artikel

Rust, ritme en de innerlijke slavendrijver

Leiderschap

Je kent het wel, dat terugkerende gevoel dat je iets vergeet of gaat vergeten, iets wat op jouw lijstje staat. Het is dat jachtige gevoel dat maar niet wil verdwijnen, zelfs als je denkt alles gedaan te hebben. Zou het zo kunnen zijn dat je uiteindelijk niet iets vergeet, maar dat je juist het niets vergeet? Het niets waarin je tot rust kunt komen en je jezelf kunt vinden achter alles wat je doet.

Rust, ritme en de innerlijke slavendrijver

Dit artikel gaat over het belang voor mensen en organisaties van een zogeheten leegplanning, waarbij vaste momenten van ‘niets doen’ in onze agenda staan. Het gaat over hoe we als mensen burn-out raken door een collectief gebrek aan rust en ritme en hoe de tijd waarin we leven ons in toenemende mate oplegt voortdurend ‘aan’ te staan.

Rust vinden ín ons werk

Het vergeten van de waarde van het niets, van het leeg en stil worden, is niet alleen een persoonlijke realiteit, maar bovenal een realiteit in de organisaties en de samenleving van vandaag de dag. We komen in deze tijd al vaak niet meer tot rust buiten het werk, met die enorme hoeveelheid aan mogelijkheden en impulsen die voortdurend op ons afkomen, onze vierendertig televisiekanalen, en altijd wel ergens in onze buurt een koopzondag. Maar nog moeilijker is het om rust te vinden in ons werk. Werken in een hedendaagse organisatie lijkt gelijk te staan aan het druk hebben. Aan voortdurend onder druk gezet worden of onder druk zetten, afhankelijk van welke positie jij bekleedt.

Collectief gezien is het de druk die sinds de Tweede Wereldoorlog op ons economisch systeem is komen te staan. Het lijkt wel of de collectieve herinnering aan de honger die toen aan het einde van die oorlog is geleden ons nog steeds bepaalt: als er íéts is wat nooit meer mag gebeuren dan is het dat wel. Zo worden we al meer dan een halve eeuw geregeerd door het dictaat van de economische groei, elk jaar een paar procenten meer.

Ritmeverstoring als hét kenmerk van deze tijd

In een natuurlijk systeem wisselen expansie, contractie en rust elkaar af. Dat zie je in zoiets als de ademhaling, maar ook in de seizoenen. Steeds datzelfde ritme. In de ademhaling: het inademen, het uitademen en de rust. In de seizoenen: groei in de lente en de vroege zomer, afbraak in de late zomer en de herfst, en rust in de winter. Ook in de dag zie je zo’n zelfde ritme: in de ochtend en de vroege middag is er tijd om te werken, in de late middag en avond wordt de dag verwerkt en in de nacht wordt er gerust. Elke periode heeft zo zijn eigen functie, waarde en betekenis. Afbraak is nodig om ruimte te maken voor nieuwe groei, zoals rust nodig is om die nieuwe groei voor te bereiden.

Geen van deze fasen kan overgeslagen worden. Wie niet of onvoldoende uitademt, krijgt last van hyperventilatie. Wie niet of onvoldoende inademt, krijgt last van energietekort en wie te weinig rust houdt tussen de ademhalingen door, komt letterlijk niet meer op adem. Daarbij werkt verstoring op een van de gebieden altijd door op de andere gebieden. Als ik inadem en op de top kom van die inademing en ik probeer vervolgens verder te blijven inademen, dan krijg ik het benauwd. Dan zal ik op een gegeven moment wel uit moeten ademen. Dat uitademen wordt dan echter geen rustige, vloeiende beweging, maar een plotseling imploderen, een ineenzakken. Wat er vervolgens weer voor zorgt dat er weer snel moet worden ingeademd en er dus geen tijd is voor een moment van rust.

Hoe diep de oerwetten van expansie, contractie en rust ook in onze natuur besloten liggen, in onze samenleving daarentegen heerst al decennialang de illusie dat wij deze oerwetten kunnen negeren. De geest van de tijd houdt ons voor dat het toch mogelijk zou moeten zijn eindeloos te expanderen en ieder jaar opnieuw te groeien. Zij probeert ons wijs te maken dat perioden van contractie en rust niet nodig zijn, en een systeem gerust 24 uur per dag, 7 dagen in de week, door kan produceren. En zij heeft in de banken, met hun indrukwekkende, glanzende hoofdkantoren, haar nieuwe tempels gevonden, waar een nieuwe god kan worden aanbeden: de god van de welvaart, de vooruitgang en de consumptie. Een god die anders dan de god van de vorige millennia wél zichtbaar en tastbaar is, en ons geen lastige gewetensvragen stelt of onze vrijheid inperkt.

