artikel

Zorgmarkt flirt met robots

Zorgmanagement

Zo’n 52 procent van de IT-beslissers in zorgorganisaties houdt zich bezig met robotica. Ze experimenteren ermee, denken serieus na over de inzet van robots, of hebben andere initiatieven ontplooid, zo blijkt uit onderzoek van Quint Wellington Redwood. De interesse in robotica stijgt, maar nemen de investeringen wel navenant toe? En hoe staat het met domotica?

Zorgmarkt flirt met robots

Vaak gaat de aandacht in de media uit naar robots zoals we die uit sciencefictionfilms kennen: een ijzeren pop die met een blikken stem onze fabrieken, huiskamers en zorginstellingen binnenloopt, aldus de opstellers van het WRR-rapport ‘De robot de baas’.
Maar wie zo’n ‘enge’ definitie van robots hanteert, mist veel van de belangrijke ontwikkelingen. Het gaat niet alleen over de fysieke robots, zoals Zora, Da Vinci en Paro, maar ook over technologieën als softbots, kunstmatige intelligentie (Amelia), sensornetwerken en data analytics.

Robotica wordt in nog geen van de organisaties volledig ingezet, blijkt uit de ruim 30 kwalitatieve interviews van Quint met IT-beslissers. Ze spreken veelal in toekomstige termen over robots. Enkele zorginstellingen geven aan op verschillende afdelingen begonnen te zijn met het inzetten van zogenoemde Zora robots en tiny robots.

Operatierobots in het ziekenhuis

Anderen lopen tegen barrières aan. “Wij doen nog niets, hoewel onze bewoners van het verzorgingstehuis veel baat kunnen hebben bij robotica. Helaas kan ik de RvB hiervan nog niet overtuigen”, reageert een van de respondenten.
Sommigen boeken meer progressie. “Onze labs maken wél gebruik van robotica. Daarnaast hebben we operatierobots in het ziekenhuis.”

Robotica is vaak nog geen onderdeel van het zorgproces. In de komende jaren gaat dit veranderen. “Binnen de thuiszorg hebben wij tiny robots. Wij hebben al veel stappen gezet, bijvoorbeeld met Alice, maar we zitten nog in de testfase.” Ook spreken IT-beslissers over robots die op termijn administratieve taken van mensen kunnen overnemen. Maar dat is nog toekomstmuziek, zegt een geïnterviewde.

Er is een duidelijk verschil in de wijze waarop care en cure aankijken tegen mogelijke toepassingen van robotica en domotica. Binnen care is men vooral aan het experimenteren, of bevinden de beide technologieën zich nog in de testfase.

Binnen cure is er nog weinig ruimte voor op dit moment. Deze onderzoeksbevinding spoort met de hypothese dat er in de care meer repeterende handelingen met een minder dynamisch cliëntenbestand plaatsvinden. Robots zijn dan wellicht eenvoudiger effectief in te zetten. In zowel cure- als care-organisaties is er overigens een even groot percentage (veertien procent) dat helemaal nog geen interesse heeft om robotica in te zetten.

Spotify, camera’s en Netflix

Robotica spreekt misschien het meest tot de verbeelding, maar de ontwikkelingen op het gebied van domotica zijn concreter en praktischer. Naast investeringen in gebruikelijke apparatuur, zoals spelcomputers, televisie, radio, Wi-Fi, Spotify, camera’s en Netflix, investeren zorgorganisaties miljoenen in domotica-toepassingen.

“Wij hebben initiatieven lopen op het gebied van e-health, beeldzorg, dwaaldetectie, valdetectie, sociale alarmering en beeldcontact”, zegt een van de respondenten enthousiast.
Apparaten worden steeds ‘slimmer’ doordat ze informatie verzamelen en combineren op basis van verschillende soorten sensoren, volgens onderzoeker Angelique Boekee, clientdirector Healthcare & Life Sciences bij Quint.

Zelfstandig hulpdiensten inschakelen

Denk aan een minisensor die een valbeweging registreert. Maar ook aan apparaten die patronen herkennen en zelfstandig hulpdiensten of behandelaars inschakelen als dat nodig is.
Een andere ontwikkeling is de toepassing van apparaten die zelfhulp (of training) mogelijk maken en/of de hulp van iemand op afstand faciliteren. Patiënten zijn hierdoor minder afhankelijk van professionals en hebben toegang tot care wanneer dat hun, of de mantelzorger het beste uitkomt. Hierdoor wordt gepersonaliseerde care mogelijk gemaakt.

“Zou het niet veel geld en werk schelen als zorgbehoevenden via hun iPad contact kunnen hebben met verpleegkundigen? Of als er signalen afgaan in ‘de zorgcentrale’ wanneer medicijnen niet zijn ingenomen of de koelkastdeur openstaat?” vraagt het WRR-rapport zich terecht af.

Robotsamenleving dichterbij

Omdat de ontwikkeling en inzet van zowel robotica als domotica niet tot de primaire of secundaire activiteiten van een zorgorganisatie behoort, zal dit vaak leiden tot een outsourcingsconstructie of een partnership. Om de robotsamenleving dichterbij te brengen en Nederlandse bedrijven en uitvindingen een plek te geven, is het volgens de Delftse hoogleraar Biorobotica Martijn Wisse van belang te investeren in dat soort samenwerkingsrelaties.

Expliciete aandacht is gewenst voor het bevorderen van co-creatie. Daarbij worden ontwikkelaars, producenten, en gebruikers, maar ook de mensen die moeten gaan werken met toepassingen, betrokken. Volgens Henk van Houten, CTO bij Philips, komt het in de thuiszorg regelmatig voor dat techneuten mooie dingen maken omdat het technisch kan, maar mensen daar lang niet altijd behoefte aan hebben. Goede samenwerking kan dit voorkomen.

