” organisatie, zijn we elkaar met alle afkalvende verworvenheden aan het herontdekken. Zoekend naar nieuwe, naar andere vormen van “wij”. Ook in de zorg is een ander organisatiebewustzijn nodig om aandacht, menselijkheid en empathie te blijven organiseren. Maar met de huidige vorm van organiseren lijkt dat frontaal mis te gaan.’

Advies
Jonker wijst in zijn lezing ‘Zorg om Zorg – Opnieuw leren organiseren in tijden van transitie’, die op deze website geheel is opgenomen, een uitweg. Hij laat zien zien hoe nieuwe businessmodellen vanuit de samenleving ontstaan en zichtbaar worden. Hoe maatschappelijke vraagstukken en bedrijfskundige opgaven met elkaar verbonden worden tot duurzame innovaties en nieuw ondernemen.
Zijn advies aan de zorginstellingen is: ‘In tijden van transitie is het zaak te experimenteren. Reserveer daarvoor een beetje geld, maar vooral energie en denkkracht. Bouw met elkaar tuinhuisjes: experimenteerplekken waar we het nieuwe gedogen en uitproberen. Doe dat niet één, maar veel keer. Alleen zó valt te ontdekken wat anders kan en hoe dat organisatorisch werkt.’

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels