artikel

De Bandbreedte: harde en zachte factoren

Leiderschap

Iederéén heeft grenzen aan zijn eigen bandbreedte. Hoe breder je bandbreedte, hoe meer zicht je hebt op de complexiteit van de wereld om je heen. Als je je hoofd 10 cm boven de tafel houdt zie je misschien een pen. Houd je hem 50 cm boven de tafel overzie je alles wat er op die tafel ligt. Op een meter zie je dat er ook nog stoelen om de tafel staan en als je op een stoel gaat staan zie je dat die tafel en die stoelen deel uit maken van een totale inrichting. De complexiteit is enorm toegenomen. Je hebt je bandbreedte wat betreft het analyseren van een tafel verbreed.

De Bandbreedte: harde en zachte factoren

In dit model is A de bandbreedte van de medewerkers op de werkvloer, B die van leidinggevenden op de werkvloer, C van het middenkader en D die van het hoger management en directie. En ik kan het niet vaak genoeg benadrukken, het gaat niet om goed of slecht.

Iedereen kijkt op een bepaalde manier naar de dagelijkse werkelijkheid. Op je werk, tijdens het sporten, bij je vrienden, in je gezin, altijd beschouw en beoordeel je wat je meemaakt en handel je daarnaar, ongeacht je functie of positie in het leven. Iedereen heeft dus altijd een bandbreedte.

Dat lijkt het ‘referentiekader’ maar toch zit er een essentieel verschil tussen iemands referentiekader en iemands bandbreedte. Het referentiekader is het kader waarbinnen je alles wat je meemaakt en waarneemt kunt refereren, kunt toetsen. Al je ervaring in het leven vormt je referentiekader. Het grote verschil zit hem in het relatief statische karakter van het referentiekader. Dat kader kan niet verkleinen. Je kan jezelf niet opleggen om iets níet te weten of níet ervaren te hebben. Het kan wel vergroten. De bandbreedte daarentegen fluctueert continu. Ongeacht je functie of positie in het leven, iedereen handelt altijd vanuit zijn of haar bandbreedte.

Componenten van de bandbreedte

De bandbreedte heeft 2 componenten; de harde en de zachte factoren.

De harde factoren zijn meetbare factoren die mede bepalen hoe breed jouw bandbreedte is. Harde factoren zijn bijvoorbeeld gereedschapskennis, vakmanschap en aantal jaren dienstverband. Relatief concrete en meetbare factoren.

Een veel gemaakte vergissing is om medewerkers, die zich op de harde factoren hebben onderscheiden, leidinggevend te maken. Bijvoorbeeld een uitstekende lasser voorman maken, uitsluitend omdat hij zo fijn kan lassen. Dat kan als resultaat hebben dat je een goede lasser kwijt bent en een slechte leidinggevende rijker. In het bedrijf waar ik ooit chef was heeft men een programmeur als teamleider benoemd alleen maar omdat hij 10 jaar in dienst was. Dat leverde een diep ongelukkige teamleider op en een mopperend stuurloos team.

 

De bandbreedte bevat ook zachte factoren. Deze factoren zijn niet- of moeilijk meetbaar maar bepalen zeker ook hoe breed iemands bandbreedte is. Voorbeelden van zachte factoren zijn de mate van initiatief nemen, verantwoordelijkheidsgevoel, assertiviteit en gedrevenheid. Medewerkers die zich op de zachte factoren onderscheiden zijn vaak de potentiele leidinggevenden, managers of CEO’s. Zelfs als deze mensen op de harde factoren relatief laag scoren is dat mogelijk. Een manager of bestuurder hoeft niet perse bekwaam te zijn in het productie proces. Dat het wel makkelijker is komt ook weer door de bandbreedte. Ik zal hier in een latere column op ingaan.

Wordt vervolgd.

Het boek: De Bandbreedte

Het boek: De Bandbreedte

Door: Harm Hilgevoord

Deze column is onderdeel van een maandelijkse reeks en gebaseerd op het boek ‘De Bandbreedte’ van Harm Hilgevoord. Dit boek is te bestellen via www.hilgevoord.nl/de bandbreedte/

 

Reageer op dit artikel