artikel

Professional in ontwikkeling

Persoonlijke groei

De professionele werkelijkheid is stevig veranderd in de laatste vijftig jaar. Er is sprake van institutionalisering van de professional. Afnemers van professionele diensten zijn beter geïnformeerd, waardoor de mondigheid toeneemt en de vrijplaats verdwijnt. Bovendien blijven nieuwe ontwikkelingen en transformaties in de maatschappij, in organisaties en binnen de vakgebieden zich in gestaag tempo aandienen. De druk op professionalisering en professionaliteit in zorg, onderwijs, overheid en bedrijfsleven neemt dan ook toe. Het moet sneller, beter, scherper en meer, en bovenal ook anders.

Professional in ontwikkeling

Duidelijk is inmiddels ook dat meer regels, afspraken en formats niet de kwaliteit of excellentie opleveren, die we als samenleving graag willen (Jacobs, Meij, Tenwolde & Zomer, 2008). En investeringen in professionalisering leveren niet altijd de professionaliteit die we zouden willen en verwachten. De oplossingsrichting die opduikt, valt het beste samen te vatten als: de professional die weer voor de eigen professie gaat staan. Trefwoorden daarbij zijn zelfsturing, eigenaarschap lager in de organisatie leggen, ruimte geven aan de professional en persoonlijk leiderschap versterken.

Dat levert niet vanzelfsprekend resultaat. Leiding nemen en leiding ontvangen zijn niet zomaar goed op elkaar afgestemd. ‘Ze nemen hun ruimte niet’, is een veelgehoorde opmerking van leidinggevenden. De reflex is dan terug te vallen op beheersen en controleren; overigens zonder de druk op de professional om zelf te sturen weg te nemen.

De professional zelf is aan zet.

Vermoeidheid, uitputting en verwarring, evenals een toenemend aantal zijnsvragen bij professionals zijn het gevolg: ‘Wat is wel en niet van mij?’ ‘Waar zit mijn ruimte en verantwoordelijkheid?’ ‘Is dit nog wat ik wil?’ ‘Kan en wil ik op deze manier werken?’ ‘In welke richting moeten we zoeken om de queeste naar duurzame professionaliteit handen en voeten te geven?’

Gezien vanuit de organisatie

Verandering in organisaties heeft een permanent karakter gekregen. De complexiteit van het werk blijft toenemen. De sociale dynamiek en complexiteit groeien. Er zijn meer actoren (mede als gevolg van het werken in ketens en netwerken), er is meer diversiteit in belangen, interesses en posities, en er zijn meer grillige en onvoorspelbare ontwikkelingen (Scharmer, 2007). Bovendien neemt de snelheid waarmee dit alles gebeurt door onze technologische ontwikkelingen toe. Opvallend in deze ontwikkelingen is dat het niet alleen gaat om meer (wat betreft kennis), maar vooral ook om anders (wat betreft in je werk staan en onderlinge verhoudingen).

In organisaties worden deze ontwikkelingen veelal beantwoord met beheerskramp, met meer regels, druk op kwaliteit en ontwikkeleisen. Al dan niet verplichte certificeringen staan in bijna elke beroepsgroep op de agenda. Denk aan de Basiskwalificatie Onderwijs, de Wet op de beroepen in het onderwijs, het lerarenregister of de druk om meer docenten op masterniveau te laten functioneren. Daarbij groeien tevens de tegenstellingen: organisaties willen meer kwaliteit tegen minder kosten, meer innovatie in minder tijd of meer zelfsturing in minder bewegingsruimte. Het risico is — en op veel plaatsen is dat al realiteit — dat bij deze druk op professionaliseren, ontwikkelen en veranderen, het tegenovergestelde gebeurt van wat we beogen: het vuur van de professional verdwijnt en het risico van opbranden en uitputting wordt groter.

Gezien vanuit de professional

Hoe zien deze ontwikkelingen eruit vanuit het perspectief van de professional? Wat voegt deze toe aan het vraagstuk? Een mooi voorbeeld komt uit de wereld van het recht, zoals beschreven door Farrow in Sustainable professionalism:

Lawyers are looking for ethically sensitive ways to practice law that “assume greater responsibility for the welfare of parties other than clients” and that increasingly amount “to a plus for this society and for the world of our children”. Lawyers are also seeking ways to practice law that allow them to get home at night and on weekends, see their families, work full or part-time, practice in diverse and “alternative” settings, and generally pursue a meaningful career in the law rather than necessarily a total life in the law. Similarly, law students are hoping not to be asked to make a “pact with the Devil” as the cost of becoming a lawyer, and are instead looking to find areas in the law that fit with their personal, political, and economic preferences’ (Farrow, 2008, p. 53).

Wat dit citaat laat zien is dat niet alleen de druk van buiten verandert. Loopbanen zien er anders uit dan vijftig jaar geleden, het aantal praktijken waarin een professional participeert neemt toe, evenals het aantal transformaties in het vak dat hij beoefent. De professional komt zelf anders in zijn vak te staan. Hij zoekt een andere balans, hanteert andere normen en waarden, wil zichzelf op een andere manier tot uitdrukking brengen. Farrow vat het samen in de stelling dat er een nieuw discours ontstaat rondom het vak van (in dit geval) de jurist, waarbij de nadruk ligt op persoonlijke, politieke, ethische, economische en professionele duurzaamheid:

It is a discourse that makes meaningful space for a lawyer’s own principles, interests, and life preferences by balancing them with other important interests’(Farrow, 2008, p. 55).

Dit nieuwe discours ontstaat ook in andere professies en hangt onder meer samen met professionals die vaak in organisaties samenwerken (in tegenstelling tot hun oorspronkelijk zelfstandige beroepsuitoefening), waardoor er meer samenspel (tussen professionals) en meer afstemming (over lagen heen) nodig is.

Wat niet verandert

Wat in al die veranderingen hetzelfde blijft, is dat professionals van nature ‘goed’ werk willen leveren. ‘Ware professionals eisen van zichzelf dat ze de eigen prestaties continu verbeteren en streven ernaar de best mogelijke dienstverlening aan hun cliënten te bieden’, aldus Maister (1997) in een flaptekst. ‘Ze geloven gepassioneerd in wat ze doen en accepteren geen compromis op hun standaards en waarden.’ De uitdaging voor professionals en hun leidinggevenden ligt erin deze energiebron op te sporen en aan te spreken. Dat betekent: teruggaan naar en werken vanuit de kern van de professional. Een professional wil met zijn kennis en inzicht een bijdrage leveren aan de maatschappij (Gardner & Shulman, 2005). Door de vertaling tussen wetenschap en praktijk, en tussen abstractie en persoonlijke betekenis, kan hij zijn meerwaarde laten zien (Freidson, 1986).

Bron: Je binnenste buiten

Door: Manon Ruijters

Reageer op dit artikel