artikel

‘Er is een kloof tussen wat technisch mogelijk is en daadwerkelijke realisatie’

Innovatie

Technisch kan er op het gebied van circulaire economie al heel veel. Zeker als je het samen oppakt. Wat de ene partij mist, kan de andere leveren en samen los je een (milieu)probleem op. De praktijk is echter weerbarstiger weet Wim de Haas van Wageningen Environmental Research en het Rathenau Instituut. ‘Er is goede governance nodig. Bij circulaire economie en circulaire gebiedsontwikkeling heerst vaak veel wantrouwen. Het draait om goed organiseren.’ En een goede showcase.

‘Er is een kloof tussen wat technisch mogelijk is en daadwerkelijke realisatie’

Het lijkt zo mooi. Op één bedrijventerrein zitten tal van bedrijven. De een heeft zonnepanelen en kan het  andere bedrijf (mede) van energie voorzien. Weer een ander heeft afvalstromen waar de buurman nieuwe producten van kan maken. Vervoer, medewerkers uitwisselen, parkeren, verlichting, warmte, samen afval afvoeren….. Heel veel zouden we op een klein gebied samen op kunnen lossen. Een van de uitgangspunten van een circulaire economie is dat we natuur en natuurlijke bronnen moeten beschermen. Hoe mooi is het dan om dat in kleine communities te organiseren. ‘Klinkt inderdaad mooi en uitdagend’, zegt Wim de Haas, een van de keynote sprekers van de collegereeks Circulaire Economie. ‘En je ziet ook best mooie voorbeelden, maar wat vaak ontbreekt zijn goede overlegstructuren en iemand die het regelt. Circulariteit komt niet vanzelf van de grond.’

Buiksloterham

Wat voor bedrijfsterreinen geldt, geldt ook voor woonwijken. Samen problemen oplossen is mooi. De Haas: ‘Feitelijk gaat het bij zowel bedrijfsterreinen als woonwijken allemaal om circulaire gebiedsontwikkeling.’ Mooi voorbeeld vindt De Haas de Amsterdamse wijk Buiksloterham. Een oud industrieterrein dat omgebouwd wordt tot een (circulaire) woonwijk. Groene daken, goede waterafvoer, terugwinbare stoffen uit het riool… De Haas: ‘Alle partijen waren bij aanvang enthousiast, maar in de vervolgfase ebde dat enthousiasme weg. Dan zag je dat er adviesbureaus bij betrokken waren die er alleen business uit wilden halen. Of was er de overheid die in die tijd een terugtrekkende beweging maakte. De les die je eruit kunt trekken, is dat iedereen een echt belang moet hebben om circulaire gebiedsontwikkeling tot een succes te maken. Een goed idee is niet genoeg, er moet een intrinsiek belang zijn. En wat je ook nodig hebt, is een showcase: een mooi visueel voorbeeld van een succes. Je moet iets kunnen laten zien.’ Andere succesfactor voor het circulaire gedachtegoed, is dus dat het allemaal goed georganiseerd moet worden. Governance, in de woorden van De Haas. ‘Veel circulaire gebiedsontwikkeling gaat te slordig en te ad hoc. Er is vaak ook een mismatch in verwachtingen bij de diverse partijen. Nogal eens zeggen mensen een ontwikkeling te willen nastreven, maar de grond ervoor ontbreekt. Zorg dat de governance op orde is.’

Universiteit

Wim de Haas

Wim de Haas

De techvalley rond Eindhoven is een schoolvoorbeeld van hoe goede gebiedsontwikkeling eruit kan zien. Een cluster van bedrijven die elkaar aanvullen. Zo zou idealiter circulaire gebiedsontwikkeling er ook uit moeten zien. Soms zijn er ook beperkingen, zoals in de eigen ‘Food Valley’ van De Haas. ‘De regio bouwt aan een Food Valley. De gemeenten Wageningen, Ede en Veenendaal doen daar volop in mee. Kleinere plaatsen in zo’n samenwerking voelen zich toch ondergewaardeerd. Je moet dus heel goed kijken naar hoe groot een gebied kan en moet zijn en naar de interne samenhang in dat gebied.’ In essentie zegt De Haas dat elke gebied (bedrijventerrein of woonwijk) een circulair gebied kan worden, mits er enige symbiose is. ‘Er moet wel een aanknopingspunt zijn. Veel krenten maken nog geen oliebol. Mits je het dus goed organiseert.’ Al worstelt hij zelf soms ook. ‘Je eigen GFT-afval composteren, lijkt ideaal. Toch zie je dat het soms efficiënter is om bepaalde issues in groter verband op te lossen. Je zult altijd moeten blijven zoeken naar wat ter plekke de beste oplossing is. Technisch op de tekentafel kan vaak heel veel, maar het is vaak teleurstellend van wat we daarna allemaal echt realiseren. Ik ziet het als mijn belangrijkste rol om de kloof van wat technisch allemaal mogelijk is en wat de uitkomsten zijn, te verkleinen.’ Waarbij echt organiseren dus één van de belangrijkste succesfactoren is.

Kennissysteem

Naast de circulaire gebiedsontwikkeling is Wim de Haas ook nog op een andere manier betrokken bij de circulaire economie. De afgelopen maanden heeft hij vanuit het Rathenau Instituut gewerkt aan een analyse van het kennissysteem op nationaal niveau. ‘De vraag was of het Nederlandse kennissysteem goed is ingericht op de transitie naar een circulaire economie. Het systeem staat voor drie uitdagingen. Ten eerste zijn kennisagenda’s en financieringsstromen voor onderzoek niet goed op elkaar afgestemd. Ten tweede wordt er te weinig geleerd en is er onderling te weinig bekend van de grote hoeveelheid lokale experimenten en vernieuwingen. Ten derde is het onderwijs (op alle niveaus) nog niet voldoende toegerust op de transitie naar een circulaire economie. Het ontbreekt zowel aan specifiek opleidingen als aan basiskennis op het gebied van circulariteit.’

Wim de Haas zal tijdens de collegereeks Circulaire Economie ingaan op zowel het kennissysteem, als op de circulaire gebiedsontwikkeling.

Door: Ronald Buitenhuis

Reageer op dit artikel