artikel

‘We moeten onze woorden vaker aanvullen met beelden’

Strategie

Combineer verbale capaciteiten met visuele talenten. Dat is het motto van de Amerikaan Dan Roam. Hij lanceerde daarom al eens een boek over de kracht van het getekende woord, met de opmerkelijke titel ‘Bla bla bla’.

‘We moeten onze woorden vaker aanvullen met beelden’

Een beeld zegt meer dan duizend woorden. Een grafiek of tekening ook. Dat is het parool van Dan Roam. We spreken deze Amerikaan tijdens de lunch van een workshop die hij eind november gaf in Amsterdam, voor 75 mensen uit zestien landen. Typerend voor Roam is dat hij altijd, waar of met wie hij ook praat, een markeerstift en papier bij de hand heeft. Hij praat en tekent tegelijk, zijn betoog kracht bijzettend met zijn tekeningen. Roam pleit er al jaren voor om problemen op te lossen en gedachten te verduidelijken, door eenvoudigweg te tekenen. Hij schreef hierover in 2008, in zijn bestseller The Back of the Napkin (zie kader). Daarin bepleit hij al dat beelddenken kan helpen nieuwe ideeën te ontdekken en te ontwikkelen, of problemen op onverwachte wijze op te lossen. Zo schreef hij: ‘Een simpele tekening op een servet kan soms krachtiger zijn dan een Excel-sheet of Powerpoint-presentatie. Het helpt ons ideeën te verhelderen, buiten de box te denken en te communiceren op een manier die andere mensen gewoon snappen.’

Balans in woord en beeld

In zijn boek Bla bla bla, met als ondertitel Wat te doen als woorden niet werken, gaat hij door op dit thema, ondermeer met de techniek ‘vivid thinking’. Deze techniek combineert ons verbale brein met ons visuele brein, zodat we sneller kunnen denken en leren, lesgeven en collega’s c.q. medewerkers kunnen inspireren. Hierdoor kunnen we de immense hoeveelheid blabla, die we dagelijks op elkaar afvuren, elimineren. Niet dat Roam ervoor pleit dat we helemaal moeten ophouden met het gebruik van woorden: ‘Maar we moeten ze wel vaker aanvullen met beelden. Dat werkt namelijk heel inspirerend. Daarom verbaast het mij niet dat het presentatietool Prezi tegenwoordig zo populair is. Net als, in een grijs verleden, de gekleurde denkhoeden van Edward de Bono.’ We moeten, zo stelt Roam, leren om het gebruik van woorden en beelden te balanceren. Om ons visuele en verbale communiceren in evenwicht te brengen. Roam gebruikt hierbij als voorbeeld de vos en de kolibrie. Roam: ‘De eerste staat symbool voor ons verbale verstand, de tweede voor ons visuele verstand. De vos is in mijn analogie analytisch, geduldig en slim. De kolibrie is ruimtelijk en spontaan. Ze zien hetzelfde, maar niet op dezelfde manier. En samen begrijpen ze alles beter.’

Oersaaie vergaderingen

Terug naar de bla-bla-bla. Roam heeft zijn boek niet voor niets zo genoemd. ‘De wereld is vergeven van de bla-bla-bla. Er is steeds meer informatie beschikbaar, via steeds meer kanalen. De gemiddelde mens krijgt steeds meer boodschappen te verwerken, maar begrijpen we elkaar daardoor beter? Absoluut niet. Hoe meer we horen, des te minder we weten! We hebben niet nog meer woorden nodig, maar meer ideeën.’ Hij visualiseert dat in zijn boek fraai met een beschrijving van ‘het land van bla-bla-bla’. Dat is een naargeestige plek waar mensen met hun rookgordijnen-van-fraaie-maar-nietszeggende-woorden heengaan ‘om te verstoppen, te verduisteren, af te leiden en te draaien’.

Als in dat denkbeeldige land zoveel mensen wonen, wat is daar dan mis mee? Alles, vindt Roam: ‘Want bla-bla-bla leidt tot complexiteit, misverstanden en verveling. En dat is dodelijk voor ons vermogen om te denken, te leiden en ergens om te geven.’ Hij spreekt uit ervaring. Voordat Roam als zelfstandig consultant van start ging, stond hij jarenlang op de loonlijst van verschillende mediabedrijven. En daar heeft hij heel wat oersaaie vergaderingen moeten doorstaan: ‘Dan hield de topman bijvoorbeeld een verhaal over pakweg leveraging synergy to maximize sharevolder value’. Dan dacht ik altijd: wat betekent dat in godsnaam? Ik tekende dan wat en vroeg mijn collega’s: gaat het soms hier over? Dan viel bij hen vaak het kwartje. En bij mij. Of niet. Een collega van mij was zo enthousiast over het effect van mijn geteken, dat hij me aanmoedigde er een boek over te gaan schrijven.’ Om het visuele verstand een houvast te geven, stelt Roam, hebben afbeeldingen ook grammatica nodig, net als tekst. Met woorden maak je een visuele beschrijving namelijk een stuk levendiger.

Roam geeft hiervoor de volgende formule: Levendig = visueel + verbaal + afhankelijk van elkaar. Hij noemt dat zijn Vivid-methode: Vivid = VIsual + Verbal + InterDependent. Roam schrijft hierover: het is simpel om onze balans weer in het midden te krijgen. Het enige wat we hoeven te doen is een halve stap terugnemen van ons onwrikbare geloof in de kracht van woorden, en tegelijk ons visuele brein een schop geven. In zijn boek geeft hij daar een aantal technieken voor.

