artikel

De bandbreedte: Veiligheid en aanspreken

Leiderschap

Laatst stuitte ik op een oude aflevering van Zomergasten waar Louis van Gaal te gast was. Hij liet daarin een filmpje zien van een meeting waarin hij zijn team uitnodigde elkaar aan te spreken en, waar nodig, te corrigeren.

De bandbreedte: Veiligheid en aanspreken

Ik moest toen ook denken aan wat ik enige tijd geleden op de radio hoorde. Daar meldde een bestuurder van een ziekenhuis dat er een rookverbod rondom zijn ziekenhuis zou komen. Hij was ervan overtuigd dat de handhaving zou gaan gebeuren ‘door elkaar aan te spreken’.

‘Men moet elkaar gewoon aanspreken als de regels niet worden nageleefd’ is een dagelijks hoorbaar uitgangspunt. Met een bijna zekere teleurstelling tot gevolg. De wens dat mensen elkaar aanspreken wordt bijna altijd geuit door iemand met een bredere bandbreedte dan degene waar de wens betrekking op heeft.

Harde en zachte factoren

Degene waarvan wordt verlangd dat hij de ander aanspreekt op bijvoorbeeld onveilig gedrag maakt onbewust diverse keuzes. Keuzes binnen de harde en zachte factoren van zijn bandbreedte. Binnen de harde factoren zal hij afwegingen maken zoals: ‘snap ik de veiligheidsmaatregelen’, ‘ben ik in staat om ze uit te leggen aan een ander’, ‘vind ik de veiligheidsmaatregelen nuttig’.

De afwegingen binnen de zachte factoren zijn veel complexer. ‘wat is de groepsnorm wat betreft het houden aan de veiligheidsvoorschriften en het aanspreken daarop’, ‘durf ik deze groepsnorm te negeren en te ontstijgen’, ‘hoe verhoudt deze groepsnorm zich tot het gezag van degene die wil dat ik anderen aanspreek’. Een complexe wirwar van afwegingen.

Het risico bestaat dat degene die het ‘volkomen normaal vindt dat men elkaar aanspreekt’ uitgaat van zijn eigen bandbreedte. Een bandbreedte waarbinnen de zachte factor ‘durf ik de groepsnorm te ontstijgen’ vrij groot is. Dit in tegenstelling tot degene waarvan hij dit verwacht. Frustraties (en gevaarlijke situaties) liggen daarmee op de loer.

Buiten de groep vallen

[Itermezzo:1]

Zo was ik eens in mijn rol als manager verbaasd over het gedrag van medewerker Sven. Hij had niet ingegrepen toen hij zag dat de grootste praatjesmaker van het bedrijf gereedschap mee naar huis nam. Ik had Sven daarop aangesproken en het hem verweten. Later begreep ik dat het toch complexer lag. Vanuit míjn bandbreedte was ingrijpen logisch, vanuit zijn bandbreedte blijkbaar niet en daar kon ik me eigenlijk ook wel iets bij voorstellen. Ik was de groep wat ‘ontstegen’ maar voor Sven was ‘bij de groep horen’ (nog) van groot belang. Daarbij was hij een wat volgende persoonlijkheid en zeker niet opgewassen tegen het dominante gedrag van de praatjesmakers in de groep. Voor Sven nam het ‘iemand aanspreken op gedrag’ dus een groot risico met zich mee: namelijk het buiten de groep vallen en het slachtoffer worden van een dominant groepslid. Het was niet redelijk om te verwachten dat hij deze gevolgen ondergeschikt zou maken aan het bedrijfsbelang.

Door: Harm Hilgevoord

Deze column is onderdeel van een maandelijkse reeks en gebaseerd op het boek ‘De Bandbreedte’ van Harm Hilgevoord.

 

Reageer op dit artikel