artikel

Aandachtspunten bij het ontwikkelen van visie

Leiderschap

Bomen hebben zonlicht nodig om te groeien en vrucht te dragen. Van voedingsstoffen (uit het water) en koolstofdioxide (uit de lucht) maken de bomen suikers. Dat doen ze via hun bladeren. Die hebben kleine mondjes waarmee ze koolstofdioxide opnemen uit de lucht en dit samen met water omzetten in suiker en zuurstof. Dat is heel bijzonder.

Aandachtspunten bij het ontwikkelen van visie

Van alle levende wezens zijn alleen bomen en planten in staat om niet eetbare stoffen om te zetten in wel eetbare stoffen: de suikers. Dat is de reden dat veel vruchten zoet smaken. Deze suikers worden door de boom omgezet in zetmeel en eiwitten. Met het zetmeel bouwt de boom een energiereserve op en de eiwitten gebruikt hij als bouwstoffen om nieuw hout en nieuwe bast te vormen. Om suikers te kunnen maken, hebben bomen flink wat energie nodig. Bomen krijgen die energie vooral van zonlicht. De zon is de energiebron die het chemische proces in gang zet (en houdt) waarmee de stoffen worden omgezet. De functie van de stam en de takken is dan ook om zo veel mogelijk bladeren in het zonlicht te krijgen, die het licht op hun beurt omzetten in energie. Dit proces wordt fotosynthese genoemd.

Zoals bomen zonlicht nodig hebben om te groeien en vrucht te dragen, zo hebben organisaties een perspectief nodig waar ze zich op kunnen richten. Dit perspectief noem ik de visie. De betekenis van het woord ‘visie’ is: iets dat in iemands gedachten, in zijn of haar verbeelding bestaat. Dit vereist dus het vermogen te zien, te verbeelden wat er nog niet is.60 Een visie stelt een organisatie in staat om antwoord te geven op de vragen: waar staan we voor, en waar gaan we voor? Hieronder beschrijf ik alvast 2 aandachtspunten bij het ontwikkelen van visie op organische wijze, de andere 3 staan in het boek De Kracht van organische leiderschap.

Begin met het einde voor ogen

Visie draait in de eerste plaats om een duidelijk beeld van waar je naartoe gaat. Dit heeft te maken met de resultaten die je wilt bereiken. Wat is het uiteindelijke resultaat dat je verlangt? Waar geloof je in? Visionairs beginnen met het einde voor ogen. Eerst hebben ze een voorstelling van wat ze willen creëren. Soms is het een globaal idee, soms meer specifiek. Voordat je kunt scheppen wat je wilt scheppen, dien je te weten waar je naartoe wilt, wat je wilt laten ontstaan. Dit concept kan duidelijk zijn of beperkt blijven tot een ruwe schets. Beide zijn bruikbaar. Sommige schilders improviseren graag al scheppend en ze beginnen met een globaal concept. Ze weten misschien niet precies hoe het voltooide schilderij eruit zal zien, maar het concept is toereikend om tijdens het creatieve proces aanpassingen uit te voeren. Het vorderende schilderij zal steeds dichter naderen tot wat de schilder wil. Andere schilders weten precies hoe het voltooide schilderij eruit zal zien nog voor ze een penseel ter hand nemen.

In het begeleiden van leidinggevenden en organisaties merk ik steeds weer hoe lastig mensen het vinden om duidelijk te maken wat ze willen bereiken. Als ik mensen vraag wat ze willen bereiken, beschrijven ze meestal de weg naar hun doel in plaats van het doel zelf. Als je twijfelt of dat wat je wilt een resultaat is of onderdeel van het proces om een ander resultaat te verkrijgen, vraag je dan af: wat beoog ik met deze keuze? Begin niet met de vraag: hoe krijg ik wat ik wil, want dan zul je alleen variaties creëren op wat je hebt en ontstaat er niks nieuws.

Gebruik de ontkiemingsenergie

In de tweede plaats is het belangrijk om slim om te gaan met de energie die een inspirerende visie teweegbrengt. De vragen: wat wil ik, en: wat willen we, roepen spanning op (zie figuur 3.3). Deze spanning zoekt een oplossing, maar daar maken we niet altijd goed gebruik van. Onze neiging is om deze spanning te verminderen. Bijvoorbeeld door realistisch te zijn of de huidige werkelijkheid mooier voor te stellen. Als je realistisch bent zeg je tegen jezelf of tegen elkaar: ‘Dat lukt toch nooit’, of: ‘Dat is niet haalbaar.’ Het gevolg is dat je de visie inperkt. Dan neemt de spanning weliswaar af, maar geef je tegelijkertijd iets waardevols op: hetgeen je wilde bereiken. Je kunt de spanning ook verminderen door de huidige werkelijkheid mooier of beter voor te stellen. Als de huidige situatie wel meevalt, lijkt het misschien makkelijker om je visie te verwezenlijken, maar later in het proces word je alsnog geconfronteerd met wat er nu is. Het is de kunst bij visievorming om de spanning die erbij ontstaat vast te houden. Hierdoor komt er ontkiemingsenergie vrij die de creatie in beweging zet. Toen Orville en Wilbur Wright in 1903 hun eerste vliegtuig bouwden, ging de rest van de wetenschappelijke en technische wereld ervan uit dat een toestel dat zwaarder was dan de lucht niet kon vliegen. Wat de gebroeders Wright wilden, berustte bepaald niet op wat haalbaar leek. Maar zij wisten welke visie ze hadden en ze hielden hieraan vast. We kennen allemaal het resultaat en de impact van hun uitvinding op de samenleving.

Bron: De kracht van organisch leiderschap

Door: Ronald van der Molen

Ronald van der Molen is werkzaam als organisatieadviseur en leiderschapscoach. Vanuit zijn bedrijf Transformatio begeleidt hij leidinggevenden, teams en organisaties die stevig willen of moeten veranderen zodat ze floreren. Daarnaast verzorgt hij keynotes en workshops over de kracht van organisch leiderschap. Tijdens trajecten en presentaties gebruikt hij lessen uit de natuur om leiders te helpen anders naar hun vak te kijken. Hij geniet ervan als eikels in bomen veranderen. 

Reageer op dit artikel