Iedereen kan tekenen

Roam draagt zijn motto al jaren uit via seminars en workshops. In hoeverre slaat zijn boodschap aan in de praktijk van mensen? ‘Het gekke is dat de meeste mensen denken dat ze totaal niet kunnen tekenen. Onzin. Het gaat er niet om of je heel mooi kunt tekenen, maar wat je ermee kunt uitdrukken. De meeste mensen kunnen binnen twee minuten over hun persoonlijke barrières heenstappen, en tekenen wat ze willen. Gewoon tekenen is niet voor niets een favoriete bezigheid van de meeste kleine kinderen.’ We worden vrijwel allemaal geboren, is de overtuiging van Roam, als mensen die in staat zijn om zowel verbaal als visueel te denken en te doen. En op dit punt dus volledig in balans zijn. Maar door het onderwijssysteem in de meeste landen raakt het visuele talent al snel ondergesneeuwd. ‘We leren onze kinderen van jongs af aan te denken in woorden. En om zich vervolgens te uiten in geschreven en gesproken woord. Visuele vaardigheden worden niet aangesproken en daarmee onbewust de kop ingedrukt. Maar met woorden kan je lang niet alle nuances uitdrukken. Bovendien zijn woorden in wezen subjectiever dan een tekening, want ze zijn subjectief gekozen. Bij een tekening zie je wat je ziet.’

Het is een groot probleem dat we er zo van overtuigd zijn dat onze intelligentie wordt gedreven door onze verbale capaciteiten, vervolgt Roam: ‘Einstein zei tot zijn vierde jaar helemaal niets! Het verhaal gaat dat zijn eerste zin, toen hij de tekening van een vriendje zag, luidde: ‘Als dit een auto is, waar zijn dan de wielen?’ Aan verbale intelligentie kennen we teveel gewicht toe. Door ons in onze jeugdjaren, en later ook op de universiteit, zo te concentreren op onze verbale vermogens, hebben we onszelf uit balans gebracht.’

En leiders dan? Roam constateert dat de meeste mensen in leidinggevende posities volstrekt rationeel bezig zijn. Want zo is ze dat immers geleerd. En dat leidt ertoe dat hun boodschappen meestal niet of nauwelijks aankomen bij hun medewerkers, of andere belanghebbenden. ‘Een uitzondering die deze regel bevestigt is Steve Jobs. Die tekende altijd en overal, vertelde zijn verhaal met beelden. Het verbaast mij dan ook niet dat hij kon uitgroeien tot een van de meest succesvolle CEO’s aller tijden.’

Een mooie illustratie van de kracht van gecombineerd visueel en verbaal denken, is volgens Roam het beroemde Vijfkrachtenmodel dat Michael Porter in 1973 lanceerde. In één afbeelding zie je welke krachten inwerken op het concurrentievermogen van een onderneming.

Aziaten visueler ingesteld

Zijn eerste boek, The Back of the Napkin, werd uitgebracht in 26 talen. Interessant is dat Roams boek relatief het best verkocht in Korea, China en Japan. Hoe kan dat? ‘Ik denk omdat deze landen als basis de Chinese taal hebben, waarin men van oudsher gewend was om pictografische tekens te lezen, waarbij de nadruk ligt op de visuele aspecten. En in Japan heb je al heel lang de Manga-cartoons. Ik denk dat in deze Aziatische landen de visuele vermogens van de mensen daardoor veel levendiger zijn gebleven dan in de westerse wereld. En dat mijn boek daar om die reden zo goed aanslaat.’

Hij zegt blij te zijn met de enthousiaste reacties van een aantal scholen. ‘Zij staan open voor mijn technieken waarmee je het visuele en het verbale brein kunt combineren.’ Kent hij scholen die al daadwerkelijk meer visueel gericht onderwijs geven? ‘Nauwelijks, maar in het topsegment zie ik mooie ontwikkelingen. Harvard Business School werkt intensief samen met de Rhode Island School of Design, waar het gaat om het vak ‘design thinking’. En Stanford University werkt samen met een soortgelijke designschool, én het bedrijf Ideo, een vooraanstaand designbureau in Palo Alto.’

Vooruitgang door visuele toepassingen

Gevraagd naar bedrijven die visueel denken met succes hebben toegepast, noemt Roam twee voorbeelden uit de luchtvaartsector: Boeing en Southwest Airlines. ‘Bij Boeing hebben ze het bouwproces van hun Dreamliner-toestel sterk gevisualiseerd. Slim, want dat toestel wordt samengesteld uit onderdelen uit twaalf verschillende landen. Werknemers met volstrekt uiteenlopende culturele achtergronden werken naadloos samen, vanuit één visuele beeldbank. Dat vind ik echt geweldig.’

Bij Southwest Airlines, op dit moment de enige winstgevende luchtvaartmaatschappij in de VS, snappen ze ook heel goed hoe positief
het effect is als je visuele elementen toevoegt aan het (verbaal gerichte) proces van boarding, vertelt Roam: ‘Boarding geeft telkens, op iedere luchthaven ter wereld, stress en gedoe. Het is voor veel passagiers de hel, veel erger dan het vliegen zelf. Je staat lang in de rij te dringen, de aankondigingen zijn vaak onverstaanbaar of onbegrijpelijk. Southwest heeft dat klassieke boardingproces afgeschaft en vervangen door een sterk visueel gericht proces. In de wachtruimte zien passagiers op een aantal duidelijk genummerde borden wat hun fysieke boardingpositie is. Zo weten ze wanneer ze waar in de rij moeten gaan staan. Dat scheelt enorm veel stress, zo blijkt, en heeft de wachttijd met dertig procent teruggebracht. Een eenvoudige visuele vondst, die Southwest veel klantloyaliteit heeft bezorgd.’

Door: Paul Groothengel is freelance journalist.

Reageer op dit artikel