artikel

Het faillissement van ziekenhuizen vraagt om duurzame oplossingen

Zorgmanagement

Bij het faillissement van het Slotervaart ziekenhuis, was zorgverzekeraar Zilveren kruis de grote boosdoener in de publieke opinie. Maar verdient Zilveren Kruis eigenlijk geen applaus voor hun lef en moed om de stekker eruit te trekken?

Het faillissement van ziekenhuizen vraagt om duurzame oplossingen

Het faillissement van een ziekenhuis is voor velen een persoonlijk drama. Medewerkers en specialisten die er soms al jaren werken en patiënten die van het ene op het andere moment worden verplaatst omdat de gewenste zorg niet meer geleverd kan worden. Neem het MC Slotervaart. Het faillissement voltrok zich in een flitstempo. Had dat beter gekund? Ik denk dat iedereen het hierover eens is.

Opvallend genoeg was het weer een zorgverzekeraar die als de grote boosdoener in de publieke opinie naar voren kwam terwijl ondertussen de politiek muurvast zit in het zorgdebat. Maar verdient Zilveren Kruis eigenlijk geen applaus voor hun lef en moed om de stekker eruit te trekken? Slotervaart opereerde in een lokale markt met een overschot aan bedden. Dan kun je alleen overleven met een onderscheidend aanbod. Op kwaliteit is dat niet gelukt. En in prijs wilde Slotervaart niet zakken omdat zij naar eigen zeggen zo efficiënt uit de benchmarks naar boven kwam. Het zwakke management veroorzaakt door de vele bestuurswisselingen maakte het plaatje compleet.

Het einde van optimalisatie

Ook critici van de marktwerking in de zorg beamen dat de markt in dit geval wél nuttig werk heeft verricht. Terwijl andere juist weer spreken van ‘machtwerking’ in de zorg. Het resultaat is in ieder geval dat een aanhoudend slecht presterend ziekenhuis terecht door Zilveren Kruis uit de wedstrijd is gehaald. En voor de patiënt valt er nog genoeg te kiezen.

Het faillissement van ziekenhuizen legt ook een heel ander probleem bloot. Het laat zien dat verdere optimalisatie van het huidige bedrijfsmodel geen duurzame oplossing is. Het rendement van ziekenhuizen zal de komende jaren verder verslechteren. Stijgende zorgkosten, toenemende personele tekorten en een knellend hoofdlijnenakkoord gaan voor extra financiële druk zorgen. Dit maakt het moeilijk, zo niet onmogelijk, om de gewenste transformatie van het zorglandschap vorm te geven.

Regiovisie is nodig

Ziekenhuizen willen graag maar hebben onvoldoende buffers om de hiermee samenhangende transitiekosten te betalen en kampen met steeds wijzigende regelgeving en tegengestelde belangen van stakeholders. Om de regie niet te verliezen en de gewenste ‘correctie’ verder te versnellen moeten ziekenhuizen het voortouw nemen en in samenspraak met ketenpartners hun regiovisie snel concretiseren. Het optimaal inzetten van de kennis van medisch specialisten en verpleegkundigen en verdere participatie van het bedrijfsleven kunnen daar zeker bij helpen. De stijgende zorgkosten dwingen daarbij meer aandacht te schenken aan innovatie en preventie.

Om de regie niet te verliezen moeten ziekenhuizen het voortouw nemen en in samenspraak met ketenpartners hun regiovisie snel concretiseren.

Model op basis van kwaliteit

De omslag naar een model gestuurd op basis van kwaliteit, preventie en gezondheidswinst voor de patiënt, moet dan wel worden ondersteund door de bekostiging van de ziekenhuiszorg. Zorgverzekeraars kunnen dit dilemma adequaat adresseren zonder dat hier grote systeemwijzigingen voor nodig zijn die weer vertragend kunnen werken op de gewenste transitie. Dit door het verstrekken van meerjarencontracten die gebaseerd zijn op uitkomstindicatoren en niet alleen op basis van het aantal verrichtingen. Bij onderprestatie moet het ziekenhuis betalen, maar bij verbetering van de prestaties wordt het ziekenhuis financieel beloond. Zo vloeit er beloning terug naar het ziekenhuis ter dekking van de noodzakelijke transitiekosten om zo innovaties te financieren en om de kwaliteit van zorg nog verder te verbeteren.

Martkwerking of machtwerking?

Het faillissement van ziekenhuizen zadelt de zorgverzekeraars nog met een andere verantwoordelijkheid op. Als zij de zorg in een failliet ziekenhuis overbodig achten, moeten zij de vrijgekomen middelen inzetten om de zorg te verplaatsen, vooral naar de huisarts bij de patiënt thuis. Dat is waarschijnlijk goedkoper, prettiger voor de patiënt, en daar zijn de gezondheidsverschillen tussen de hogere en lagere sociale klassen beter aan te pakken. Daarmee zijn de gebeurtenissen van afgelopen maanden ook een test voor de zorgverzekeraars. Gaan zij verder inzetten op marktwerking of machtwerking? Zij kunnen hun rol nu pakken, en bewijzen dat zij de zorg inderdaad ‘duurzaam’ betaalbaar kunnen houden door zorgmiddelen te verleggen naar zorgaanbod dat meer waar voor het geld biedt. Lukt dat, dan is de patiënt uiteindelijk beter af.

 

HugovandenBerk

 

Auteur: Hugo van den Berk is directeur marketing en communicatie bij het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven. Hij heeft dit artikel geschreven op eigen titel.

Reageer op dit artikel