artikel

‘Lerend voorwaarts’, hoe de F-35 van de Luchtmacht een vijfde generatie Luchtmacht maakt

Organisatie

Het is de duurste aankoop van de Nederlandse Krijgsmacht ooit: het nieuwe gevechtsvliegtuig F-35 dat dit jaar instroomt bij de Koninklijke Luchtmacht en de F-16 opvolgt. De impact die dat heeft op de organisatie is enorm. ‘Je kunt geen vijfde generatie gevechtsvliegtuig in een vierde generatie luchtmacht neerzetten’, zegt kolonel-vlieger Johan van Deventer die verantwoordelijk is voor de implementatie van het F-35-programma. Dus moet de hele organisatie, en de bijbehorende manier van werken op de schop, terwijl er in de tussentijd met de F-16 ook ‘gewoon’ missies gevlogen moeten kunnen worden. En dat is een uitdaging.

‘Lerend voorwaarts’, hoe de F-35 van de Luchtmacht een vijfde generatie Luchtmacht maakt

Het nieuwe jachtvliegtuig F-35 is bij uitstek geschikt voor het verzamelen en delen van informatie. Geavanceerde sensoren houden de buitenwereld in de gaten, maar ook de gesteldheid van het toestel zelf. Daardoor is het vliegtuig niet alleen in staat om zelf aan te geven wanneer het onderhoud nodig heeft, maar de F-35 is ook nagenoeg onzichtbaar, zodat hij veilig binnen het bereik van vijandelijke luchtafweersystemen kan komen. Hij heeft een uitgebreid sensorenpakket waarmee hij van alles kan detecteren, onder andere ook die luchtafweersystemen, en kan die informatie delen met troepen op de grond, marineschepen, of andere vliegtuigen die dat zelf niet kunnen. ‘Dat gedachtegoed, van het delen van informatie, is het gedachtegoed dat je in het hele F-35-project ziet terugkomen’, zo vertelt kolonel van Deventer. ‘Zoals de sensoren van de F-35 met elkaar samenwerken, zo willen wij ook samenwerken. Wat we aan onze mensen willen meegeven is dat je alleen nooit het beste antwoord hebt. Voor het beste antwoord heb je vliegers nodig, techneuten, verbindingsmensen, inlichtingenmensen, communicatiemensen. Iedereen dus. Maar voor dat antwoord digitaliseren we nu ook al onze processen, onze P-systemen, onze financiële systemen, onze materieel systemen, we doen daar een mate van fusion – het samenvoegen van informatie – op, en zorgen dat via nieuwe, secret netwerken die informatie daar komt waar het moet zijn, zodat iedereen naar dezelfde waarheid kijkt en daar de juiste beslissingen op neemt.’

Van analoge naar digitale organisatie

Om te kunnen omschakelen van een min of meer analoge organisatie naar een veel meer digitale, is meer nodig dan alleen het op cursus sturen van het personeel. ‘Het omscholen is nog het simpele deel’, zo vertelt de kolonel in de Luchtmachttoren, het hoofdkwartier van de Luchtmacht in Breda. ‘Als de onderhoudsmonteur verstand van de hydraulica van de F-16 had, moet hij verstand krijgen van de hydraulica van de F-35. Maar hij moet vooral ook – en dat is de culturele verandering die we willen meegeven – beseffen dat hij als monteur alleen nooit het perfecte antwoord over het repareren van het vliegtuig gaat geven. Want omdat het vliegtuig een digitaal vliegtuig is, heeft hij de verbindingsman misschien wel nodig, of is het de cryptoman die het moet doen. Waarschijnlijk repareert de monteur het vliegtuig trouwens ook niet met zijn handen of een steeksleutel, maar hangt hij er een laptop aan. Maar ook heeft hij nog steeds de vlieger nodig die zegt dat het vliegtuig ergens een beetje rammelt. Dus we moeten ze meegeven dat de oplossing ligt in het gezamenlijke.’

Nieuwe werkwijze

Dat is onze kist en die gaat vanmiddag de lucht in.

Doordat de Luchtmacht een lang traject doorloopt voordat de eerste toestellen ‘echt’ operationeel zijn, is er al flink geoefend met de nieuwe werkwijze. Van Deventer: ‘We hebben dat mooi uitgevonden op vliegbasis Edwards in de Verenigde Staten, waar we met twee vliegtuigen en een klein groepje continu samenwerken. En waar ze dus zeggen: wij gaan vanmiddag samen dat vliegtuig de lucht in krijgen.’ Dat lijkt logisch, maar bij de F-16 is die intense samenwerking minder het geval, zegt de kolonel:  ‘Nu in de F-16-wereld in Nederland zie je veel meer dat dat gescheiden is: als het geen avionica-probleem is, wil ik er niks van weten, want dan zal het wel een mechanisch probleem zijn, en dan geef ik het aan een andere monteur. En dat doen we nu niet meer met de F-35. Al die monteurs samen, repareren samen het vliegtuig. Zodat ze een breder beeld, meer verantwoordelijkheid, meer betrokkenheid en meer werkvreugde krijgen. Zodat ze als team zeggen: dat is onze kist en die gaat vanmiddag de lucht in.’

