artikel

Rust, ritme en het eren van de leegte

Organisatie

Dit artikel gaat over het belang voor mensen en organisaties van een zogeheten leegplanning, waarbij vaste momenten van ‘niets doen’ in onze agenda staan. En het gaat over hoe mensen en organisaties zichzelf kunnen vrijmaken van deze druk en hoe leegte ingezet kan worden als bron voor inspiratie, plezier en zingeving.

Rust, ritme en het eren van de leegte

Het archetype van tot rust komen, het archetype van inkeer en stilte, van de leegte, is de dood. Stil en leeg worden, is sterven aan de stroom waar je in zit, de stroom van het toegroeien, toewerken naar een bepaald doel. Precies zoals bovenstaande verpleeghuisdirecteur dien je de doelen, fixaties en angsten waar je zo aan gehecht bent en die jou zo opjagen, los te laten. Dat is sterven in het klein.

Wie de leegte eert in zijn bestaan, in zijn leven en in zijn werk, in zijn huis en in zijn organisatie, die heiligt zijn ademhaling. Die zoekt de ziel van zijn bestaan op, verzoent zich met zijn wereld en zijn onafheid, en wordt zo tot een mede-schepper. Dit is waarlijk de belangrijkste uitdaging van deze tijd! Zowel voor het individu, als voor de organisatie, als voor de samenleving. Het bewust eren van de leegte. Het actief en structureel verantwoordelijkheid nemen voor het scheppen van momenten van leegte, waarin de naar buiten gaande, expansieve beweging onderbroken wordt, en er rust, bezinning en reflectie mogelijk wordt.


Bezieling vind je in het scheppende, lege middelpunt van het bestaan

Bezieling kan eigenlijk nooit worden gevonden in de actie zelf, in het werk. Bezieling druk je uit in je werk. Maar bezieling vind je in het scheppende, lege middelpunt van het bestaan. ’s Ochtends onder de douche of tijdens een wandeling in de natuur, als je even nergens aan denkt. Stil zittend op een kussentje. Zingend in een koor. Terwijl je bezig bent met wat verf op een doek, of wat klei in je handen. Als je lekker aan het bewegen bent en geniet van je lichaam. Of als je het jezelf toestaat om zonder terughouding mee te spelen met je kinderen. In alles waarin je niets doet of waarin als je toch iets doet, je dat doet om niet.

Overgave aan de leegte

Ofschoon we diep vanbinnen wel weten dat de leegte heilig is, zijn wij vaak bang om ons eraan over te geven. Leeg worden vraagt van ons alle kwalificaties over onszelf waarmee wij iemand zijn en alle activiteiten die daarmee verbonden zijn, los te laten. Het vraagt van ons even niemand te zijn en daarin te ontspannen. Om vrede te hebben zonder iets, zonder de bevestiging die je krijgt van een functie of door met iets bezig te zijn.

Ieder mens heeft daar op de drempel van de leegte zijn weerstanden, zijn eigen angsten en begeerten, zijn eigen verslavingen ook, middelen die je jezelf kunt toedienen om de leegte te vermijden. Het is de achtergrond van het oude gezegde Ledigheid is des duivels oorkussen. Alleen al de gedachte aan het niets doen maakt de duivel in je wakker. De stem die op je inspreekt met teksten als Wie niets doet is niemand, Je dient nuttig en belangrijk te zijn, en Kijk eens om je heen wat er allemaal nog moet. Teksten die vaak zonder dat je het door hebt je leven kunnen bepalen, en waar je jezelf juist daar op die drempel van kunt verlossen. Ze staan daar als het ware naakt voor je neus. Aan jou om ze te ontmaskeren en ze vriendelijk de deur te wijzen.

In de dagelijkse praktijk

Wie de scheppende leegte wenst te eren in zijn leven, werk en organisatie, staat voor de opgave de leegte in te plannen in zijn agenda en zich daar vervolgens ook aan te houden. Dat gaat over afperking. Dit afperken van leegte is voor de meesten van ons een continue strijd waar je je leven lang mee bezig bent. Het is altijd weer het eerste wat je neigt op te offeren. Het eerste ook wat het kabinet opofferde toen de kredietcrisis toesloeg: de winkelcentra mochten weer onbeperkt door met hun koopzondagen.

