artikel

Geanne van Arkel: ‘Duurzaamheid financiert zichzelf’

Innovatie

Tapijttegels met garen van hergebruikte oude visnetten. CO2 opslaan in tegels. Geen lijm meer gebruiken, maar de zwaartekracht en de biologische kennis van hoe de gekko aan de muur blijft kleven. Interface bewijst dat duurzaam niet duur hoeft te zijn maar geld oplevert. ‘In duurzaam zit het woord duur. Circulaire economie is een beter woord. Daar zit economie in, een positieve bijdrage’, aldus Geanne van Arkel, spreker tijdens het slotseminar van de collegereeks Circulaire Economie.

Geanne van Arkel: ‘Duurzaamheid financiert zichzelf’

Het is 1994 als de CEO van Interface zich realiseert dat we te veel onttrekken aan de aarde. Het beursgenoteerde bedrijf kiest er bewust voor om de gerealiseerde besparingen te investeren in innovatie, waardoor het bedrijf toekomstbestendiger wordt. Geanne van Arkel, head of sustainable development bij Interface: ‘Cumulatief hebben we in al die jaren meer dan 540 miljoen dollar bespaard door bijvoorbeeld minder energiegebruik en minder grondstoffen. Dat geld hebben we geïnvesteerd in duurzame innovaties. Dat is niet ten koste gegaan van het rendement van de onderneming, maar heeft juist geld opgeleverd. En onze CO2 uitstoot ligt nu 95 procent lager dan in 1996.’

Leren van de natuur

Wat ze bij Interface doen, is vooral leren van de natuur. Een mooi voorbeeld is hoe designers letterlijk het bos in zijn gestuurd om te kijken hoe de natuur ‘een vloer ontwerpt’. Als bomen in de herfst bladeren laten vallen, levert dat een prachtig palet aan kleuren op. Tapijttegels werden juist meestal volgens strakke patronen ontworpen, waardoor je vast zat aan een bepaalde legrichting.

Geanne van Arkel: ‘We hebben die diversiteit van kleuren in de natuur vertaald naar tapijttegels. Dat leverde een compleet nieuw “random” design op. Inmiddels is dat type tapijttegel goed voor 45 procent van onze omzet.’ En zo worden ook de garen van visnetten die voor de commerciële visserij worden gebruikt maar zijn afgeschreven, nu hergebruikt in de tapijttegels van Interface (in Nederland onder meer bekend van de Heuga-tegels).

‘We werken binnen het programma Net-Works samen met vissers in de Filipijnen en Kameroen. Zij zamelen afgedankte netten in, waardoor deze geen milieuproblemen veroorzaken. De netten worden verkocht als grondstof en met dit aanvullende inkomen kunnen vissers sparen voor investeringen en educatie voor hun kinderen.’ Nog een mooi voorbeeld. Tapijttegels werden altijd verlijmd en dat draagt niet bij aan een beter binnenklimaat. Geanne van Arkel: ‘We hebben een bioloog uitgenodigd om naar dat probleem te kijken. Hij adviseerde om de zwaartekracht te gebruiken zodat tegels niet gaan schuiven. Plus de kennis van hoe een gekko (salamander) aan de muur blijft kleven, maar toch kan loskomen. Dat heeft een nieuwe installatiemethode opgeleverd waardoor we niet meer hoeven te verlijmen.’

Mission Zero & na 2020

De aanpak maakt allemaal onderdeel uit van Mission Zero. In 2020 wil Interface compleet milieuneutraal werken en zelfs een herstellende bijdrage leveren aan het milieu. Van Arkel: ‘Nu al ligt de CO2 voetprint van onze fabrieken 95% lager dan 1996. We zitten inmiddels op 58 procent van onze doelstelling om alleen nog gerecycled en biobased grondstoffen te gebruiken.’

Die laatste 42 procent in twee jaar lijkt veel, maar Interface denkt al verder. Het bedrijf wil niet alleen leren van de natuur, maar ook functioneren als de natuur. Van Arkel: ‘In plaats van klimaatneutraal willen we zelfs gaan bijdragen aan de natuur. Zo hebben we een prototype tegel ontwikkeld die een negatieve CO2-voetprint heeft van twee kilo CO2 per vierkante meter. Zo gaan we ook onze fabrieken laten functioneren als een bos zodat we bijdragen aan bijvoorbeeld een betere waterhuishouding.’

Niet alleen het milieu profiteert van deze aanpak, ook de medewerker. Volgens Van Arkel presteren bedrijven die een hoger doel, een ambitie hebben, beter. ‘Je bent meer gedreven als er een doel is dat meer is dan geld verdienen alleen. Interface heeft ervaren dat het werken als een ecosysteem leidt tot minder kosten qua grondstoffen en energie, een betere reputatie, een grotere betrokkenheid bij medewerkers, meer innovatie en het draagt bij aan de toekomstbestendigheid van de organisatie.’

Hobbels

Circulair ondernemen is volgens Van Arkel gewoon een kwestie van beginnen. ‘Een van de grote hobbels bij organisaties is, dat een andere manier van werken of denken vaak op weerstand stuit. Neem een tweedehands tegel. In de jaren negentig toen we hergebruik voorstelden, was een gebruikte tegel een no-go area. Inmiddels wordt een gebruikte tapijttegel gezien als hip en circulair. Durf anders te werken dan je gewend bent. Ik pleit ook voor de samenwerking met juist andere sectoren en niet alleen met je ketenpartners. Werk samen met unusual suspects. Door een bioloog in te huren kwamen we op het idee van de zwevende tegel. Door breder te kijken kwamen we ook op gebruikte visnetten.’

Het is volgens Van Arkel een kwestie van goed communiceren. ‘In duurzaam zit het woord duur. Circulaire economie is een beter woord omdat daar het woord economie in zit. Wij hebben hier ook geen onuitputtelijke zak geld om te investeren in duurzame oplossingen, maar door met een commerciële en innovatieve duurzaamheidsbril naar onze producten te kijken, en te leren van de natuur, hebben we bij Interface een geweldige ontwikkeling doorgemaakt.’

Mission possible

Wat een mission impossible leek, is bij Interface een haalbare missie gebleken en inmiddels een missie geworden om waarde terug te geven aan natuur en maatschappij. Geanne van Arkel zal het Interface verhaal vertellen tijdens het slotseminar van de collegereeks Circulaire Economie.

 

Reageer op dit artikel