artikel

Toetsing van datagedreven innovatie door de RvC: kan het personeelsbestand mee veranderen?

Innovatie

Het realiseren van de datagedreven ambities van een organisatie valt of staat met een kritische en capabele Raad van Commissarissen (RvC). In deze serie van artikelen laten we aan de hand van drie kernvragen zien waar de RvC van een datagedreven organisatie op moet toetsen. In het laatste deel van dit drieluik kijken we naar het medewerkersbeleid van een datagedreven organisatie. Hoe kan je als RvC toezien op een datagedreven bedrijfscultuur en op de samenstelling van een toekomstbestendig personeelsbestand?

Toetsing van datagedreven innovatie door de RvC: kan het personeelsbestand mee veranderen?

Datagedreven werken gaat om meer dan het binnenhalen en toepassen van de juiste kennis, technologie en partners. Een datagedreven bedrijfscultuur is minstens zo belangrijk. In een dergelijke cultuur wegen zaken als ‘ervaring’, ‘hiërarchie’ en ‘traditie’ minder zwaar in de besluitvorming. Data zijn de grondslag voor beslissingen die genomen worden, of dit nu bovenin de organisatie is of op de werkvloer. Medewerkers kunnen hierdoor breken met tradities. Bovendien kunnen ze experimenteren en krijgt hun creativiteit de ruimte. Dat zorgt voor ondernemerschap en efficiencyverbeteringen.

Geef nieuwsgierige werknemers de ruimte

Een blauwdruk voor een datagedreven bedrijfscultuur bestaat niet, maar ze heeft wel een aantal kenmerken waar je als RvC op kan sturen. Één van deze kenmerken is de aanwezigheid van nieuwsgierige werknemers. Nieuwsgierige werknemers accepteren niet zomaar dat zaken zijn zoals ze zijn. Ze willen het “waarom” weten en willen weten of het niet beter kan. Ze hebben daardoor een natuurlijke interesse in feitelijke gegevens en metingen. Recent onderzoek toont dan ook aan dat nieuwsgierige medewerkers creativiteit, betere communicatie en betere besluitvorming met zich meebrengen. Nieuwsgierige medewerkers zijn ook kritisch. Ze doorbreken afdelingspolitiek – en daarmee ervaring, hiërarchie en traditie – door werkprocessen met behulp van data transparant en inzichtelijk te maken.

De RvC zal de directie moeten aanmoedigen om deze nieuwsgierige medewerkers, met een frisse en kritische blik,de ruimte te geven. Dit kunnen ze doen door erop toe te zien dat belemmeringen voor de initiatieven van nieuwsgierige werknemers worden weggenomen.

Daarnaast kunnen ze kijken in hoeverre een nieuwsgierige, datagedreven mindset zich ook manifesteert binnen de directie zelf. Het gedrag van de leiding is immers een voorbeeld voor de rest van het bedrijf.

Neem belemmeringen voor initiatieven weg

Een ander belangrijk kenmerk van een datagedreven cultuur is een platte organisatiestructuur. In een platte organisatie zijn werknemers direct betrokken bij besluitvormingsprocessen en krijgen ze veel vrijheid om hun werk in te richten. De nieuwsgierigheid en creativiteit van medewerkers wordt zo optimaal gestimuleerd. Bovendien werken medewerkers in een platte organisatie resultaatgericht. Ze worden beoordeeld op hun output (en niet op de vraag of ze tussen negen en vijf achter hun bureau zitten). Hierdoor worden medewerkers gestimuleerd productief te zijn en op zoek te gaan naar efficiëntieslagen.