De vraag is of de werkwijze met 2 vliegtuigen in de Verenigde Staten straks ook werkt in Nederland als er 16 F-35’s per squadron zijn. Van Deventer denkt van wel: ‘Wij denken met de kennis die we daar hebben opgedaan, dat het van 2 goed extrapoleerbaar is naar 4. Dus binnen een squadron wat 16 vliegtuigen heeft, bouwen we teams van vier vliegtuigen en dat noemen we dan een vlucht. Vluchten bestaan al zolang als dat de Luchtmacht bestaat, maar meer dan nu willen we van die vlucht een sterk integraal team maken waar alle disciplines in zitten en waarbij echt het gevoel is: die vier vliegtuigen zijn van ons. En tegelijkertijd moeten ze beseffen dat ze ook onderdeel van het grotere geheel, het squadron zijn. Dus als er even geen werk is in jouw vlucht, dan ga je natuurlijk wel de vlucht naast je helpen.’

Lerend voorwaarts

Kolonel Johan van Deventer

Kolonel Johan van Deventer

De transitie van F-16 naar F-35 gaat stap voor stap, van fouten wordt geleerd, en waar nodig worden plannen bijgesteld, terwijl ze worden uitgevoerd. In het bedrijfsleven zou je de werkwijze agile noemen, maar bij de Luchtmacht houden ze het op ‘Lerend voorwaarts’.  In de praktijk ziet dat proces er zo uit. Van Deventer vertelt: ‘Op Leeuwarden zijn we nu de organisatie aan het bouwen, mensen aan het neerzetten en opleiden. Onze eigen eerste F-35 vlieginstructeur heeft inmiddels zijn eerste vlucht gemaakt, zodat hij het na zijn opleiding weer aan anderen kan gaan leren, waardoor wij in oktober als dat vliegtuig in Leeuwarden landt, de eerste paar vliegers hebben. We zetten nu dus een F-35 organisatie neer op vliegbasis Leeuwarden waarvan we denken dat die juist is. Zoals bijvoorbeeld 4 vliegtuigen in een vlucht en het aantal mensen dat daaraan werkt. Als na een tijdje blijkt dat iets toch niet goed werkt en we een andere manier van werken, of een ander aantal mensen nodig hebben, dan passen we dat aan en nemen we die les mee bij het opzetten van het 2e squadron.’

Het lastige is voor Luchtmacht dat de ‘gewone’ operaties en taakstellingen met de F-16 ook verder gaan. Daarvoor zijn door de Commandant der Strijdkrachten (de CDS, de hoogste militair in Nederland – red) inzetbaarheidsdoelstellingen afgegeven. Van Deventer: ‘De effectieve inzet van de F-16 in het Midden-Oosten is gestopt, maar we moeten het nog wel kunnen. De F-16’s staan bijvoorbeeld ook gereed voor de VJTF (Very High Readiness Joint TaskForce van de NAVO), dus morgen zouden onze F-16’s uitgezonden kunnen worden en dat moeten we ook waarmaken. Dan hebben we ook nog onze luchtruimbewaking en andere bilaterale taken die we met bijvoorbeeld de Verenigde Staten hebben afgesproken. Dus dat is wel een puzzel. Nu in dat begin is het wel te doen, maar straks halverwege de transitie is de F-16 te klein om het allemaal te doen en de F-35 nog niet groot genoeg om het allemaal over te nemen. Dan zit je in de grootste spanning op het gebied van personeel.’

Internationale Samenwerking

De F-35 is een vliegtuig dat gebouwd is als een computer. Die vormt het hart van het toestel en rondom die computer zijn vleugels en een cockpit gebouwd.