Zorgorganisaties die met robotica en domotica aan de slag gaan, komen in aanraking met een heel scala aan leveranciers. Daaronder zijn ook partijen die relatief kort bestaan en dus geen lang trackrecord kunnen laten zien, volgens Wilco Bothof, partner bij Quint.
Om die reden laten zorgorganisaties noodzakelijke investeringen soms ten onrechte achterwege of ze stellen ze uit.

Veiligheid blijft hierbij wel een issue. Zo gaat de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland naar aanleiding van enkele incidenten onderzoek doen naar de veiligheid van de nachtzorg. Er wordt vooral gekeken naar domotica en de ondersteunende technologie voor het nachttoezicht bij wakende en slapende zorgverleners.

Japan en Singapore lopen voor

Nederland scoort in Europees perspectief relatief goed, maar vergeleken met bijvoorbeeld Japan en Singapore, lopen we achter. Vooral domotica-toepassingen zijn de afgelopen vijf jaar geavanceerder geworden. Het rudimentaire karakter is snel verdwenen.
“Wij investeren in zorg op afstand, e-health en domotica”, laat een respondent weten. “Domotica en innovatieprojecten doen wij niet zelf maar samen met leveranciers”, vertelt een ander. Marktoverzichten zijn dan welkom.

Om in die behoefte te voorzien, ontwikkelde Quint de ‘TechRadar domotica’ . Daarbinnen zijn de belangrijkste domotica-leveranciers in kaart gebracht aan de hand van de door hen geleverde functionaliteiten zoals: beveiliging, signalering en monitoring, medische begeleiding, meldingen en alarmeringen.

Domotica, wearables en apps staan het meest in de belangstelling, maar dat wil niet zeggen dat hier ook het meeste in wordt geïnvesteerd. Maar dit is geen pleidooi om ongebreideld te gaan investeren, want: “geen investering zonder toepassing”, stelt Bothof.
Naar zijn smaak denken zorginstellingen ‘te klein’ over robotica, domotica en artificiële intelligentie (AI). Hier en daar start men pilots op, en dat is het dan. “Dat is jammer, want met AI kun je soms al binnen enkele dagen concrete resultaten boeken, zo bleek tijdens de Dutch Health Hackathon 2017.”

Drie succesfactoren spelen een rol

Iedere organisatie moet tegenwoordig beschikken over een digitale strategie, dus ook zorgorganisaties. In de optiek van Bothof zijn er drie succesfactoren die hierbij een rol spelen.

  1. Zorg dat je netwerken bouwt rondom chronische zieken,
  2. Verleng je processen buiten de eigen organisatie en
  3. Investeer in een betere patiënt/cliëntbeleving.

Vooral met domotica kun je quick wins boeken. Via camera’s, sensoren en een beveiligde Skype-verbindingen worden alerts verzonden als iemand uit bed valt, een epileptische aanval krijgt, maar ook als de ijskast bijvoorbeeld nog open staat en medicatie niet wordt ingenomen. De kosten van nachtzorg kunnen drastisch omlaag als verplegers op afstand monitoren en checken of alles in orde is.

Vanessa Evers, hoogleraar sociale robotica aan de Universiteit Twente doet onderzoek naar mens-robotinteractie. “Waarschijnlijker is dat we taken gaan delegeren: de robot om de vloer te dweilen, het bed te verschonen en standaardmetingen te verrichten, voedsel te halen en te brengen. De verpleger is ervoor om de hele mens te zien en werkelijk in te schatten hoe het met een patiënt gaat”, voorspelt ze in het WRR-rapport.

Het op grote schaal inzetten van robotica lijkt financieel dus nog een brug te ver. Maar domotica begint wel een ‘must have’ te worden voor care-organisaties. Het is wel zaak om de investeringen zo op te schalen dat de baten goed meetbaar zijn in de businesscase. Denk hierbij aan een hogere kwaliteit van het zorgproces en een verbeterde cliënt- en medewerkerstevredenheid.

Enkele voorbeelden

Stichting Philadelphia experimenteert met sociale robots in de zorg aan mensen met een verstandelijke beperking.
De Da Vinci robot assisteert de chirurg bij moeilijke ingrepen via een kijkoperatie of een prostaatverwijdering vanwege prostaatkanker. Hierbij zit de chirurg met zijn hoofd en handen in een console waarin sterk vergrote 3D-beelden van de operatie te zien zijn. Door subtiele vingerbewegingen stuurt hij de instrumenten.
De Zora robot wordt ingezet voor de activering van ouderen in woonzorgcentra en op scholen voor jonge autistische kinderen. Zora is een kleine humanoid robot van 57 cm hoog met een aaibaar uiterlijk. De Zora robot kan communiceren, dansen, spelletjes spelen, voorlezen en bewegingsoefeningen doen.
De Paro snoezelrobot is een sociale robots voor demente bejaarden. Het zeehondrobotje, maakt volgens de berichten het leven van dementerende ouderen een stuk leuker.
Over Alice, een andere zorgrobot gemaakt van plastic en chips, is een documentaire gemaakt.

Bronnen:
1 De robot de baas. Wetenschappelijke Raad voor het regeringsbeleid (WRR), Robert Went, Monique Kremer & André Knottnerus (red.), 2015
2 Marktonderzoek Outsourcing van IT in de Zorg 2017, Quint Wellington Redwood, 2017. Zorgbeslissers kunnen het rapport kosteloos downloaden.

Reageer op dit artikel