Het gevolg is dat wij in een ongekend rap tempo onze natuurlijke energiebronnen aan het opbranden zijn, en een burn-out van onze planeet steeds dichterbij komt. Zelfs het laatste bastion van socialistisch denken, China, is mee gaan doen aan deze kapitalistische ratrace. De energievoorraden waar de aarde miljoenen jaren mee bezig is geweest om te produceren, worden er in een luttele eeuw volledig doorheen gejaagd. En onze wereld raakt tot in de concrete feitelijkheid van ons klimaat oververhit door een voortdurend hyperventilerende economie.

Kenmerken van ritmeverstoring in het dagelijks leven en werk

In de dagelijkse situatie van het werk worden we elke dag geconfronteerd met de realiteit van de collectieve waan van groei en vooruitgang. Zij leidt tot steeds grotere vervormingen, zowel aan de kant van de activiteit als aan de kant van de rust. Het beeld van de elk jaar groeiende files is illustratief. Hoe meer vooruitgang wij wensen in letterlijke zin, hoe mobieler wij menen te moeten worden, des te langer wij in files vast komen te zitten. Van meer dan honderdtwintig kilometer per uur naar nul. En onderweg is er geen tijd meer om rustig om je heen te kijken en te genieten van wat je tegenkomt!

Zo werken velen van ons door de week zo hard, dat er ’s avonds en in het weekend bijna niets anders meer mogelijk is dan met miljoenen tegelijk apatisch voor de beeldbuis te zitten. Zo wordt er vanuit de top van het bedrijfsleven in hoog tempo reorganisatie na reorganisatie uitgevaardigd. De werkvloer laat die vervolgens gelaten over zich heen komen om informeel precies zo door te kunnen gaan als daarvoor. Daardoor wordt vervolgens al snel weer de noodzaak gevoeld van een volgende reorganisatie. Zo heb je als je iets wilt kopen het de volgende dag al in huis, maar ben je als je iets gerepareerd wilt krijgen vaak maanden zoet, om dan vervolgens te horen te krijgen dat het voordeliger is om een nieuw apparaat aan te schaffen!

Van het ene uiterste schieten we in het andere uiterste, en onderweg wordt het steeds schraler; het beeld van de snelweg van ons leven, en zijn files. Nog steeds is het zo dat er elk jaar meer mensen opbranden en met een burn-out thuis komen te zitten. Anderen houden geforceerd de moed erin, geholpen door elk jaar grotere hoeveelheden makkelijk te verkrijgen antidepressiva, vrij toegankelijke porno op de eigen computer, en vliegvakanties die zo goedkoop zijn dat je wel gek bent om thuis te blijven.

 

In het klein kom je deze ritmeverstoring in je eigen leven en werken ook tegen. Je neemt er deel aan als je bijvoorbeeld heel geleidelijk aan en vaak op een sluipende manier steeds net iets langer begint door te werken. Je begint met het overslaan van pauzes, je gaat avonden gebruiken om je mails te beantwoorden, en de zaterdagochtenden en zondagmiddagen om toch nog wat dingetjes af te handelen of voor te bereiden. Het is een glijdende schaal, waarin de natuurlijke orde van je bestaan steeds meer vervaagt. Je kunt het merken aan de lijst van kleine dingetjes die blijven liggen, met name in de huishouding, en die meer en meer aan je gaan vreten. Je merkt het in de kwaliteit van je nachtrust, de moeite die het je al of niet kost om in slaap te vallen of om op te staan. In een groeiend gevoel van tekortschieten naar je partner, gezin, vrienden en familie. De slordigheden en foutjes die erin sluipen, maar waar niemand jou op mag aanspreken, omdat je toch zo je best aan het doen bent. De kwaaltjes die maar niet weggaan, de pijn in je rug, de irritatie naar mensen die iets van je vragen en de afgunst naar mensen die er de kantjes van aflopen. Boven alles merk je het aan een toenemend gevoel van zinloosheid en gebrek aan inspiratie en plezier: Waar doe ik het eigenlijk allemaal voor?