Samenwerken is dus het devies. Niet alleen voor het personeel in Nederland en de verschillende Krijgsmachtdelen, maar het programma behelst ook heel veel internationale samenwerking. Bijvoorbeeld op het gebied van onderhoud, waar de Nederlandse vliegbasis Woensdrecht een belangrijke internationale rol in gaat spelen. De F-35 is een vliegtuig dat gebouwd is als een computer. Die vormt het hart van het toestel en rondom die computer zijn vleugels en een cockpit gebouwd. Het toestel is zo geavanceerd dat het zelf kan gaan aangeven wanneer er onderhoud nodig is. Dat betekent dat het onderhoudsproces veel efficiënter kan verlopen, omdat onderdelen niet meer standaard elke 300 vlieguren worden vervangen, maar bijvoorbeeld pas na 320 uur, of na 290 uur, in ieder geval precies wanneer het nodig is. ‘Het principe van het wapensysteem F-35 is continu updates. Er komen nieuwe apps, nieuwe mogelijkheden, en die worden dan als ze klaar zijn geïmplementeerd. Net als bij je smartphone. Die technologie heet C2D2, Continious Capability Development and Delivery. Hoe we dat met een F-16 deden was: elke twee jaar kwam er een nieuwe softwaretape en elke vier jaar wat hardwarewijzigingen, en dan ging er een nieuw computertje in, of werd er iets anders ingezet. Maar voor de F-35 zeggen we: dat is niet snel genoeg. Het moet over night kunnen.’

ALIS

Ook als het gaat om onderdelen is de werkwijze anders dan bij de F-16. Bij dat toestel hielden alle landen zelf voorraden aan, maar bij de F-35 is dat verleden tijd, zegt van Deventer: ‘Die samenwerking is onderdeel van het hele project. Er komt een Global Support systematiek, zodat we niet meer grote hoeveelheden eigen reserveonderdelen op de vliegvelden hoeven te hebben. Maar die reserveonderdelen zijn eigendom van het programma waar alle partners die hem samen hebben gebouwd aan meedoen. Dus als er bij ons een benzinepompje kapot is, dan hoeven we niet in onze eigen rekken te kijken of we die nog ergens hebben liggen, maar in de grotere wereldsystematiek kijken we: waar liggen dit soort pompjes, wie kan ze het beste missen, en wie kan ervoor zorgen dat ze het snelste op Leeuwarden zijn? Dat kan het kleine voorraadje op Leeuwarden zelf zijn, dat kan ook het warehouse zijn dat op Woensdrecht komt en voor heel Europa geldt, maar de pomp kan ook in Noorwegen liggen. En dan bepaalt ALIS, dat is het wereldwijde programmabrede Automated Logistic Information System, oftewel het wereldwijde netwerk waarmee reservedelen gemanaged worden waar het onderdeel vandaan komt. Dat kan je alleen doen als je voor alle vliegtuigen ziet wanneer het onderhoud er aan gaat komen. En daar zorgen onder meer de slimme sensoren in de F-35 voor.’

De angst kan zijn dat de Luchtmacht daardoor te kwetsbaar wordt en te veel afhankelijk van anderen. Maar ook dat moet zich in de toekomst uitkristalliseren, zegt de kolonel: ‘We moeten dan de balans vinden tussen effectiviteit en efficiency. Je zou kunnen doorslaan en zeggen: nu gaan we het heel efficiënt en dunnetjes doen, maar dan gaat het opeens tegenzitten en dan grijpt iedereen mis op het verkeerde moment. Daar moeten we balans in zien te vinden en dat moet ook echt verder ontwikkeld worden, maar het is ook zonde als er bij iedereen stapels ongebruikte onderdelen liggen.’

‘Wat een machine’

De F-35

Het project F-35 begon onder de naam Joint Strike Fighter in 1999, toen de eerste Nederlander naar Washington ging om aan het project te werken. In oktober landt het eerste operationele toestel op vliegbasis Leeuwarden. Het eerste van de 37 toestellen die Nederland krijgt. Een nieuw tijdperk begint op die manier voor de luchtmacht. Het tijdperk van de stealth, het onzichtbaar zijn voor radar en in het alle weersomstandigheden uitvoeren van alle soorten missies. Van Deventer ziet het in ieder geval helemaal zitten met de F-35: ‘Wat een machine. En dat is alleen nog maar de buitenkant. Want je moet maar eens bedenken wat er allemaal in zit. Je ziet de F-35, maar het wapensysteem is meer dan dat. Er hoort een simulator bij, wat onderdeel is van ons trainingsprogramma. Daar hoort software bij. Daar hoort een mission-data-file bij, dat is een soort inlichtingenbibliotheek die we er in stoppen, zodat de sensoren zeggen: ik vang die of die frequentie op, en dat de bibliotheek dan zegt: Dat is een Russische S300-radar. Maar daar hoort ook ALIS bij. En zo heb je verschillende facetten die samen de F-35 maken. Eén is het meest zichtbare: dat is de F-35 zelf, maar zonder de rest vliegt hij niet eens.’

Door: Eduard van Brakel

Reageer op dit artikel