De directie zal afscheid moeten nemen van de traditionele manier van werken en een platte organisatiestructuur moeten omarmen. Top down gestuurd leiderschap, hiërarchie, bureaucratie en micromanagement moeten worden tegengegaan. De RvC kan de directie hierbij steunen door hen aan te moedigen maatregelen te nemen tegen onnodige regels, procedures, omslachtige workflows en ‘koninkrijkjes’ in de organisatie. Daarnaast moet de RvC erop toezien dat er data verzameld worden die zicht geven op de productiviteit en output van het bedrijf en van de medewerkers. Deze data moeten een hoofdrol spelen bij de besluitvorming en bij de accountability van medewerkers.

Toets de samenstelling van het personeelsbestand

Tot slot is het HR-beleid essentieel bij het volgen van een datagedreven koers. Datagedreven ondernemingen hebben snel veranderende werkprocessen. Het volledige personeelsbestand moet de flexibiliteit hebben en over de vaardigheden beschikken om hiermee om te kunnen gaan.

De leer- en ontwikkelmogelijkheden van het bestaande personeel zijn erg belangrijk en de RvC moet hier streng op toezien. Maar dit is niet de enige kant van de zaak. Het datagedreven werken – en de digitalisering die dit met zich meebrengt – zorgt ervoor dat er nieuwe functies ontstaan binnen het bedrijf. De RvC zal ook moeten toetsen hoe de organisatie interessant wordt en blijft voor de ‘new class of employees’. Er moet een balans zijn in het personeelsbestand met enerzijds omgeschoolde werknemers met een dijk aan ervaring en kennis en anderzijds frisse jonge mensen die vergroeit zijn met de nieuwe wereld.

Om de juiste balans tussen oud-ervaren en jong-digitaal in het personeelbestand te krijgen, is het voor de RvC niet afdoende om te kijken naar de HR-statistieken die een RvC normaal gebruikt. Rapportages over medewerkerstevredenheid, het verzuim, de retentie en – in het beste geval – de zichtbare uitkomst van een diversiteitsbeleid, geven geen inzicht in de samenstelling van het personeelsbestand. Ook zeggen ze niks over de vraag of personeel in staat is in te spelen op nieuwe kansen. Als vertrekpunt kan de RvC beter de samenstelling van het personeelsbestand benchmarken aan die van succesvolle, datagedreven organisaties.

Het prospectus van Alibaba uit 2012 bij de beursintroductie gaf bijvoorbeeld een verhelderend inzicht in de functies en samenstelling van het personeelsbestand van een nieuwe generatie  platformondernemingen, zoals te zien op de afbeelding hieronder. Opvallend is vooral hoe technologie georiënteerd de onderneming is. Maar liefst 35% van de werknemers houden zich bezig met analyse van data en engineering, tegen 25% die zich bezighoudt met sales, marketing en business development.

Samenvattend

Om optimaal toezicht te houden op het stimuleren van datagedreven innovatie moet de Raad van Commissarissen het beleid en de beslissingen van een organisatie op drie pijlers toetsen.

  • Elke beslissing dient bij te dragen aan klantenbinding. Dit kan alleen beoordeeld worden als het businessmodel vanuit klantperspectief benaderd wordt, zoals we hebben laten zien in het het eerste deel van dit drieluik.
  • Naast optimaliseren moet een datagedreven RvC ook aanmoedigen tot experimenteren. Maar – zoals we hebben laten zien in deel twee – wel onder de voorwaarde dat het doel hiervan wordt bewaakt: het verbeteren van de organisatie over de lange termijn.
  • Ten slotte hebben we behandeld dat een RvC een datagedreven bedrijfscultuur kan stimuleren door nieuwsgierige werknemers de ruimte te geven, belemmeringen voor initiateven weg te nemen en de samenstelling van het personeelsbestand te toetsen.

Met deze drie toetsingscriteria in het achterhoofd blijft de organisatie op koers om uit te groeien tot een datagedreven en toekomstbestendige organisatie.

Door: Frans van Helden en Hans Spaan

Frans van Helden is managing consultant bij ORTEC en volgt een opleiding tot commissaris. Hans Spaan is director bij ORTEC en is actief als commissaris.

Reageer op dit artikel