Aan diegene die voelt dat hij de rust in zijn leven in ere dient te herstellen daarom de volgende vragen: Hoe schep jij leegte in jouw leven? Leegte in de context van je gehele werkende leven, en daarbinnen in de context van elke cyclus van zeven jaar (hetgeen voor priesters in de Katholieke Kerk niet voor niets verplicht was; eens in de zeven jaar een jaar voor studie en bezinning). Hoe schep je leegte in elk jaar, in elk kwartaal, in elke week, en in elke dag? Welke vrijheid gun je jezelf daarin, en welke discipline breng je daarvoor op?

Maak een leegplanning waarin je met zwarte stift de heilige momenten van het niets doen in je agenda zeker stelt.

Wat je daarbij kunt doen is dat je eens per jaar, voordat je geleefd gaat worden door de buitenwereld, een zogenaamde leegplanning maakt, waarin je met zwarte stift de heilige momenten van het niets doen in je agenda zeker stelt. Heel concreet kun je daarbij denken aan eens in het werkend leven een sabbatical, een jaar waarin niet gewerkt wordt, bij voorkeur rond het veertigste levensjaar, op de top van de meest expansieve en naar buiten gerichte levensfase. Je kunt denken aan eens in de zeven jaar een lege periode van drie tot zes maanden. Eens in het jaar een aantal weken. Weken die zich onderscheiden van vakantie doordat het niet gaat over uitrusten, maar puur over tijd zonder doel of programma, ook niet om ergens van bij te komen. Eens in het kwartaal, een paar dagen. En eens in de week, een dag, een zondag. Maar dan wel een werkelijke zondag, dus niet een zondag die vol gepland is met sociale verplichtingen of klussen aan huis en tuin. En als laatste één of meerdere momenten per dag waarin niet iets gedaan hoeft te worden, maar waarin gemediteerd kan worden, een gebedje gepreveld, in het vuur gestaard, een wandeling gemaakt, een boek gelezen of zomaar een praatje met iemand kan worden gemaakt.

Dit soort momenten brengen je in de niet-lineaire tijd, waarin minuten eeuwig kunnen duren. Zielen-tijd. Tijd die ook geschapen kan worden door je te verbinden aan iets wat vroeger door de kerk geboden werd. Een doorgaande studie-, bezinnings- of meditatiegroep, waarin je onder begeleiding van een leraar steeds weer opnieuw naar de kern van je bestaan wordt geleid.

Wie de zondag wil beleven in zijn bestaan, zal ook oog moeten hebben voor de zaterdag. De zaterdag staat voor dat wat aan de leegte voorafgaat. Verwerkingstijd, leeglooptijd, waarin je kauwt en herkauwt, ordent en herordent, evalueert en loslaat. Binnen het werk zijn dat de momenten waarop je je bureau kunt opruimen, je archief op orde kunt brengen, je werk kan organiseren en reorganiseren. Momenten ook waar op intervisie, evaluatief gesprek en contact met je collega’s kan plaatsvinden. Daarnaast in je privébestaan: korte vakanties, gezellige avonden, een goede film, een bezoek aan de sauna, sport en hobby, momenten van ontspanning.

Zielentijd in organisaties

Maak een leegplanning waarin je met zwarte stift de heilige momenten van het niets doen in je agenda zeker stelt.

Ook op organisatieniveau is het inplannen van leegte een belangrijke prioriteit, misschien wel de belangrijkste. Een managementteam dat bezield en bezielend wenst te zijn, zorgt ervoor dat het al dan niet onder begeleiding regelmatig de hei op gaat, zonder dat er direct een agenda af moet worden gewerkt. Zo maak je met elkaar tijd waarin je gewoon met elkaar aanwezig kunt zijn en kijkt wat er daarin spontaan naar boven komt. Tijd waarin je met elkaar kunt dromen over hoe het verder zou kunnen gaan, en aandacht kunt besteden aan hoe het nu eigenlijk echt gesteld is met eenieder. Je zou daarbij kunnen denken aan eens in het jaar twee of drie dagen, eens in het kwartaal een dag, eens in de maand een ochtend of middag, eens in de week een uur. Iedere vergadering een moment van stilte en bezinning aan het begin en een moment van evaluatie en verankering aan het eind. En eens in de zoveel tijd een vergadering waarin niet de inhoud centraal staat maar het proces en hoe iedereen daar persoonlijk in aanwezig is.

Door: Hans Wopereis, auteur van Bezieling werkt

Reageer op dit artikel