Uit de praktijk: een snelgroeiend softwarebedrijf

In de intakegesprekken voor een interne opleiding persoonlijk leiderschap binnen een softwarebedrijf worden bijna alle bovenomschreven klachten wel genoemd. Het bedrijf is in ongelooflijk korte tijd enorm gegroeid, van twintig naar tachtig mensen in twee jaar tijd. De bomen groeien tot in de hemel, het kan niet op. De jonge directeur voelt echter aan zijn water dat er te midden van alles wel ruimte moet worden gemaakt voor innerlijke reflectie en wezenlijk contact. Het lastige is echter dat hij en zijn mensen er niet werkelijk voor kiezen. Als puntje bij paaltje komt regeert toch weer de buitenwereld en de adrenaline van de snelle groei.

Dat uit zich erin dat mensen op de trainingsdagen niet op komen dagen, of ineens weg moeten, of in elke mogelijke pauze druk in de weer zijn met mobieltjes en laptops. In nog geen tien minuten was er in het managementteam tot het traject besloten, maar vervolgens had het meer dan een jaar en ongelooflijk veel werk onzerzijds gekost om het ook praktisch gezien georganiseerd te krijgen. Dat was illustratief voor hoe het daar ging: snelle beslissingen, maar een uiterst trage uitvoering. Ook de klanten klaagden hierover, dat het bedrijf haar intenties zo slecht waarmaakte.

Opportunisme vierde er hoogtij. Mede omdat de mensen op het eerste gezicht zo leuk, dynamisch en getalenteerd leken, bleven wij echter investeren in het contact. Toen op een gegeven moment, met medeweten van de directie, bijna de helft van de deelnemers van een groep niet kwam opdagen, was voor ons echter de grens bereikt. Dit was gewoon niet werkbaar meer. Het frustrerende was dat ze het steeds weer met ons eens waren, maar tien minuten later had de waan van de dag het al weer overgenomen. Drie maanden nadat wij onze stekker er hadden uitgetrokken was het bedrijf failliet. Collectief opgebrand. Onze facturen zijn maar gedeeltelijk betaald.

De innerlijke slavendrijver

Zowel een organisatie als een individu op weg naar een burnout wordt beheerst door twee typen dwanggedachten. Aan de ene kant is er het Als ik nu stop dan… Dan gaat het mis. Een misgaan dat vele gezichten kan hebben, van de vooronderstelling dat je niet meer gewaardeerd zal worden door de buitenwereld, tot aan de gedachte dat niemand het van je kan overnemen omdat iedereen het zelf al zo druk heeft. Aan de andere kant is er het Nog eventjes doorgaan en dan… En dan verschijnt er een of ander idyllisch plaatje van wat er in de toekomst aan genot en rust op je ligt te wachten.

Dit is hét instrumentarium van de innerlijke slavendrijver die onuitputtelijk is in zijn assortiment aan straffen en beloningen, stokken en wortels, dreigementen en verleidingen. De innerlijke slavendrijver die werkt voor het kleine ikje dat koste wat kost het bestaan wenst te kunnen controleren en regisseren.

Deze innerlijke slavendrijver bestaat bij de gratie van projectie. Je maakt jezelf wijs dat het de buitenwereld is die je opjaagt en dat je daar dus niets aan kunt doen. In een van zijn prachtige leerverhaaltjes gebruikt de oude taoïstische leraar Tswang Tse een mooie metafoor voor dit mechanisme. Hij vertelt over een man die in het licht loopt en achter zich de schaduw ziet die hij op de grond werpt. Hoe meer hij zich bewust wordt van deze schaduw, hoe meer hij het gevoel krijgt dat deze hem aan het opjagen is. Door harder te gaan lopen, hoopt hij de schaduw achter zich te laten. Harder en harder gaat hij. Maar het gevoel van opgejaagd worden, wordt alleen maar sterker. Nog harder gaat hij rennen. Er is echter geen ontkomen aan, de schaduw rent net zo hard met hem mee. Uiteindelijk valt de man uitgeput, voor dood neer…

Zo gaat het. Je bent lekker aan het werk. Het is licht. Ineens ontstaat er druk. Een deadline, iets wat minder snel gaat dan je gehoopt had of wat dan ook. Het voelt alsof het van buiten komt, als een schaduw die achter je loopt. Het voelt niet prettig en het begint je te hinderen. Je wilt van die druk af, geen schaduw meer die je opjaagt. Je denkt: Als ik er nu even een tandje bijzet dan verdwijnt hij wel en kan ik straks als het gedaan is eindelijk weer ontspannen. Hierdoor neemt de druk alleen maar toe, en met de druk dat onprettige gevoel. Nog één tandje erbij… denk je en nog éénen nog één… En op zekere dag gaat het gewoon niet meer… Hopelijk val je niet dood neer, maar beperken de gevolgen zich tot een ziekte of een ongeluk waar je met enige rust van kunt herstellen.

Pas in het besef dat jij het bent die achter jezelf aan rent kan deze vicieuze cirkel doorbroken worden. Het is immers niet de buitenwereld die je zo onder druk zet; jij bent het zelf. En hoe moeilijk het ook voor je is, alleen jij kan jezelf in het hier-en-nu stilzetten. Alleen jij kan te midden van de spanning besluiten toch te ontspannen. En alleen zo, in die stilte en ontspanning, kun je ontsnappen aan de slavendrijver. Eén moment van onderbreking, één moment diep uitademen, je doelstellingen en plannen loslaten. Eén moment van hier zijn in dit moment.

Uit de praktijk: een managementteam van een verpleeghuis

We begeleiden een managementteam van een groot verpleeghuis. We hebben veel bereikt, maar de pit van de cultuur is nog steeds niet aangepakt. De pit is dat er voor de bewoners goed gezorgd wordt, maar dat de medewerkers zichzelf steeds maar weer vergeten, met alle consequenties van dien; een hoog ziekteverzuim, onderlinge irritaties, een slechte interne verantwoording en overdracht kenmerken de cultuur. De algemeen directeur is er het sterkste in. Hij is een voormalig marathonloper, die enige jaren eerder een levensbedreigende ziekte heeft overwonnen. Iemand die het woord ‘opgeven’ niet kent. Met een uiterst moeizaam nieuwbouwproject en een lastig fusietraject boven op zijn toch al overvolle agenda is zelfs hij nu echter al een hele tijd aan het eind van zijn Latijn. Toch grijpt hij slechts gedeeltelijk in en zitten we deze middag vooral bij elkaar omdat zijn teamgenoten daarop aangedrongen hebben. Hijzelf heeft wel veel zorg over de ‘caseload’ van zijn collega’s.

Helemaal in lijn met de cultuur kon er niet meer dan een kort middagje vrijgemaakt worden, en zitten we in een armetierige, koude ruimte, waar geen kosten aan verbonden waren. De ene collega na de andere geeft de directeur terug wat ze aan hem ervaren, hoe afgesloten hij overkomt, hoe gehaast en gestrest. Pijnlijke feedback die hij echter glimlachend ontvangt of beter gezegd: incasseert. Er is geen doorkomen aan, maar zijn collega’s laten hem gelukkig niet los. ‘Wat voel je hier nu bij?’ vraagt een van hen. Dan valt er een lange ongemakkelijke stilte. En weer probeert hij ervan weg te komen, maar steeds weer wordt hij erbij teruggebracht. Een vrouw zegt: ‘Als ik jou zo gehaast over die gang zie lopen met die diepe frons in je gezicht dan denk ik: “Ik zou een arm om je heen willen slaan,” maar dan ben je alweer weg.’ Weer die stilte. ‘Waarom doe je dat niet nu?’ stelt onze begeleider met zachte stem voor. Na enige aarzeling staat ze inderdaad op, gaat achter hem staan, en legt een arm om hem heen. Iedereen in tranen. Een stille hunkering gaat door het zaaltje: ‘Oh, wat verlang ik eigenlijk ook naar zo’n arm om mij heen…’ En dan na wederom een onmetelijk lange stilte, klinkt er eindelijk gesnik…! Eindelijk durft de directeur te voelen wat hij zichzelf aandoet en laat hij los. Een halfuur later staat hij zelf precies zo achter een van zijn andere collega’s! Een ommekeer in het managementteam.

Door: Hans Wopereis

Over de auteur

Hans Wopereis is verbonden aan het ITIP school voor even en werk in Zutphen. Hij geeft leiding aan de activiteiten op het gebied van organisatie- en loopbaanontwikkeling. Samen met mededirecteur Bas Klinkhamer en een team van begeleiders, heeft hij de afgelopen 25 jaar talloze organisaties begeleid in cultuurveranderingsprocessen. Daarnaast is Wopereis docent in de ITIP-opleidingen. www.itip.nl. Hans Wopereis is auteur van het boek Bezieling werkt.

Reageer op dit artikel